Ondertussen ben ik al een aantal dagen thuis en is het sterk wennen aan het drukke levenstempo en het koude weer (brrr!). De laatste dagen in Akil Samdi bestonden vooral uit valiezen inpakken en afscheid nemen. We gingen nog één maal naar de klas, lieten de leerlingen het filmpje zien dat werd gemaakt van het project en hoorden daarbij heel wat gegiechel! In ieder geval werd duidelijk dat de leerlingen genoten hebben van het project, wat mij wel gunstig stemde. Er werden nog wat groepsfoto’s getrokken en toen was het echt tijd om afscheid te nemen. Ik bracht daarna ook in Akil nog een aantal mensen een bezoekje en dan was er natuurlijk nog het afscheid van de kleutertjes en van alle mensen binnen Ti Solèy Leve. Toen alles was ingepakt en ik iedereen gedag had gezegd, vertrokken we naar de Dominicaanse Republiek, waar we nog even konden bekomen en Arno en ik ons konden voorbereiden op de lange vliegreis op weg naar België!
Met veel plezier kan ik zeggen dat het project geslaagd is! Dit kon ik echter niet realiseren zonder de hulp en de steun van velen.
DANK JE WEL aan mijn ouders, broer en zus omdat ze me de kans hebben gegeven dit te doen, omdat ze er steeds voor me waren zowel tijdens de voorbereidingsfase als tijdens de uitvoering van het project, omdat ze me via mail/sms/skype steeds met raad en daad bijstonden, enz.
DANK JE WEL aan Arno, mijn lieve schat die een enorme drijfveer was voor mij, die me erdoor hielp als ik het wat moeilijk had en die zelf eens met eigen ogen mijn project en Haïti wilde leren kennen.
DANK JE WEL aan Ti Solèy Leve. In de eerste plaats een grote dank je wel voor Jeannine: zonder haar “ja, je mag naar Haïti komen”, had ik niet kunnen vertrekken. Dank je wel om zo te geloven in dit project en de praktische hulp tijdens de uitvoering. Dank ook aan Kelvin bij de start van het project: hulp bij het Creools, contacten met de school en leerkracht, enz.. Dank aan Carmelle, Venel en Reynold voor alle leuke momenten samen in Haïti. Een dank je wel voor James Carry, mijn grote kapoen! En uiteraard ook voor Luckny, Nelson, Jetro en Charline. Dank je wel ook voor Ti Solèy Leve België, ‘de Beleyrkes’, voor de steun vanuit de achterban.
DANK JE WEL aan mijn familie en vrienden voor de hulp vooraf bij het organiseren van de Haïtiavond, de voortdurende steun, de leuke skypegesprekjes, het ontvangstcomité in Zaventem, enz.
DANK JE WEL aan iedereen de me gevolgd heeft tijdens mijn verblijf in Haïti. Ik apprecieer die interesse enorm!
Mesi anpil tout moun yo – dank je wel iedereen!
Katrijn in Haïti, Ti Soley Leve
| België | Haïti | ||
woensdag 12 juni 2013
maandag 3 juni 2013
Indrukken van een bezoeker
Ondertussen is het project afgelopen, en dat verdient uiteraard een blogbericht. Misschien wel van een toeschouwer, dacht Katrijn dan. Daarom geef ik, Arno, hier even mee welke indrukken ik meegekregen heb toen ik de laatste les gevolgd heb. Ten eerste heeft ze absoluut niet gelogen over een warme klas, met veel muggen! Maar dat is natuurlijk bijzaak. Net na de laatste echte les kregen de leerlingen de opdracht mee om nog eens goed alle technieken te bekijken, om ze dan in een afsluitende les allemaal te gebruiken. Katrijn knutselde een mooi spel, waardoor tijdens deze laatste les de leerlingen (en meester) nog maar eens konden ervaren dat doceren niet altijd de beste oplossing is. Het bordspel werd gebruikt om vragen te beantwoorden als: welk symbool hoort bij welke techniek, som de 6 technieken op, … Maar omdat een beeld soms meer zegt dan duizend woorden tonen we het hieronder even.
.JPG)
Omdat de leerlingen zo flink gewerkt hebben tijdens het project waren er 2 beloningen: een kleintje en een grote. De kleine beloning was een diploma dat de leerlingen kregen voor hun inzet en medewerking tijdens het project. De grotere beloning was een uitstap naar Milot. Daar staat namelijk het fort ‘Citadelle Henri Christophe’. Henri Christophe liet dit ongeveer 2 eeuwen geleden bouwen op een heuvel, om het net onafhankelijk verklaarde Haïti te kunnen beschermen tegen Franse aanvallen. Dit fort is een door de UNESCO beschermde site geworden. Daar komt dan nog bij dat de weg naar Milot dwars door een nationaal park loopt, waardoor we onderweg dan ook nog eens mooie taferelen te zien kregen. Haïti heeft een prachtige natuur, dat werd duidelijk geïllustreerd tijdens de rit naar de Citadel.
