BelgiëHaïti

woensdag 12 juni 2013

Mesi anpil

Ondertussen ben ik al een aantal dagen thuis en is het sterk wennen aan het drukke levenstempo en het koude weer (brrr!). De laatste dagen in Akil Samdi bestonden vooral uit valiezen inpakken en afscheid nemen. We gingen nog één maal naar de klas, lieten de leerlingen het filmpje zien dat werd gemaakt van het project en hoorden daarbij heel wat gegiechel! In ieder geval werd duidelijk dat de leerlingen genoten hebben van het project, wat mij wel gunstig stemde. Er werden nog wat groepsfoto’s getrokken en toen was het echt tijd om afscheid te nemen. Ik bracht daarna ook in Akil nog een aantal mensen een bezoekje en dan was er natuurlijk nog het afscheid van de kleutertjes en van alle mensen binnen Ti Solèy Leve. Toen alles was ingepakt en ik iedereen gedag had gezegd, vertrokken we naar de Dominicaanse Republiek, waar we nog even konden bekomen en Arno en ik ons konden voorbereiden op de lange vliegreis op weg naar België!


Met veel plezier kan ik zeggen dat het project geslaagd is! Dit kon ik echter niet realiseren zonder de hulp en de steun van velen.

DANK JE WEL aan mijn ouders, broer en zus omdat ze me de kans hebben gegeven dit te doen, omdat ze er steeds voor me waren zowel tijdens de voorbereidingsfase als tijdens de uitvoering van het project, omdat ze me via mail/sms/skype steeds met raad en daad bijstonden, enz.

DANK JE WEL aan Arno, mijn lieve schat die een enorme drijfveer was voor mij, die me erdoor hielp als ik het wat moeilijk had en die zelf eens met eigen ogen mijn project en Haïti wilde leren kennen.

DANK JE WEL aan Ti Solèy Leve. In de eerste plaats een grote dank je wel voor Jeannine: zonder haar “ja, je mag naar Haïti komen”, had ik niet kunnen vertrekken. Dank je wel om zo te geloven in dit project en de praktische hulp tijdens de uitvoering. Dank ook aan Kelvin bij de start van het project: hulp bij het Creools, contacten met de school en leerkracht, enz.. Dank aan Carmelle, Venel en Reynold voor alle leuke momenten samen in Haïti. Een dank je wel voor James Carry, mijn grote kapoen! En uiteraard ook voor Luckny, Nelson, Jetro en Charline. Dank je wel ook voor Ti Solèy Leve België, ‘de Beleyrkes’, voor de steun vanuit de achterban.

DANK JE WEL aan mijn familie en vrienden voor de hulp vooraf bij het organiseren van de Haïtiavond, de voortdurende steun, de leuke skypegesprekjes, het ontvangstcomité in Zaventem, enz.

DANK JE WEL aan iedereen de me gevolgd heeft tijdens mijn verblijf in Haïti. Ik apprecieer die interesse enorm!

Mesi anpil tout moun yo – dank je wel iedereen!

maandag 3 juni 2013

Indrukken van een bezoeker

Ondertussen is het project afgelopen, en dat verdient uiteraard een blogbericht. Misschien wel van een toeschouwer, dacht Katrijn dan. Daarom geef ik, Arno, hier even mee welke indrukken ik meegekregen heb toen ik de laatste les gevolgd heb. Ten eerste heeft ze absoluut niet gelogen over een warme klas, met veel muggen! Maar dat is natuurlijk bijzaak. Net na de laatste echte les kregen de leerlingen de opdracht mee om nog eens goed alle technieken te bekijken, om ze dan in een afsluitende les allemaal te gebruiken. Katrijn knutselde een mooi spel, waardoor tijdens deze laatste les de leerlingen (en meester) nog maar eens konden ervaren dat doceren niet altijd de beste oplossing is. Het bordspel werd gebruikt om vragen te beantwoorden als: welk symbool hoort bij welke techniek, som de 6 technieken op, … Maar omdat een beeld soms meer zegt dan duizend woorden tonen we het hieronder even.



Omdat de leerlingen zo flink gewerkt hebben tijdens het project waren er 2 beloningen: een kleintje en een grote. De kleine beloning was een diploma dat de leerlingen kregen voor hun inzet en medewerking tijdens het project. De grotere beloning was een uitstap naar Milot. Daar staat namelijk het fort ‘Citadelle Henri Christophe’. Henri Christophe liet dit ongeveer 2 eeuwen geleden bouwen op een heuvel, om het net onafhankelijk verklaarde Haïti te kunnen beschermen tegen Franse aanvallen. Dit fort is een door de UNESCO beschermde site geworden. Daar komt dan nog bij dat de weg naar Milot dwars door een nationaal park loopt, waardoor we onderweg dan ook nog eens mooie taferelen te zien kregen. Haïti heeft een prachtige natuur, dat werd duidelijk geïllustreerd tijdens de rit naar de Citadel.

De rit ernaartoe, dat bleek trouwens ook een hele belevenis om andere redenen. Het toont eigenlijk heel mooi aan wat in Haïti dagelijkse kost is: dingen plannen, plannen aanpassen en er proberen iets moois van te maken. Het plan was het volgende: om 5u30 verzamelen voor de poort van Ti Solèy Leve, dan vertrekken met de bus en nog voor de middag de klim naar het fort aanvatten. Om 5u30 was er echter nog geen levende ziel te bespeuren. De eerlijkheid gebiedt ons zelf toe te geven dat ook wij niet klaar waren op dat moment! Maar iets later dan verwacht waren de leerlingen en leerkrachten die mee gingen toch op post. Jammer detail: de bus had een ‘pan kawoutchou’ of dus een platte band. Wat later bleek die panne dan uit te monden in het ontbreken van een bus. Kelvin had ondertussen al wat extra uitleg gegeven over de geschiedkundige kant van de zaak, zodat we goed voorbereid waren op wat we te zien gingen krijgen. Maar dan moesten we dus wel transport zien te regelen… Jeannine to the rescue dus: aan iedereen verzekeren dat er zeker een uitstap kwam, een oplossing zoeken en uitvoeren. Niet zo heel veel later stopte er een vrachtwagen voor de deur van TSL, werden er stoeltjes ingeladen en was iedereen klaar voor vertrek! Uiteindelijk dus geen vuiltje aan de lucht, buiten het feit dat de planning vrij grondig in de war gestuurd was. Niet echt heel erg, want een uur van terugkeer (voor ongeruste mama’s en papa’s) is in Haïti blijkbaar geen noodzaak. Dan werd het natuurlijk ook letterlijk hopen op ‘geen vuiltjes aan de lucht’, want een heuvel opwandelen om dan geen meter ver te kunnen zien, dat zou jammer zijn natuurlijk. Toen we in de buurt kwamen, konden we het fort al zien liggen tussen twee bergtoppen. Dus ook het weer werkte dus wel mee: geen stralende zon, maar zeker goed genoeg om een mooi uitzicht te garanderen. Toen we aankwamen en aan de wandeling naar boven begonnen, bleek dat ontbreken van die stralende zon trouwens zo slecht nog niet. Want die heuvel, dat bleek toch wel een stevig uit de kluiten gewassen heuvel te zijn. Toen we eindelijk allemaal boven geraakt waren, was iedereen doorweekt van het zweet en gingen we kapot van de dorst! Katrijn weet wel hoe je iemand moet belonen!