De rit ernaartoe, dat bleek trouwens ook een hele belevenis om andere redenen. Het toont eigenlijk heel mooi aan wat in Haïti dagelijkse kost is: dingen plannen, plannen aanpassen en er proberen iets moois van te maken. Het plan was het volgende: om 5u30 verzamelen voor de poort van Ti Solèy Leve, dan vertrekken met de bus en nog voor de middag de klim naar het fort aanvatten. Om 5u30 was er echter nog geen levende ziel te bespeuren. De eerlijkheid gebiedt ons zelf toe te geven dat ook wij niet klaar waren op dat moment! Maar iets later dan verwacht waren de leerlingen en leerkrachten die mee gingen toch op post. Jammer detail: de bus had een ‘pan kawoutchou’ of dus een platte band. Wat later bleek die panne dan uit te monden in het ontbreken van een bus. Kelvin had ondertussen al wat extra uitleg gegeven over de geschiedkundige kant van de zaak, zodat we goed voorbereid waren op wat we te zien gingen krijgen. Maar dan moesten we dus wel transport zien te regelen… Jeannine to the rescue dus: aan iedereen verzekeren dat er zeker een uitstap kwam, een oplossing zoeken en uitvoeren. Niet zo heel veel later stopte er een vrachtwagen voor de deur van TSL, werden er stoeltjes ingeladen en was iedereen klaar voor vertrek! Uiteindelijk dus geen vuiltje aan de lucht, buiten het feit dat de planning vrij grondig in de war gestuurd was. Niet echt heel erg, want een uur van terugkeer (voor ongeruste mama’s en papa’s) is in Haïti blijkbaar geen noodzaak. Dan werd het natuurlijk ook letterlijk hopen op ‘geen vuiltjes aan de lucht’, want een heuvel opwandelen om dan geen meter ver te kunnen zien, dat zou jammer zijn natuurlijk. Toen we in de buurt kwamen, konden we het fort al zien liggen tussen twee bergtoppen. Dus ook het weer werkte dus wel mee: geen stralende zon, maar zeker goed genoeg om een mooi uitzicht te garanderen. Toen we aankwamen en aan de wandeling naar boven begonnen, bleek dat ontbreken van die stralende zon trouwens zo slecht nog niet. Want die heuvel, dat bleek toch wel een stevig uit de kluiten gewassen heuvel te zijn. Toen we eindelijk allemaal boven geraakt waren, was iedereen doorweekt van het zweet en gingen we kapot van de dorst! Katrijn weet wel hoe je iemand moet belonen!
Nadat iedereen uitgepuft was, begon dus het eigenlijke bezoek aan de Citadel. De gids gaf ons de nodige informatie, de leerlingen keken zich de ogen uit en we genoten van een leuke dag. Uiteindelijk bleek het dus toch een mooie beloning geworden te zijn: de leerlingen hadden een leuke tijd, het bezoek bleek meer dan de moeite waard. Dan startten we de motor van de vrachtwagen opnieuw en keerden we terug naar huis. Toen we terug in Akil aangekomen waren, werd er nog uitvoerig bedankt. Daardoor waren we dus zeker dat de leerlingen en leerkrachten de uitstap geapprecieerd hadden, maar bleek ook nog maar eens dat het project van Katrijn zeker in de smaak gevallen was! Moe maar voldaan kropen we vroeg in bed die avond…
Maar dat gebeurt hier wel meer: iedereen is hier vroeg uit de veren, het leven speelt zich voornamelijk in de voormiddag af, de namiddag wordt rustiger opgevat en iedereen kruipt vroeg in bed. Dat is één van de belangrijkste aanpassingen hier geweest als bezoeker. Maar het is zeker niet omdat we vroeg gaan slapen dat hier weinig gebeurt. In Akil Samdi zelf gingen we een paar keer wandelen om het dorp te leren kennen. Eenmaal werden we verrast door een tropische regenbui, wat natuurlijk voor hilariteit zorgde toen we doorweekt de poort van TSL openden.
We bleven uiteraard niet de hele tijd hier in het dorp, aangezien iedereen mij de mooiste plekjes van Haïti wilde leren kennen. We gingen bijvoorbeeld naar de markt in het naburige dorp, Opèch. Ik had blijkbaar uitzonderlijk veel geluk om alles zo netjes aan te treffen: door een paar droge dagen voor ons bezoek was er geen enkele modderpoel, plas of iets dergelijks aan te treffen. Dat leek mij ook wel aangenamer voor iedereen, aangezien alles hier gewoon op een doek op de grond gelegd wordt om dan te verkopen. Ik zou de markt graag uitvoerig beschrijven, maar dat is zeer moeilijk. Er zijn zoveel dingen die tegelijkertijd gebeuren en de markt is één gezellige drukte. Het is een mengelmoes van geuren, kleuren, smaken, … Ik zou zeggen: kom dat zien, kom dat zien.
Als je dan toch zou langskomen, ga dan zeker ook eens naar Fort Liberté. Het ligt vlakbij de oceaan en je kan je er perfect voorstellen hoe mooi het fort er ooit moet uitgezien hebben. Op het moment dat wij er waren, was er trouwens in het fort zelf ook een ceremonie aan de gang. We wandelden er even rustig rond terwijl Jetro en Nelson in de branding naar schelpen en krabben zochten. Daarna gingen we lekker eten en keerden we terug naar huis. Ook dat is hier ondertussen al een gewoonte geworden: altijd als we ergens naartoe gaan, neemt Jeannine ons mee naar een plaats met één of ander idyllisch uitzicht en superlekker eten. Dat herinnert je er dus telkens aan dat Haïti eigenlijk een prachtig land is, waardoor het een bloeiend toerisme zou kunnen hebben. Maar dat heeft het dus niet…
.JPG)
We bezochten eveneens de hoofdstad. In januari 2010 was daar de grote aardbeving, dus ik had me wel voorbereid op een aantal intense taferelen. Toen we aankwamen, werd ik direct al met de keiharde realiteit geconfronteerd: letterlijk duizend vrouwen die over straat liepen waarvan zo’n 5% een voedselpakket had gekregen, alle andere vrouwen keerden met lege handen terug naar ‘huis’. Huis kan in Port-au-Prince ook zowat vanalles betekenen: enkele tentzeilen aan elkaar gesjord (al dan niet met zinken platen ertussen), een houten constructie, een stenen huisje, een villa, … Het leven in de stad is voor zowat iedereen eerder ‘overleven’: iedereen woont er op elkaar gepakt, hopen mensen proberen op straat hetzelfde product te verkopen, anderen proberen op een andere manier wat geld te verdienen. De littekens van de aardbeving zijn, na 3 jaar, nog duidelijk zichtbaar. De tweede verdieping is een halve verdieping geworden, de kathedraal is een ruïne, het paleis met de grond gelijkgemaakt, … Eigenlijk is ook Port-au-Prince niet in woorden te vatten: je moet het gezien hebben om je er iets bij te kunnen voorstellen.
.JPG)
Na zo’n goede twee weken is er eigenlijk een constante: het bewijs wordt keer op keer geleverd dat Haïti een prachtige natuur heeft, dan komt de verwondering over hoeveel buitenlandse organisaties werkzaam zijn in Haïti, gevolgd door de vaststelling dat er met dit enorme potentieel weinig gerealiseerd wordt. Dat kan dan twee kanten op: je kan berusten in je lot, of je kan proberen om er het beste van te maken. Naar mijn mening zijn de Haïtianen een volk die vooral de tweede optie kiezen, mits enkele uitzonderingen. En net dat maakt het land zo bijzonder. Een Belg die al 40 jaar in Haïti verblijft, omschreef het als volgt: “Het is een *****land, maar je kan niet anders dan er verliefd op worden”.
Arno
PS: in het mapje juni nog een aantal foto's toegevoegd!
Omdat de leerlingen zo flink gewerkt hebben tijdens het project waren er 2 beloningen: een kleintje en een grote. De kleine beloning was een diploma dat de leerlingen kregen voor hun inzet en medewerking tijdens het project. De grotere beloning was een uitstap naar Milot. Daar staat namelijk het fort ‘Citadelle Henri Christophe’. Henri Christophe liet dit ongeveer 2 eeuwen geleden bouwen op een heuvel, om het net onafhankelijk verklaarde Haïti te kunnen beschermen tegen Franse aanvallen. Dit fort is een door de UNESCO beschermde site geworden. Daar komt dan nog bij dat de weg naar Milot dwars door een nationaal park loopt, waardoor we onderweg dan ook nog eens mooie taferelen te zien kregen. Haïti heeft een prachtige natuur, dat werd duidelijk geïllustreerd tijdens de rit naar de Citadel.