Nadat iedereen uitgepuft was, begon dus het eigenlijke bezoek aan de Citadel. De gids gaf ons de nodige informatie, de leerlingen keken zich de ogen uit en we genoten van een leuke dag. Uiteindelijk bleek het dus toch een mooie beloning geworden te zijn: de leerlingen hadden een leuke tijd, het bezoek bleek meer dan de moeite waard. Dan startten we de motor van de vrachtwagen opnieuw en keerden we terug naar huis. Toen we terug in Akil aangekomen waren, werd er nog uitvoerig bedankt. Daardoor waren we dus zeker dat de leerlingen en leerkrachten de uitstap geapprecieerd hadden, maar bleek ook nog maar eens dat het project van Katrijn zeker in de smaak gevallen was! Moe maar voldaan kropen we vroeg in bed die avond…

Maar dat gebeurt hier wel meer: iedereen is hier vroeg uit de veren, het leven speelt zich voornamelijk in de voormiddag af, de namiddag wordt rustiger opgevat en iedereen kruipt vroeg in bed. Dat is één van de belangrijkste aanpassingen hier geweest als bezoeker. Maar het is zeker niet omdat we vroeg gaan slapen dat hier weinig gebeurt. In Akil Samdi zelf gingen we een paar keer wandelen om het dorp te leren kennen. Eenmaal werden we verrast door een tropische regenbui, wat natuurlijk voor hilariteit zorgde toen we doorweekt de poort van TSL openden.

We bleven uiteraard niet de hele tijd hier in het dorp, aangezien iedereen mij de mooiste plekjes van Haïti wilde leren kennen. We gingen bijvoorbeeld naar de markt in het naburige dorp, Opèch. Ik had blijkbaar uitzonderlijk veel geluk om alles zo netjes aan te treffen: door een paar droge dagen voor ons bezoek was er geen enkele modderpoel, plas of iets dergelijks aan te treffen. Dat leek mij ook wel aangenamer voor iedereen, aangezien alles hier gewoon op een doek op de grond gelegd wordt om dan te verkopen. Ik zou de markt graag uitvoerig beschrijven, maar dat is zeer moeilijk. Er zijn zoveel dingen die tegelijkertijd gebeuren en de markt is één gezellige drukte. Het is een mengelmoes van geuren, kleuren, smaken, … Ik zou zeggen: kom dat zien, kom dat zien.

Als je dan toch zou langskomen, ga dan zeker ook eens naar Fort Liberté. Het ligt vlakbij de oceaan en je kan je er perfect voorstellen hoe mooi het fort er ooit moet uitgezien hebben. Op het moment dat wij er waren, was er trouwens in het fort zelf ook een ceremonie aan de gang. We wandelden er even rustig rond terwijl Jetro en Nelson in de branding naar schelpen en krabben zochten. Daarna gingen we lekker eten en keerden we terug naar huis. Ook dat is hier ondertussen al een gewoonte geworden: altijd als we ergens naartoe gaan, neemt Jeannine ons mee naar een plaats met één of ander idyllisch uitzicht en superlekker eten. Dat herinnert je er dus telkens aan dat Haïti eigenlijk een prachtig land is, waardoor het een bloeiend toerisme zou kunnen hebben. Maar dat heeft het dus niet…



We bezochten eveneens de hoofdstad. In januari 2010 was daar de grote aardbeving, dus ik had me wel voorbereid op een aantal intense taferelen. Toen we aankwamen, werd ik direct al met de keiharde realiteit geconfronteerd: letterlijk duizend vrouwen die over straat liepen waarvan zo’n 5% een voedselpakket had gekregen, alle andere vrouwen keerden met lege handen terug naar ‘huis’. Huis kan in Port-au-Prince ook zowat vanalles betekenen: enkele tentzeilen aan elkaar gesjord (al dan niet met zinken platen ertussen), een houten constructie, een stenen huisje, een villa, … Het leven in de stad is voor zowat iedereen eerder ‘overleven’: iedereen woont er op elkaar gepakt, hopen mensen proberen op straat hetzelfde product te verkopen, anderen proberen op een andere manier wat geld te verdienen. De littekens van de aardbeving zijn, na 3 jaar, nog duidelijk zichtbaar. De tweede verdieping is een halve verdieping geworden, de kathedraal is een ruïne, het paleis met de grond gelijkgemaakt, … Eigenlijk is ook Port-au-Prince niet in woorden te vatten: je moet het gezien hebben om je er iets bij te kunnen voorstellen.



Na zo’n goede twee weken is er eigenlijk een constante: het bewijs wordt keer op keer geleverd dat Haïti een prachtige natuur heeft, dan komt de verwondering over hoeveel buitenlandse organisaties werkzaam zijn in Haïti, gevolgd door de vaststelling dat er met dit enorme potentieel weinig gerealiseerd wordt. Dat kan dan twee kanten op: je kan berusten in je lot, of je kan proberen om er het beste van te maken. Naar mijn mening zijn de Haïtianen een volk die vooral de tweede optie kiezen, mits enkele uitzonderingen. En net dat maakt het land zo bijzonder. Een Belg die al 40 jaar in Haïti verblijft, omschreef het als volgt: “Het is een *****land, maar je kan niet anders dan er verliefd op worden”.

Arno

PS: in het mapje juni nog een aantal foto's toegevoegd!

maandag 13 mei 2013

Nieuwe foto's

Ik heb nog enkele foto's toegevoegd (in het mapje 'mei') die nog hoorden bij het vorige blogbericht.



Zonnige groetjes!

donderdag 9 mei 2013

Filmpje Peer Tutoring

Bonjou tout moun yo

Een voorproefje van het project, met klank en beeld!

http://www.youtube.com/watch?v=_vzE5yAcCUo&feature=youtu.be


Groetjes,
Katrijn

dinsdag 7 mei 2013

Stijgende temperaturen…

De voorbije weken gingen de lessen in het zesde leerjaar rustig verder. We belandden bij de voorlaatste techniek, namelijk het structureren van een tekst. We zouden de leerlingen leren hoe een mind map te maken. Dit bleek echter moeilijker dan in eerste instantie gedacht. Ik had er op voorhand misschien niet voldoende bij stil gestaan dat dit iets totaal nieuws was. Bovendien is het in strijd met alles wat ze gewoon zijn. Hier in Haïti is het de gewoonte om alles (letterlijk) uit het hoofd te leren, soms zelfs zonder dat het volledig wordt begrepen. Wij willen hen bij deze techniek leren om de belangrijkste informatie uit een tekst te destilleren en daar een structuurschema van te maken. Op basis van dergelijk schema zou je de inhoud van de tekst moeten kunnen reconstrueren. De eerste les was echt een chaos. De meester deed zijn best om deze techniek uit te leggen, wat ook voor hem niet evident is aangezien schema’s ook voor hem volledig nieuwe leerstof zijn. De leerlingen waren begrepen het niet. Dit was voor hen te complex, te onbeduidend. De concentratie vloog al snel door de ramen en deuren naar buiten…. Bij de volgende twee lessen werd ik van mijn stokje geblazen. Ondanks de moeilijkheidsgraad deden alle leerlingen hun best om op zoek te gaan naar sleutelwoorden en om dan te proberen daar een structuur in te brengen. Het was heel leuk en leerrijk om dat zoekproces te volgen. Met vallen en opstaan probeerden ze dit tot een goed einde te brengen. Achteraf bij de verbetering was ik positief verbaasd: er zaten echt heel goede schema’s tussen. Alweer besefte ik dat we niet te veel ineens kunnen verwachten: tipa tipa (stapje per stapje) komen we er wel!