De rit ernaartoe, dat bleek trouwens ook een hele belevenis om andere redenen. Het toont eigenlijk heel mooi aan wat in Haïti dagelijkse kost is: dingen plannen, plannen aanpassen en er proberen iets moois van te maken. Het plan was het volgende: om 5u30 verzamelen voor de poort van Ti Solèy Leve, dan vertrekken met de bus en nog voor de middag de klim naar het fort aanvatten. Om 5u30 was er echter nog geen levende ziel te bespeuren. De eerlijkheid gebiedt ons zelf toe te geven dat ook wij niet klaar waren op dat moment! Maar iets later dan verwacht waren de leerlingen en leerkrachten die mee gingen toch op post. Jammer detail: de bus had een ‘pan kawoutchou’ of dus een platte band. Wat later bleek die panne dan uit te monden in het ontbreken van een bus. Kelvin had ondertussen al wat extra uitleg gegeven over de geschiedkundige kant van de zaak, zodat we goed voorbereid waren op wat we te zien gingen krijgen. Maar dan moesten we dus wel transport zien te regelen… Jeannine to the rescue dus: aan iedereen verzekeren dat er zeker een uitstap kwam, een oplossing zoeken en uitvoeren. Niet zo heel veel later stopte er een vrachtwagen voor de deur van TSL, werden er stoeltjes ingeladen en was iedereen klaar voor vertrek! Uiteindelijk dus geen vuiltje aan de lucht, buiten het feit dat de planning vrij grondig in de war gestuurd was. Niet echt heel erg, want een uur van terugkeer (voor ongeruste mama’s en papa’s) is in Haïti blijkbaar geen noodzaak. Dan werd het natuurlijk ook letterlijk hopen op ‘geen vuiltjes aan de lucht’, want een heuvel opwandelen om dan geen meter ver te kunnen zien, dat zou jammer zijn natuurlijk. Toen we in de buurt kwamen, konden we het fort al zien liggen tussen twee bergtoppen. Dus ook het weer werkte dus wel mee: geen stralende zon, maar zeker goed genoeg om een mooi uitzicht te garanderen. Toen we aankwamen en aan de wandeling naar boven begonnen, bleek dat ontbreken van die stralende zon trouwens zo slecht nog niet. Want die heuvel, dat bleek toch wel een stevig uit de kluiten gewassen heuvel te zijn. Toen we eindelijk allemaal boven geraakt waren, was iedereen doorweekt van het zweet en gingen we kapot van de dorst! Katrijn weet wel hoe je iemand moet belonen!
Nadat iedereen uitgepuft was, begon dus het eigenlijke bezoek aan de Citadel. De gids gaf ons de nodige informatie, de leerlingen keken zich de ogen uit en we genoten van een leuke dag. Uiteindelijk bleek het dus toch een mooie beloning geworden te zijn: de leerlingen hadden een leuke tijd, het bezoek bleek meer dan de moeite waard. Dan startten we de motor van de vrachtwagen opnieuw en keerden we terug naar huis. Toen we terug in Akil aangekomen waren, werd er nog uitvoerig bedankt. Daardoor waren we dus zeker dat de leerlingen en leerkrachten de uitstap geapprecieerd hadden, maar bleek ook nog maar eens dat het project van Katrijn zeker in de smaak gevallen was! Moe maar voldaan kropen we vroeg in bed die avond…
Maar dat gebeurt hier wel meer: iedereen is hier vroeg uit de veren, het leven speelt zich voornamelijk in de voormiddag af, de namiddag wordt rustiger opgevat en iedereen kruipt vroeg in bed. Dat is één van de belangrijkste aanpassingen hier geweest als bezoeker. Maar het is zeker niet omdat we vroeg gaan slapen dat hier weinig gebeurt. In Akil Samdi zelf gingen we een paar keer wandelen om het dorp te leren kennen. Eenmaal werden we verrast door een tropische regenbui, wat natuurlijk voor hilariteit zorgde toen we doorweekt de poort van TSL openden.
We bleven uiteraard niet de hele tijd hier in het dorp, aangezien iedereen mij de mooiste plekjes van Haïti wilde leren kennen. We gingen bijvoorbeeld naar de markt in het naburige dorp, Opèch. Ik had blijkbaar uitzonderlijk veel geluk om alles zo netjes aan te treffen: door een paar droge dagen voor ons bezoek was er geen enkele modderpoel, plas of iets dergelijks aan te treffen. Dat leek mij ook wel aangenamer voor iedereen, aangezien alles hier gewoon op een doek op de grond gelegd wordt om dan te verkopen. Ik zou de markt graag uitvoerig beschrijven, maar dat is zeer moeilijk. Er zijn zoveel dingen die tegelijkertijd gebeuren en de markt is één gezellige drukte. Het is een mengelmoes van geuren, kleuren, smaken, … Ik zou zeggen: kom dat zien, kom dat zien.