De temperaturen stijgen hier zienderogen, ook in de klassen. Al zwetend zitten leerlingen in de klas te werken; zweetdruppeltjes staan op hun voorhoofden, pennen glijden tussen hun vingers. Met de eerste regens is het aantal muggen enorm toegenomen, wat voor gevechten tussen leerlingen en muggen zorgt (en ook wel tussen mij en de muggen)! Bovendien zijn dat niet de enige beestjes die hier dikwijls te spotten zijn. Momenteel zijn ook de tarantula’s volop van de partij. Gelukkig is er steeds de hulp van Jeannine om die reuzenspinnen te doden, ik help wel bij het gillen!

De kleutertjes werken hier ondertussen in TSL vrolijk verder met het programma van Mezi. Mezi, de muis, is de chauffeur van een trein waar in elke wagon andere beestjes zitten: 2 giraffen, 3 pauwen, enz. Wanneer we bij de volgende wagon van de 4 slangen kwamen, waren alle kleutertjes van de partij voor een heuse spel- en beweegvoormiddag: er werd over bewegende slangen gesprongen, slang en muis gespeeld, door een slang gekropen, enz. Dit zorgde voor heel wat plezier! De week daarop kwamen we bij wagon 5 waarin eendjes zaten. Hier stond vooral het cijfer 5 centraal en het ontwikkelen van het tellen met de vingers, wat leuker gemaakt met vingerpopjes en handschoenen.



Tot slot nog even vermelden dat het subtropische klimaat hier letterlijk een aantal vruchten heeft afgeleverd. De laatste weken konden we heel wat lekkers uit eigen tuin eten: watermeloenen, tomaten, ananassen, aubergines. Jeannine maakte zelfs chocoladepudding met cacao uit eigen tuin! Smakelijk!

zondag 21 april 2013

Terug naar school!

Ook aan een hele lange paasvakantie komt uiteraard een einde. De laatste periode voor het project is aangebroken. De eerste week was nog een beetje zoeken, want de eerste schooldag bleek de meester van het zesde leerjaar, mèt Jocelyn, afwezig te zijn. Hij kon dus in de namiddag niet op onze wekelijkse afspraak aanwezig zijn om de lessen van de komende week voor te bereiden. Al snel namen we de beslissing om woensdag toch naar de school te trekken en de les zelf te geven.

Zo gezegd, zo gedaan: ik gaf de eerste les na de vakantie over de techniek ‘moeilijke woorden’. In die les leerden de leerlingen waar ze een woord dat ze niet begrepen konden opzoeken, namelijk in de context van het verhaal, vragen aan iemand of het opzoeken in de woordenboek. Bij dat laatste trok ik mijn ogen open hoeveel leerlingen hier nog effectief moeilijkheden mee hadden. Om een voorbeeld te geven: L’environnement werd opgezocht bij de ‘L’ en om het woord ‘monticules’ op te zoeken, begon de zoektocht bij woorden die begonnen met ‘ma…’. Daardoor werd bij sommige groepjes in de peer tutoring al snel gefocust op ‘hoe zoek ik een woord op in de woordenboek’. Dit is direct één van de grote voordelen van peer tutoring: differentiëren tussen verschillende groepjes.



Vrijdag vertrok ik met hetzelfde plan naar de school: we zouden beginnen aan de lessen over de techniek ‘vragen stellen’ waarbij de leerlingen wordt geleerd om zich na het lezen van een tekst automatisch een aantal vragen te stellen (Wie? Wat? Waarom? Waar? Wanneer?). Voor de les begon, legde ik mèt Jocelyn kort uit waarover de les zou gaan, zodat hij op z’n minst wel kon volgen. Ik voelde dat hij echter zelf bereid was de les te geven. En jawel, zonder veel voorbereiding heeft hij de volledige les zelf gegeven. Ik was alweer onder de indruk: dit bewijst dat hij volledig mee is met de inhoud van het project en het systeem van de peer tutoring onder de knie heeft. Om deze techniek tot een goed einde te brengen, leren de leerlingen dat ze sleutelwoorden uit een tekst kunnen halen. Dit bleek echter gemakkelijker gezegd dan gedaan: wij zouden de helft minder sleutelwoorden selecteren dan hen… Zelfs de meester schreef tussen de sleutelwoorden veel details op. Om dan een antwoord te kunnen geven op de vragen, gingen ze terug de leestekst scannen op zoek naar de antwoorden. Dat was niet de bedoeling: als je alle sleutelwoorden opschrijft, kan je op basis daarvan antwoorden op de vragen wie? wat? wanneer? enz.? Op zo’n momenten besef ik dat ik soms nog te vaak met de Europese maatstaven in mijn hoofd zit en dat we misschien soms te veel verwachten. Het is leerrijk om op dergelijke concrete manieren geconfronteerd te worden met andere gebruiken.

De week erna werkten we via peer tutoring verder aan deze vierde techniek. ’s Woensdags was echter niet zo’n goede les. De leerlingen zaten meer te prutsen dan echt geconcentreerd te werken. Ook het echt samenwerken en discussiëren om op zoek te gaan naar sleutelwoorden, bleef onwennig, iets wat eigenlijk niet meer zou mogen. Bij thuiskomst heb ik dan alle oefeningen nagekeken en gecorrigeerd. En dat bleek een goed idee te zijn. Op die manier wisten de leerlingen dat hun antwoorden wel degelijk worden nagekeken, dat het niet zo maar een spel of een leuke afwisseling is wanneer wij komen lesgeven. Het corrigeren van de oefeningen had nog een extra voordeel. Er kwamen mij namelijk een aantal leerlingen het volgende zeggen: “Koulya a n ap konprann” (nu begrijpen we het). Blijkbaar was voor hen nog niet helemaal duidelijk wat in een tekst precies belangrijke informatie en minder belangrijke informatie is. Ze gingen daarna veel gerichter op zoek naar de juiste sleutelwoorden en ook het werken in de groepjes ging verbazend veel vlotter. Alleen was nu het probleem dat de helft van de klas zonder pen naar school kwam… het is opvallend dat ze bij ons telkens meer actief aan de slag moeten dan ze gewoon zijn. De focus ligt in andere lessen vooral op ‘luisteren’, waarbij ons de focus ligt op het zelfstandig leren én waarbij een pen onmisbaar is. Doordat ze zonder pen naar de school komen, wordt hun werktempo trager aangezien ze telkens hun pen moeten uitwisselen.



Na deze twee oefenlessen is wel duidelijk dat ze techniek vier voldoende beheersen. We kunnen nu verder op weg naar techniek 5 “het maken van een structuurschema”, waar de sleutelwoorden nog belangrijker worden. Een uitdaging voor ‘mijn’ leerlingen, maar ik hoop (en geloof) dat ze er in zullen slagen!


PS: wegens internetproblemen konden de foto's niet onmiddellijk worden geüpload, maar dat is nu in orde! In het mapje 'april' vinden jullie foto's van het project.

dinsdag 16 april 2013

Filmpje TSL

Een kort overzichtje van de huidige activiteiten in Ti Solèy Leve.
In beeld vooral de kleutertjes en mijn leerlingen van het zesde leerjaar!

https://www.youtube.com/watch?v=DOPJ1RXJc6U



woensdag 10 april 2013

Toerisme in Haïti

Tijdens de vakantie trokken Kelvin en ik een week naar Port-au-Prince. Maandagochtend vertrokken we rond 6u en tegen de middag waren we al gearriveerd. Dankzij het Carnaval werd de weg tussen Cap-Haïtien en PAP op de ergste plaatsen hersteld waardoor we aan een goed tempo de hoofdstad bereikten.

Dinsdag hadden we een toeristische dag gepland. ’s Ochtends bezochten we het nationaal museum. Een mooi onderhouden gebouw, vaste inkomprijs, een gids die ons de hele geschiedenis van Haïti beknopt maar duidelijk uitlegde. Het museum is gevestigd in het hartje van de stad en beschikt over enkele waardevolle rekwisieten zoals zwaarden en zakhorloges van belangrijke presidenten. Het meest spectaculaire bezit is een prachtige kroon van Soulouk, een historische figuur. Tijdelijk liep er ook een tentoonstelling van schilderijen. Fijne patronen en schitterende kleuren vroegen echt onze bewondering. We reden verder naar Fermathes, waar we in de ‘mission Baptiste’, een hapje aten, om daarna verder omhoog te rijden naar Fò Jàk (Fort Jaques). Uiteraard was dit nergens aangegeven, dus we moesten even zoeken om het te vinden. Na een tijdje bereikten we een groot dennenbos – zeldzamer in Haïti - waar het fort was gevestigd. Het werd gebouwd door een van de presidenten om PAP te beschermen tegen vijandige indringers. Het ontvangst voor toeristen is dan weer typisch Haïtiaans in de hoop een zaakje te doen: geen vaste prijs voor de gids, dit was te onderhandelen. Ook om het fort binnen te mogen, werd gepingeld: zonder geld ging de poort niet open. Toch waren we tevreden dat we dit fort hebben gezien. Het is al bij al mooi bewaard gebleven, hoewel het bij de aardbeving in 2010 een aantal zware beschadigingen opliep. Van op het fort hadden we een prachtig zicht op de megastad die PAP is geworden.

De volgende dag gingen we de iets minder toeristische kant van de stad op; we gingen namelijk op zoek naar een fiets voor Kelvin, op z’n Haïtiaans: na veel onderhandelen koos hij een goede, degelijke fiets voor weinig geld. Na de koop reden we naar Rue N naar een mooie artisanale winkel om vervolgens door te trekken naar ‘Fior di Latte’ waar, na de bedrukkende warmte in de stad, een lekkere ijscoupe heel gelegen kwam. Die dag ook verjaarde père Andrew, de scheutist bij wie we verbleven. ’s Avonds kregen we de kans om aan te schuiven aan een wel erg multiculturele tafel waar mensen uit de Filippijnen, België, Haïti, Kongo en Tsjaad samen zaten. We aten lekker Creools, er was taart als dessert en er werd zelfs gedanst op de typisch Haïtiaanse ‘kompa’. Het was een gezellige avond.

Donderdags stond er op het programma een interview met ‘Bon Nouvèl’, een creools tijdschrift, uitgegeven door de paters Scheutisten. We vertelden over het project in Akil Samdi en ze waren werkelijk onder de indruk. Al direct kregen we de vraag waarom we niet in meerdere scholen werkten. Ze zagen het meteen groots! Benieuwd hoe dat zal aflopen! Na dit gesprek gingen we nog naar de supermarkt voor een aantal aankopen. Terug bij Andrew volgde een rustige namiddag want de volgende ochtend moesten we om 5u opstaan.



We trokken naar Saut D’eau (of Sodo) waar we de zeer bekende waterval zouden bezichtigen. Ik keek mijn ogen uit: voor het eerst in Haïti zag ik iets dat goed voorzien was voor toeristen, een aangename verrassing. We betaalden een vaste prijs en een gids nam ons mee naar beneden via een mooi onderhouden trap. Het geluid van het water werd steeds sterker en ineens stonden we voor een krachtige waterval. Deze waterval is vooral in de voodoo van betekenis. Elk jaar is er in juli een grote ceremonie waar honderden voodoo gelovigen samenkomen om zich in de waterval te baden en offers te brengen. Voor andere Haïtianen is de waterval evenzeer een pelgrimsoord. Ook wij brandden een kaarsje. We waren werkelijk onder de indruk van de waterval, een prachtig staaltje natuur. Maar misschien waren we nog meer onder de indruk over het onderhoud van het domein en het respect voor toeristen, als tip voor andere bezienswaardige plaatsen in Haïti…

Langs een nieuwe aangelegde weg reden we richting Titayen. Op die weg zagen we verschillende vrouwen, met of zonder zwaar beladen ezel, te voet naar de markt lopen om het één en ander te verkopen: fruit, houtskool, wat groentjes. Vaak lopen deze vrouwen twee à drie uur in de volle zon. Ongelooflijk. In Titayen kochten we op de markt verse mango’s en reden we de gekende weg verder naar Akil. Terug thuis ben ik, goed bijgetankt, klaar om nog een aantal weken in het project te vliegen.


PS: enkele vakantiefoto's werden in de map van maart toegevoegd, de foto's van PAP zitten in het mapje van april.

woensdag 20 maart 2013

Plotseling!

Op woensdag 6 maart begonnen we in het zesde leerjaar de lessen van de derde techniek, namelijk “moeilijke woorden”. Het eerste punt handelde over verwijswoorden. Het is namelijk belangrijk te weten welke informatie een verwijswoord geeft om te begrijpen waarover de tekst gaat. Ik mocht die dag zelf nog eens lesgeven want mèt Jocelyn was afwezig. Hij had examens voor een cursus economie die hij volgt aan de universiteit in Fort Liberté. Ik was tevreden over het algemene verloop van de les. Er was een vlotte interactie en de leerlingen waren aandachtig. Ze deden enthousiast mee met de oefeningen en gaven al snel zelf veel voorbeelden. Ook wanneer ik daarna de oefening verbeterde was ik tevreden over het resultaat: ze wisten goed wat verwijswoorden waren.