Als je dan toch zou langskomen, ga dan zeker ook eens naar Fort Liberté. Het ligt vlakbij de oceaan en je kan je er perfect voorstellen hoe mooi het fort er ooit moet uitgezien hebben. Op het moment dat wij er waren, was er trouwens in het fort zelf ook een ceremonie aan de gang. We wandelden er even rustig rond terwijl Jetro en Nelson in de branding naar schelpen en krabben zochten. Daarna gingen we lekker eten en keerden we terug naar huis. Ook dat is hier ondertussen al een gewoonte geworden: altijd als we ergens naartoe gaan, neemt Jeannine ons mee naar een plaats met één of ander idyllisch uitzicht en superlekker eten. Dat herinnert je er dus telkens aan dat Haïti eigenlijk een prachtig land is, waardoor het een bloeiend toerisme zou kunnen hebben. Maar dat heeft het dus niet…
We bezochten eveneens de hoofdstad. In januari 2010 was daar de grote aardbeving, dus ik had me wel voorbereid op een aantal intense taferelen. Toen we aankwamen, werd ik direct al met de keiharde realiteit geconfronteerd: letterlijk duizend vrouwen die over straat liepen waarvan zo’n 5% een voedselpakket had gekregen, alle andere vrouwen keerden met lege handen terug naar ‘huis’. Huis kan in Port-au-Prince ook zowat vanalles betekenen: enkele tentzeilen aan elkaar gesjord (al dan niet met zinken platen ertussen), een houten constructie, een stenen huisje, een villa, … Het leven in de stad is voor zowat iedereen eerder ‘overleven’: iedereen woont er op elkaar gepakt, hopen mensen proberen op straat hetzelfde product te verkopen, anderen proberen op een andere manier wat geld te verdienen. De littekens van de aardbeving zijn, na 3 jaar, nog duidelijk zichtbaar. De tweede verdieping is een halve verdieping geworden, de kathedraal is een ruïne, het paleis met de grond gelijkgemaakt, … Eigenlijk is ook Port-au-Prince niet in woorden te vatten: je moet het gezien hebben om je er iets bij te kunnen voorstellen.
Na zo’n goede twee weken is er eigenlijk een constante: het bewijs wordt keer op keer geleverd dat Haïti een prachtige natuur heeft, dan komt de verwondering over hoeveel buitenlandse organisaties werkzaam zijn in Haïti, gevolgd door de vaststelling dat er met dit enorme potentieel weinig gerealiseerd wordt. Dat kan dan twee kanten op: je kan berusten in je lot, of je kan proberen om er het beste van te maken. Naar mijn mening zijn de Haïtianen een volk die vooral de tweede optie kiezen, mits enkele uitzonderingen. En net dat maakt het land zo bijzonder. Een Belg die al 40 jaar in Haïti verblijft, omschreef het als volgt: “Het is een *****land, maar je kan niet anders dan er verliefd op worden”.
Arno
PS: in het mapje juni nog een aantal foto's toegevoegd!
maandag 13 mei 2013
Nieuwe foto's
donderdag 9 mei 2013
Filmpje Peer Tutoring
dinsdag 7 mei 2013
Stijgende temperaturen…
De voorbije weken gingen de lessen in het zesde leerjaar rustig verder. We belandden bij de voorlaatste techniek, namelijk het structureren van een tekst. We zouden de leerlingen leren hoe een mind map te maken. Dit bleek echter moeilijker dan in eerste instantie gedacht. Ik had er op voorhand misschien niet voldoende bij stil gestaan dat dit iets totaal nieuws was. Bovendien is het in strijd met alles wat ze gewoon zijn. Hier in Haïti is het de gewoonte om alles (letterlijk) uit het hoofd te leren, soms zelfs zonder dat het volledig wordt begrepen. Wij willen hen bij deze techniek leren om de belangrijkste informatie uit een tekst te destilleren en daar een structuurschema van te maken. Op basis van dergelijk schema zou je de inhoud van de tekst moeten kunnen reconstrueren. De eerste les was echt een chaos. De meester deed zijn best om deze techniek uit te leggen, wat ook voor hem niet evident is aangezien schema’s ook voor hem volledig nieuwe leerstof zijn. De leerlingen waren begrepen het niet. Dit was voor hen te complex, te onbeduidend. De concentratie vloog al snel door de ramen en deuren naar buiten…. Bij de volgende twee lessen werd ik van mijn stokje geblazen. Ondanks de moeilijkheidsgraad deden alle leerlingen hun best om op zoek te gaan naar sleutelwoorden en om dan te proberen daar een structuur in te brengen. Het was heel leuk en leerrijk om dat zoekproces te volgen. Met vallen en opstaan probeerden ze dit tot een goed einde te brengen. Achteraf bij de verbetering was ik positief verbaasd: er zaten echt heel goede schema’s tussen. Alweer besefte ik dat we niet te veel ineens kunnen verwachten: tipa tipa (stapje per stapje) komen we er wel!