Donderdag deed ik dus vlijtig verder met voorbereiden van de peer tutoring voor vrijdag en begon ik zelfs al aan de lessen voor de week daarna… tot plots het nieuws kwam dat het de volgende dag geen school zou zijn én de week erna de examens begonnen! Ik viel uit de lucht, want dat wilde zeggen dat het project voor een aantal weken plat zou liggen. Zo gaat dat hier: ineens komt een beslissing… of die is al langer gebeurd , maar iedereen wordt pas op het laatste nippertje op de hoogte gebracht.

In het weekend werden we dan verblijd met nog meer plots nieuws: het uur was namelijk veranderd, ons door de pastoor op de hoogte gebracht. De eerste dagen waren alweer heel verwarrend: sommigen werkten met het nieuwe uur, anderen zaten nog op het oude uur. Er waren er ook die op de hoogte waren van de uurwissel, maar toch liever nog een aantal dagen op het oude uur bleven. Die algemene verwarring bracht ook veel vragen met zich mee: hoe laat zal de school beginnen? Hoe laat zullen de tuinmannen hier zijn? Dat heeft zo een kleine week geduurd. “L’histoire se repète”: in oktober maakte ik ongeveer hetzelfde mee.

De kleutertjes kwamen nog een paar dagen. Op donderdag viel hun laatste dag voordat ook voor hen de paasvakantie begon. De drie groepjes kwamen naar TSL voor allerlei activiteiten. Ze zongen, speelden met blokken, deden kleine spelletjes en gingen naar de pasgeboren eendenkuikentjes kijken. Alle kinderen werden gemeten want ze hadden het in de klas over ‘groter dan, kleiner dan, grootste, kleinste’. Ze maakten ook allemaal een kroon met pluimpjes, omdat ze over een pauw hadden geleerd. De vorige dag had ik verschillende tijdschriften daarvoor verknipt om mooie pluimpjes te hebben (en ineens heb ik dan wat oude tijdschriftjes uit 2006 en 2008 gelezen!). Op het einde van de voormiddag kregen de kleuters hun mapje met al hun werkjes van dit trimester. Ook kregen ze wat snoepjes én een cadeautje: voor iedereen een mooi armbandje, de meisjes met vrolijke kleurtjes, de jongens met voetballetjes. Allen met hun kroon op hun hoofd en fier op hun gemaakte knutselwerkjes, gingen ze de poort van TSL door, klaar voor de vakantie! Het was een heel leuke dag! De kleutertjes hebben zich goed geamuseerd en ik ook! Op dat moment begon ook voor ons de vakantie…

Eerste activiteit op ons programma was alweer een dagje naar de Dominicaanse om boodschappen. Het was een vrijdag, dus grote markt in Dajabòn. Ik heb dat nu al dikwijls gezien, maar ik zal niet snel wennen aan die chaotische drukte en het haastig heen- en weergeloop om de Haïtiaanse camions te vullen met de verder te verkopen goederen. Alvorens naar Akil terug te keren, deden we onszelf tegoed aan een restaurantbezoekje met een glaasje wijn én een magnum! Pure verwennerij! Op de terugweg naar Akil zaten we vast achter de camion die op vrijdag de ‘madams Sara’ (een naam die hier wordt gebruikt voor vrouwen die commerce doen) vervoert van Akil naar Dajabòn en terug naar Akil. Midden in de nacht vertrekt deze al toeterend, goed geladen met de Akilse Sara’s. In de namiddag keert hij dan terug over de hobbelige weg. Wanneer wij de camion zagen, moest hij net een steile helling omhoog, vol putten. De eerste poging was mislukt: er moest een heel deel van de vrouwen uitstappen. Een aantal mannen stonden er op te kijken, zonder de vrouwen even te helpen. De vrouwen trokken hun plan! Een tweede poging kwam, maar ook nu geraakte hij niet tot boven. Het is een hilarisch beeld: terwijl de camion met volle kracht naar boven rijdt, lopen een aantal jongens met grote houten blokken achter de camion. Die grote blokken kunnen zo nodig als rem, achter de banden gelegd, worden gebruikt. Nog meer vrouwen klauterden uit de camion voor een derde poging met volle gas: eindelijk gelukt! Boven aangekomen zette de chauffeur zich aan de kant zodat we konden voorbij steken (wat niet altijd even eenvoudig is op de smalle weg). Een eindje verder stonden dan alle vrouwen te wachten om terug in te stappen. Het zou nog wel even duren vooraleer zij in Akil zouden aankomen. Een beetje later begon het hard te regenen. Ik dacht direct aan alle vrouwen met hun koopwaar die in de kletsende regen Akil naderden… Wat een leventje… een leven dat zoveel harder is dan het onze, een leven met zoveel onzekerheden, vol uitdagingen…



In het voorbije weekend woonden we dan een feest bij in de kapel van Haut-Marion, ter ere van Jozef, de patroonheilige van de kapel. We reden met père Janvier mee, over de hobbelige weg, een heel eind weg van het centrum van Akil Samdi, diep in de bossen en de bergen. De kapel bestond uit een houten staketsel met een dak dat voor de helft bestond uit golfplaten. De andere helft was bedekt met blauwe plastic. Aan de zijkanten hingen doeken, met allerlei motiefjes, om het zonlicht (en de warmte) buiten te houden. De decoratie bestond uit plastic bloemen en slingers (= WC-papier dat in slingers was opgehangen). Van overal werden (tuin-)stoelen aangebracht, een kakofonie van kleuren. Snel werd nog een kleine generator aangezet om de muziekinstrumenten en de micro aan te sluiten. De chiro was paraat met vlaggen, trommels en trompetten om het begin van de mis aan te kondigen. Al snel zat de kerk vol met een allegaartje aan mensen, uitgedost in hun beste tenue. De mis begon, er werd gebeden en vrolijk (en soms ook wel vals) gezongen. Acht meisjes, met roze rokjes en bijpassende strik in hun haar, dansten op kousenvoetjes gedurende de hele viering. Al bij al ging de mis nog goed vooruit, na een uur en een half was deze gedaan. Het was echter iets te voorbarig geweest om te denken dat we naar huis konden. Er werden een hele hoop aankondigingen gedaan, waarna zowat alles en iedereen door père Janvier werd bedankt voor de realisatie van dit feest. Daarna nam de secretaris van de kapel het woord om diezelfde “zowat alles en iedereen” te bedanken. Ook wij werden twee maal uitgebreid bedankt terwijl wij eigenlijk slechts te gast waren. Zo waren we alweer terug één uur verder. En als we dan al dachten dat het tijd was om terug naar TSL te keren, waren we alweer verkeerd. Er was namelijk nog rijst met bonen, worteltjes en geitenvlees voorzien voor iedereen. Daarna was de tijd echt wel rijp om iedereen nog een prettige namiddag te wensen en te vertrekken. Op de terugweg zagen we nog iets grappig. Sommigen moeten namelijk erg lang wandelen vooraleer de kerk te bereiken. Eén van de vrouwen had er niets beter op gevonden om haar gemakkelijke schoenen in de struiken te verstoppen, zodat ze na de mis haar mooie blinkende schoentjes kon inruilen voor gemakkelijk zittende sloffen. Een zelfredzaam volkje, dat heb ik wel al geleerd!

maandag 11 maart 2013

Foto's

Wegens internetproblemen had ik de foto's die bij het vorige blogbericht horen nog niet online kunnen zetten. Maar dat is nu opgelost! Nieuwe foto's dus in het mapje "Foto's maart".


vrijdag 8 maart 2013

Tonbe ak leve...