.JPG)
De temperaturen stijgen hier zienderogen, ook in de klassen. Al zwetend zitten leerlingen in de klas te werken; zweetdruppeltjes staan op hun voorhoofden, pennen glijden tussen hun vingers. Met de eerste regens is het aantal muggen enorm toegenomen, wat voor gevechten tussen leerlingen en muggen zorgt (en ook wel tussen mij en de muggen)! Bovendien zijn dat niet de enige beestjes die hier dikwijls te spotten zijn. Momenteel zijn ook de tarantula’s volop van de partij. Gelukkig is er steeds de hulp van Jeannine om die reuzenspinnen te doden, ik help wel bij het gillen!
De kleutertjes werken hier ondertussen in TSL vrolijk verder met het programma van Mezi. Mezi, de muis, is de chauffeur van een trein waar in elke wagon andere beestjes zitten: 2 giraffen, 3 pauwen, enz. Wanneer we bij de volgende wagon van de 4 slangen kwamen, waren alle kleutertjes van de partij voor een heuse spel- en beweegvoormiddag: er werd over bewegende slangen gesprongen, slang en muis gespeeld, door een slang gekropen, enz. Dit zorgde voor heel wat plezier! De week daarop kwamen we bij wagon 5 waarin eendjes zaten. Hier stond vooral het cijfer 5 centraal en het ontwikkelen van het tellen met de vingers, wat leuker gemaakt met vingerpopjes en handschoenen.
.JPG)
Tot slot nog even vermelden dat het subtropische klimaat hier letterlijk een aantal vruchten heeft afgeleverd. De laatste weken konden we heel wat lekkers uit eigen tuin eten: watermeloenen, tomaten, ananassen, aubergines. Jeannine maakte zelfs chocoladepudding met cacao uit eigen tuin! Smakelijk!
De temperaturen stijgen hier zienderogen, ook in de klassen. Al zwetend zitten leerlingen in de klas te werken; zweetdruppeltjes staan op hun voorhoofden, pennen glijden tussen hun vingers. Met de eerste regens is het aantal muggen enorm toegenomen, wat voor gevechten tussen leerlingen en muggen zorgt (en ook wel tussen mij en de muggen)! Bovendien zijn dat niet de enige beestjes die hier dikwijls te spotten zijn. Momenteel zijn ook de tarantula’s volop van de partij. Gelukkig is er steeds de hulp van Jeannine om die reuzenspinnen te doden, ik help wel bij het gillen!
De kleutertjes werken hier ondertussen in TSL vrolijk verder met het programma van Mezi. Mezi, de muis, is de chauffeur van een trein waar in elke wagon andere beestjes zitten: 2 giraffen, 3 pauwen, enz. Wanneer we bij de volgende wagon van de 4 slangen kwamen, waren alle kleutertjes van de partij voor een heuse spel- en beweegvoormiddag: er werd over bewegende slangen gesprongen, slang en muis gespeeld, door een slang gekropen, enz. Dit zorgde voor heel wat plezier! De week daarop kwamen we bij wagon 5 waarin eendjes zaten. Hier stond vooral het cijfer 5 centraal en het ontwikkelen van het tellen met de vingers, wat leuker gemaakt met vingerpopjes en handschoenen.
Tot slot nog even vermelden dat het subtropische klimaat hier letterlijk een aantal vruchten heeft afgeleverd. De laatste weken konden we heel wat lekkers uit eigen tuin eten: watermeloenen, tomaten, ananassen, aubergines. Jeannine maakte zelfs chocoladepudding met cacao uit eigen tuin! Smakelijk!
zondag 21 april 2013
Terug naar school!
Ook aan een hele lange paasvakantie komt uiteraard een einde. De laatste periode voor het project is aangebroken. De eerste week was nog een beetje zoeken, want de eerste schooldag bleek de meester van het zesde leerjaar, mèt Jocelyn, afwezig te zijn. Hij kon dus in de namiddag niet op onze wekelijkse afspraak aanwezig zijn om de lessen van de komende week voor te bereiden. Al snel namen we de beslissing om woensdag toch naar de school te trekken en de les zelf te geven.