De dagen glijden voorbij: het project is aanbeland bij de tweede fase, meer bepaald het aanleren van leesstrategieën die de leerlingen zullen helpen een tekst beter te begrijpen. Concreet zullen de leerlingen van het zesde leerjaar in de komende weken zes dergelijke strategieën leren. Alvorens met de (voorbereidingen van de) lessen te beginnen, had ik nog een leuk werkje en werd mijn creatieve kant aan het werk gezet. Ik maakte bladwijzers die voor de leerlingen als een gids doorheen het hele project zullen dienen. Het is een vrolijk gekleurde kaart waar de zes technieken een plaatsje krijgen en die de leerlingen tijdens het project altijd kunnen gebruiken.

De eerste theoretische les ging over ‘voorkennis’, meer bepaald nadenken wat je al weet over een bepaald onderwerp. Dit kan je een oriëntatie geven in het lezen van een tekst of verhaal. De leerkracht gaf een heel duidelijke en heldere uitleg aan de leerlingen. Hij vulde de les alweer aan met eigen voorbeelden. Toch kwamen Kelvin en ik eerder teleurgesteld terug naar TSL. De leerkracht deed naar onze mening zo zijn best om de materie grondig aan te pakken dat de les langdradig werd, met als gevolg dat de leerlingen hun concentratie verloren. Er werd gebabbeld en gegiecheld. Het voelde bovendien aan alsof de leerkracht de babbelende leerlingen niet genoeg terecht wees. Toegegeven, het is geen gemakkelijke klas, maar we hadden toch het gevoel dat er strenger kon opgetreden worden. Misschien werd hij afgeremd door het feit dat wij in de klas zaten? Na afloop van de les keken we de werkblaadjes na en tot onze opluchting bleek dat de antwoorden van de leerlingen toch grotendeels correct waren. We konden de volgende les dus een stap verder zetten tijdens de peer tutoring. In deze lessen oefenen de leerlingen de geziene leesstrategie in samen met een leesmaatje.




Deze eerste peer tutoring was een schot in de roos. De leerlingen hebben gedurende de hele les geconcentreerd aan hun oefeningen in hun leesteam gewerkt. Heel intrigerend om te zien hoe ze stapje per stapje zich een weg zochten in deze nieuwe instructiemethode; onwennig zowel voor de leerlingen als voor de leerkracht. De leerkracht besefte snel dat peer tutoring de mogelijkheid schept om meer individuele feedback te geven aan de leerlingen en hij paste zich verrassend snel aan aan zijn nieuwe rol. De leerlingen zelf zochten hun weg door ons veel vragen te stellen: “hoe moeten we dat juist samen overleggen?”. De leesteams waren samengesteld op basis van hun resultaten op het examen Creools in december. Zo konden we goede teams samenstellen waarbij een sterkere leerling bij een iets zwakkere leerling werd geplaatst. We merkten echter dat in sommige groepjes het praten eerder moeilijk verliep, andere groepjes waren snel weg met het systeem.

Al bij al waren we tevreden over de eerste lessen en verdienden we dus zeker de volgende pauze. Het was Kelvin zijn verjaardag, met een uitstapje naar de zee op het programma, meer bepaald naar Cormier Plage. We hadden er een prachtig zonnige lentedag uitgekozen, met temperaturen net over de 30°C (ik wil niemand jaloers maken hoor). We hebben een beetje uitgerust, in de zon gelegen en lekker gegeten. Wat opviel, was dat we omringd waren door blanken; even vroeg ik me af of we wel in Haïti waren. De UN en mensen van allerlei projecten en bedrijven waren van de partij om ook van een rustig dagje aan de zee te genieten. Na deze ontspanning was het weer “werkentijd”.

Afgaande op de eerste theoretische les, besloten we om tijdens de wekelijkse bespreking met de leerkracht, mèt Jocelyn, een aantal zaken te bespreken. We wilden hem zeker bevestigen in de manier waarop hij de lessen had gegeven. Tegelijk wilden we hem een aantal tips meegeven hoe hij de les anders kon aanpakken zodat de leerlingen minder hun aandacht verliezen en een aantal tips i.v.m. straffen en belonen. Al snel nam hij zelf de draad mee op en begon hij mee na te denken hoe we dit praktisch in de klas konden realiseren. Dat getuigt volgens mij van een inzet die ik steeds apprecieer.

De week erna geloofden we inderdaad vooruitgang te zien. We moeten wel realist zijn: we kunnen niet alles in één keer veranderen, het zal dus nog wel wat tijd vragen (maar ik ben hier ook nog drie maanden, dus nog tijd voldoende!). De tweede theoretische les, voorspellen, verliep vlotter. Hier leerden de leerlingen dat ze op basis van de titel en de prenten kunnen voorspellen hoe een verhaal of tekst zal verlopen. Ook dit kan hen later helpen om de tekst beter te begrijpen. We hadden de leerkracht onder andere als tip gegeven om de banken iets verder uit elkaar te zetten en de leerlingen te verplichten met twee naast elkaar te zitten (i.p.v. met 3 of soms met 4 op één bank). Deze verandering op zich bracht al veel op. Ze zaten daarbij ook nog eens naast hun peer tutoringmaatje en dus niet hun beste vriendje in de klas; weer een reden minder om te babbelen. Ook de tweede les peer tutoring was een grote sprong vooruit. De leerlingen worden gewoon aan het systeem, al zie je dat sommigen toch nog veel vragen hebben op welke manier ze nu eigenlijk moeten samenwerken of het onwennig vinden om te babbelen/te overleggen met iemand die ze eigenlijk niet zo goed kennen. Inhoudelijk is er ook vooruitgang: de antwoorden op de opdrachten beginnen meer gestructureerd te worden en krijgen meer zin. Ik ging met een zeer tevreden gevoel terug naar TSL: hopelijk vorderen de volgende lessen in dezelfde trend, want elke strategie wordt ook moeilijker.

Des te meer besef ik dat het peer tutoringsproject een leerproces is zowel voor mezelf als voor de leerlingen én de leerkracht. Een proces met vallen en opstaan (tonbe ak leve), met pieken en dalen. Een uitdaging die ik met veel plezier nog een tijdje aanga!

donderdag 28 februari 2013

Boodschappen doen...



Zoals in elk gezinnetje en in elk huishouden, moeten ook hier af en toe boodschappen gedaan worden, en ik stel voor dat we dat eens samen gaan doen.

We maken een lijstje. Wat hebben we nodig?
- Wat fruit en groenten,
- confituur en choco,
- vlees en kaas,
- brood,
- eten voor de honden
- speciale oogdruppeltjes voor Arlette
- kopieën van de werkblaadjes voor de kleuters.
Al snel wordt duidelijk dat we dit allemaal niet vinden in Wanament (het meest nabij gelegen groter dorp in Haïti), we zullen de grens moeten oversteken naar de Dominicaanse Republiek. Dat wil zeggen ‘s avond duidelijk opschrijven in welke winkels we moeten zijn, wat we precies nodig hebben en tellen hoeveel geld we zullen nodig hebben.

’s Ochtends, 8u30 vertrekken we vanuit TSL, Akil Samdi richting Wanament voor een autorit van ongeveer 40 km., een 50-tal minuten op een smalle en onverharde weg. De chauffeur probeert zoveel mogelijk de putten te vermijden maar niettemin worden we door elkaar geschud en komen er meerdere krassen op de auto door de stekelige planten langs de weg. Hier en daar wordt de savanne platgebrand; geen zelfontbranding door het warme weer, maar door de mensen aangestoken, uit gewoonte. We laten een zucht van opluchting als de asfaltweg voor onze ogen ligt, het blijft nog 10 minuten rijden. Het is opletten geblazen (letterlijk toeterend!) voor de vele brommers die voorbij razen, de ezels die met goederen op hun rug langs de kant van de weg slenteren en de niet altijd voorzichtige kinderen, uitgedost in hun kleurige uniformen, op weg naar school. Telkens weer verbazen we ons erover hoeveel koopwaren sommige Haïtianen tegelijk op één taptap kunnen stapelen en hoe sommigen zich een gratis rit veroorloven, hangend achteraan een busje.

We komen aan in Wanament. Daar moeten we eerst naar de bank om geld af te halen. We hebben te veel boodschappen om te voet de grens over te steken, dus we brengen papieren in orde voor de auto. Of we proberen een andere en vluggere methode: we steken over met papieren die al vervallen zijn, Jeannine betaalt het desinfecteren van de autobanden en zegt dat ze gehaast is omdat Katrijn (zogezegd) ziek is en naar de dokter moet. Ik heb dan maar eens zielig gekeken. We glimlachen nog eens vriendelijk naar de mannen van de UN met hun geweren in de hand.

Slechts één brug verder komen we in een totaal ander land, met een Latijns-Amerikaanse cultuur, een andere taal én een andere munteenheid, peso. Eerste stap in de DomRep. is dus geld wisselen: Amerikaanse dollars, euro’s of Haïtaanse gourdes voor Peso. Dan werken we op een sneltempo de boodschappen af, zoeken we de weg in het doolhof van Dajabon. We nemen ze op een rijtje: de kopiewinkel, de dierenwinkel, de bakker en de supermarkt. We hadden zo graag choco gekocht, maar dat vonden we niet. En dat gebeurt meermaals, ook bij andere producten. We eten dus wat we op dat moment vinden. Is er veel kip en vinden we niet gemakkelijk ander vlees, dan eten we twee of drie dagen kip. Telkens weer staan we met grote ogen te kijken naar het fruit en de groenten die men in Dajabon verkoopt. Mooi en groot en niet zoals in Haïti: klein, verschrompeld, …. Daadwerkelijk: één brug verschil… Als de auto vol zit met boodschappen, kopen we meeneemkip, frietjes en “banann peze” (gebakken kookbanaan). Om half 2 komen we thuis, moe van de trip en de warmte die hier bedrukkend kan zijn. We eten snel ons afhaalmiddagmaal en gaan dan op ons bed liggen om te bekomen van het intensieve werk. De boodschappen sorteren en op zijn plaats zetten, is voor later. Jeannine schrijft haar uitgaven in. We zitten goed voor een week want dan…

… ja dan, gaan we weer “eenvoudig” boodschappen doen, een uitdaging, een avontuur, elke keer opnieuw!

donderdag 14 februari 2013

Madigra, m pa pè ou!

Na de festiviteiten van Kerst en Nieuw begon Haïti zich voor te bereiden op Carnaval. Die voorbereidingen waren zowel zichtbaar in Ti Solèy Leve als in de straten van Akil Samdi, het was altijd op de achtergrond aanwezig de laatste weken. Stilletjes aan begon ik dan ook te beseffen dat Carnaval een groot evenement is voor de Haïtianen.

In TSL werd met de coaches een voorbereidingsvergadering gehouden want carnaval kon aan de kleuters niet weerhouden worden. Carnaval vraagt om creativiteit, knutselactiviteiten, verkleden en zingen; daar waren we het allemaal over eens. Er werden ideeën uitgewerkt voor alle klassen, zowel voor de kleintjes als de oudere kleutertjes. Grove en fijne motoriek, aanvankelijk rekenen, voorbereidend lezen, kleuren en vormen, taalvaardigheid, het zat allemaal verweven in het themapakket. Opnieuw volgde ik vooral de derde kleuterklas. Zij maakten kleurige hoedjes, een muizenmasker en een masker van Batman. Ze maakten ook een eigen Madigra-mannetje op papier. Madigra zijn kinderen of mannen die zich verkleden in kleren die ze vol met stukjes papier kleven (in werkelijkheid gebruiken ze daar meestal hun “afgedankte?” schoolboeken voor). De kleuters hebben we toch maar gewoon papiertjes gegeven om te scheuren. Het leverde prachtige resultaten op! Ze maakten daarnaast ook hun eigen Siray. Siray’s zijn in tegenstelling tot de Madigra helemaal in het zwart en hebben vleugels. Zij hebben iets schrikwekkends over zich. In het echt smeren zij zich in met olie of met modder. Met de kleuters werd de vorm van een siray uitgesneden in karton, helemaal in het zwart geverfd en daarna kregen ze een kleurrijk gezicht. Kortom: er werd getekend, gekleurd, geknipt, gekleefd, gescheurd, geverfd, …. waarbij de fijne motoriek centraal stond: check!

Na al dat knutselplezier, werd het tijd voor het echte werk. Vanaf de 1e tot de 3e kleuterklas kwamen alle leerlingen op bezoek in TSL om te zien hoe Jimmy zich als Madigra en Siray zou verkleden. De stembanden werden getraind en alle carnavalsliedjes passeerden de revue. Een masker van Batman deed de ronde terwijl de kindjes elkaar schrik probeerden aan te jagen. Toen begon Jimmy zich als Madigra te verkleden. Toen hij zijn broek aandeed, deden er verschillende kindjes al een stap achteruit. Hij deed toen zijn T-shirt aan en nog meer kleuters deinsden naar achteren. Toen hij uiteindelijk het masker aandeed (dat er wel wat eng uitzag, als een piraat), kropen er een aantal kleuters op de schoot van de coaches en begon er zelfs eentje te wenen. Anderen waren heldhaftiger en durfden de Madigra een hand geven.

Madigra m pa pè ou
se moun ou ye.
Se paske ou maske
ki fè ou lèd.

Madigra, ik heb geen schrik
want je bent maar een gewone mens.
’t Is omdat je gemaskerd bent
dat je lelijk bent.


Als kers op de taart was er de carnavalsstoet met de kleutertjes. Ze vertrokken op pad met hun hoedjes die ze zelf gemaakt hadden met glitters en felle kleuren verlicht door de zon, schmink op hun lachende gezichtjes, met hun eveneens zelfgemaakte siray in hun hand en uit volle borst zingend. Er werden tamboerijnen en trommels bovengehaald en Jimmy als Madigra kwam hen vergezellen. Ritmisch bewoog de stoet zich verder. We konden niet op straat omdat een aantal ouders dat niet wilden, maar gelukkig is de tuin hier groot genoeg. Dat nam niets weg van het plezier dat we beleefden: al zingend met 60 kleutertjes door de tuin, het was een fantastische voormiddag!