Zo gezegd, zo gedaan: ik gaf de eerste les na de vakantie over de techniek ‘moeilijke woorden’. In die les leerden de leerlingen waar ze een woord dat ze niet begrepen konden opzoeken, namelijk in de context van het verhaal, vragen aan iemand of het opzoeken in de woordenboek. Bij dat laatste trok ik mijn ogen open hoeveel leerlingen hier nog effectief moeilijkheden mee hadden. Om een voorbeeld te geven: L’environnement werd opgezocht bij de ‘L’ en om het woord ‘monticules’ op te zoeken, begon de zoektocht bij woorden die begonnen met ‘ma…’. Daardoor werd bij sommige groepjes in de peer tutoring al snel gefocust op ‘hoe zoek ik een woord op in de woordenboek’. Dit is direct één van de grote voordelen van peer tutoring: differentiëren tussen verschillende groepjes.
.JPG)
Vrijdag vertrok ik met hetzelfde plan naar de school: we zouden beginnen aan de lessen over de techniek ‘vragen stellen’ waarbij de leerlingen wordt geleerd om zich na het lezen van een tekst automatisch een aantal vragen te stellen (Wie? Wat? Waarom? Waar? Wanneer?). Voor de les begon, legde ik mèt Jocelyn kort uit waarover de les zou gaan, zodat hij op z’n minst wel kon volgen. Ik voelde dat hij echter zelf bereid was de les te geven. En jawel, zonder veel voorbereiding heeft hij de volledige les zelf gegeven. Ik was alweer onder de indruk: dit bewijst dat hij volledig mee is met de inhoud van het project en het systeem van de peer tutoring onder de knie heeft. Om deze techniek tot een goed einde te brengen, leren de leerlingen dat ze sleutelwoorden uit een tekst kunnen halen. Dit bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan: wij zouden de helft minder sleutelwoorden selecteren dan hen… Zelfs de meester schreef tussen de sleutelwoorden veel details op. Om dan een antwoord te kunnen geven op de vragen, gingen ze terug de leestekst scannen op zoek naar de antwoorden. Dat was niet de bedoeling: als je alle sleutelwoorden opschrijft, kan je op basis daarvan antwoorden op de vragen wie? wat? wanneer? enz.? Op zo’n momenten besef ik dat ik soms nog te vaak met de Europese maatstaven in mijn hoofd zit en dat we misschien soms te veel verwachten. Het is leerrijk om op dergelijke concrete manieren geconfronteerd te worden met andere gebruiken.
De week erna werkten we via peer tutoring verder aan deze vierde techniek. ’s Woensdags was echter niet zo’n goede les. De leerlingen zaten meer te prutsen dan echt geconcentreerd te werken. Ook het echt samenwerken en discussiëren om op zoek te gaan naar sleutelwoorden, bleef onwennig, iets wat eigenlijk niet meer zou mogen. Bij thuiskomst heb ik dan alle oefeningen nagekeken en gecorrigeerd. En dat bleek een goed idee te zijn. Op die manier wisten de leerlingen dat hun antwoorden wel degelijk worden nagekeken, dat het niet zo maar een spel of een leuke afwisseling is wanneer wij komen lesgeven. Het corrigeren van de oefeningen had nog een extra voordeel. Er kwamen mij namelijk een aantal leerlingen het volgende zeggen: “Koulya a n ap konprann” (nu begrijpen we het). Blijkbaar was voor hen nog niet helemaal duidelijk wat in een tekst precies belangrijke informatie en minder belangrijke informatie is. Ze gingen daarna veel gerichter op zoek naar de juiste sleutelwoorden en ook het werken in de groepjes ging verbazend veel vlotter. Alleen was nu het probleem dat de helft van de klas zonder pen naar school kwam… het is opvallend dat ze bij ons telkens meer actief aan de slag moeten dan ze gewoon zijn. De focus ligt in andere lessen vooral op ‘luisteren’, waarbij ons de focus ligt op het zelfstandig leren én waarbij een pen onmisbaar is. Doordat ze zonder pen naar de school komen, wordt hun werktempo trager aangezien ze telkens hun pen moeten uitwisselen.
.jpg)
Na deze twee oefenlessen is wel duidelijk dat ze techniek vier voldoende beheersen. We kunnen nu verder op weg naar techniek 5 “het maken van een structuurschema”, waar de sleutelwoorden nog belangrijker worden. Een uitdaging voor ‘mijn’ leerlingen, maar ik hoop (en geloof) dat ze er in zullen slagen!
PS: wegens internetproblemen konden de foto's niet onmiddellijk worden geüpload, maar dat is nu in orde! In het mapje 'april' vinden jullie foto's van het project.
Zo gezegd, zo gedaan: ik gaf de eerste les na de vakantie over de techniek ‘moeilijke woorden’. In die les leerden de leerlingen waar ze een woord dat ze niet begrepen konden opzoeken, namelijk in de context van het verhaal, vragen aan iemand of het opzoeken in de woordenboek. Bij dat laatste trok ik mijn ogen open hoeveel leerlingen hier nog effectief moeilijkheden mee hadden. Om een voorbeeld te geven: L’environnement werd opgezocht bij de ‘L’ en om het woord ‘monticules’ op te zoeken, begon de zoektocht bij woorden die begonnen met ‘ma…’. Daardoor werd bij sommige groepjes in de peer tutoring al snel gefocust op ‘hoe zoek ik een woord op in de woordenboek’. Dit is direct één van de grote voordelen van peer tutoring: differentiëren tussen verschillende groepjes.
Vrijdag vertrok ik met hetzelfde plan naar de school: we zouden beginnen aan de lessen over de techniek ‘vragen stellen’ waarbij de leerlingen wordt geleerd om zich na het lezen van een tekst automatisch een aantal vragen te stellen (Wie? Wat? Waarom? Waar? Wanneer?). Voor de les begon, legde ik mèt Jocelyn kort uit waarover de les zou gaan, zodat hij op z’n minst wel kon volgen. Ik voelde dat hij echter zelf bereid was de les te geven. En jawel, zonder veel voorbereiding heeft hij de volledige les zelf gegeven. Ik was alweer onder de indruk: dit bewijst dat hij volledig mee is met de inhoud van het project en het systeem van de peer tutoring onder de knie heeft. Om deze techniek tot een goed einde te brengen, leren de leerlingen dat ze sleutelwoorden uit een tekst kunnen halen. Dit bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan: wij zouden de helft minder sleutelwoorden selecteren dan hen… Zelfs de meester schreef tussen de sleutelwoorden veel details op. Om dan een antwoord te kunnen geven op de vragen, gingen ze terug de leestekst scannen op zoek naar de antwoorden. Dat was niet de bedoeling: als je alle sleutelwoorden opschrijft, kan je op basis daarvan antwoorden op de vragen wie? wat? wanneer? enz.? Op zo’n momenten besef ik dat ik soms nog te vaak met de Europese maatstaven in mijn hoofd zit en dat we misschien soms te veel verwachten. Het is leerrijk om op dergelijke concrete manieren geconfronteerd te worden met andere gebruiken.
De week erna werkten we via peer tutoring verder aan deze vierde techniek. ’s Woensdags was echter niet zo’n goede les. De leerlingen zaten meer te prutsen dan echt geconcentreerd te werken. Ook het echt samenwerken en discussiëren om op zoek te gaan naar sleutelwoorden, bleef onwennig, iets wat eigenlijk niet meer zou mogen. Bij thuiskomst heb ik dan alle oefeningen nagekeken en gecorrigeerd. En dat bleek een goed idee te zijn. Op die manier wisten de leerlingen dat hun antwoorden wel degelijk worden nagekeken, dat het niet zo maar een spel of een leuke afwisseling is wanneer wij komen lesgeven. Het corrigeren van de oefeningen had nog een extra voordeel. Er kwamen mij namelijk een aantal leerlingen het volgende zeggen: “Koulya a n ap konprann” (nu begrijpen we het). Blijkbaar was voor hen nog niet helemaal duidelijk wat in een tekst precies belangrijke informatie en minder belangrijke informatie is. Ze gingen daarna veel gerichter op zoek naar de juiste sleutelwoorden en ook het werken in de groepjes ging verbazend veel vlotter. Alleen was nu het probleem dat de helft van de klas zonder pen naar school kwam… het is opvallend dat ze bij ons telkens meer actief aan de slag moeten dan ze gewoon zijn. De focus ligt in andere lessen vooral op ‘luisteren’, waarbij ons de focus ligt op het zelfstandig leren én waarbij een pen onmisbaar is. Doordat ze zonder pen naar de school komen, wordt hun werktempo trager aangezien ze telkens hun pen moeten uitwisselen.
.jpg)
Na deze twee oefenlessen is wel duidelijk dat ze techniek vier voldoende beheersen. We kunnen nu verder op weg naar techniek 5 “het maken van een structuurschema”, waar de sleutelwoorden nog belangrijker worden. Een uitdaging voor ‘mijn’ leerlingen, maar ik hoop (en geloof) dat ze er in zullen slagen!
PS: wegens internetproblemen konden de foto's niet onmiddellijk worden geüpload, maar dat is nu in orde! In het mapje 'april' vinden jullie foto's van het project.
dinsdag 16 april 2013
Filmpje TSL
Abonneren op:
Posts (Atom)