Ook in de straten van Akil, was er steeds meer van carnaval te merken. Elke zondag lagen er meer gescheurde papiertjes op de weg doordat de kinderen verkleed als Madigra in de straten hun papiertjes verloren. Typisch ook voor deze Madigra is dat ze rondlopen met een ‘kach’, een zelfgemaakte zweep van bladeren en touw. Dit blijkt nog een oude gewoonte te zijn die is overgebleven van de eerste carnavalsrituelen in Haïti. Ze proberen er om ter meest lawaai mee te maken. Ook Jetro maakte zo een zweep. Het slaan van de zwepen was een terugkerend geluid de voorbije weken.

Op de echte carnavalsdagen (10, 11 en 12 februari) kwamen carnavalsgroepen Akil plezieren. Charline en ik gingen bij Marie-Louise aan straat zitten wachten tot ze voorbij kwamen. Dat deed me denken hoe we vroeger bij oma aan straat wachtten op de kermiskoers die voorbij zou rijden. De carnavalsgroepen bestaan voornamelijk uit Madigra met verscheurde schoolboeken en alle mogelijke maskers, zelfgemaakt of gekocht op de markt: Spiderman, een oude blanke man, een clowngezicht, een piraat, enz. Ik zag ook één Siray. Eerst dacht ik dat die man zich verkleed had als een boomstam. Hij was helemaal met modder ingesmeerd en had een groot karton op zijn hoofd. Daarna zag ik pas dat hij ook vleugels uit karton had. Hij had zelfs een slang mee, dat had ik niet verwacht! De reactie “blan pè koulèv”, namelijk dat ik schrik had van slangen, deed dus snel de ronde. Vooraan de groep loopt een man met de groepsvlag. De carnavalsgroep wordt begeleid door een muziekgroep, meestal een aantal mannen, eentje die de fles drank draagt, de anderen die spelen op trommels en bamboes, de geur van alcohol verspreidend. Met de heupen wiegend op de muziek en luidkeels zingend, baant de groep zich een weg door de stoffige straten. Weglopende en gillende kindjes zijn daarbij een passend en veelvoorkomend fenomeen. Zo zei JackSindy (zoontje van Marie-Louise) heel fier tegen mij: “m pa pè” (“ik heb geen schrik”), maar als de groep te dicht kwam, liep hij zo snel mogelijk op zijn kleine beentjes terug naar mama. De kleutertjes van de derde kleuterklas die mij tegenkwamen, bleven opvallend dicht tegen me hangen (of plakken zelfs). Er was een klein meisje die in de straat al wenend naar mijn hand zocht en zich achter mij verstopte omdat een Madigra naar haar keek.

De grote nationale carnaval vond dit jaar plaats in Cap-Haïtien. Straten werden opnieuw aangelegd, men plaatste grote tribunes, er waren kortingen op binnenlandse vluchten tussen Port-au-Prince en Cap-Haïtien, discussies over welke groepen zouden deelnemen aan de stoet, het stadscentrum werd volledig afgesloten, enz. President Martely kondigde zelfs aan dat vanuit Port-au-Prince de taptaps 20 Haïtiaanse dollar goedkoper waren dan normaal. Een carnaval voor de businessmensen en niet meer voor het gewone volk, een carnaval dat veel te groots wordt opgevat, een carnaval waar heel veel geld aan uitgegeven is (is er nog geld over om de school te kunnen starten?). Wij gingen dan ook niet tot daar uit schrik voor een massa volk.

De carnaval was in Akil Samdi niet zo heel spectaculair, maar ik was verbaasd hoe ze met weinig middelen toch nog van alles proberen doen. Ik heb een idee gekregen hoe ze hier carnaval vieren en ik heb ervan genoten! Het is zoals Jeannine al dikwijls heeft gezegd: “geef de Haïtianen een half jaar carnaval en een half jaar voetbal en ze zijn gelukkig”.

woensdag 6 februari 2013

Voorbereiding op Peer Tutoring...

Ondertussen loopt het peer tutoringproject al gedurende drie weken in het zesde leerjaar op de Baptistenschool. De voorbereidende lessen waarbij de leerlingen vaardigheden leren om samen te werken, zijn achter de rug. Een verslagje van de eerste les (i.v.m. een goede luisterhouding) gaf ik al in het vorige blogbericht, nu volgt de rest. Na de eerste les die Kelvin en ik gaven, was het telkens mèt Joslyn die de les zelf gaf. Hij doet dit met veel enthousiasme en een grote gedrevenheid. Hij heeft er heel wat voor over om ervoor te zorgen dat de leerlingen een succesvol staatsexamen afleggen op het einde van het schooljaar. Elke les staan we verbaasd hoe grondig hij de leerstof aanbrengt. Normaal gezien duurt een les hier 30 minuten; hij laat ze steevast tussen 1,5 uur en 2 uur duren. Hij geeft een heldere uitleg en vult de lessen aan met duidelijke voorbeelden.

De tweede les had als thema “hoe kan ik een complimentje geven aan mijn leesmaatje?”. Er werd vooral ingegaan op het verschil tussen een verbaal compliment (iets zeggen, bv. “goed gedaan”) en een non-verbaal compliment (een gebaar, bv. een schouderklopje). Deze les werd gegeven aan de hand van een rollenspel. Voor de leerlingen die het toneeltje moesten spelen, hadden we een klein kaartje gemaakt met een uitleg plus het tekstje dat ze moesten zeggen of het gebaar dat ze moesten doen. Omdat dit voor de leerlingen iets heel nieuw was, lazen ze niet enkel hun tekstje, maar ook de uitleg voor. Het toneeltje viel dus een beetje in duigen, maar de leerlingen vonden het heel grappig, zo ook wij.

De derde les ging vervolgens over hoe je fouten kan verbeteren wanneer je leesmaatje leest. Dit bleek een moeilijke les te zijn. Bij een bepaalde oefening moesten ze een lachende smiley kleuren wanneer het antwoord goed was, een triestige smiley als het antwoord niet goed was. Niet de inhoud op zich bleek daarbij moeilijk te zijn, maar het aanduiden van de correcte smiley. Soms wisten de leerlingen het juiste antwoord te vertellen, maar werd een verkeerde smiley gekleurd. Mèt Joslyn moest meermaals de betekenis van beide smileys herhalen. Wij maakten direct de bedenking hoe het mogelijk is dat de leerlingen voor biologie bijvoorbeeld alle mogelijke kleine details moeten kennen, maar rond (het erkennen van) emoties amper wordt gewerkt. Dit zou volgens ons basisstof moeten zijn. Ook in deze les keek ik mijn ogen uit. Mèt Joslyn had de leerlingen gevraagd om de smileys met een potlood in te kleuren. Plots verdween de helft van de leerlingen uit de klas om even later met een potlood in de hand terug binnen te komen. Zij waren in de klas van broer of zus binnen gelopen om een potlood te lenen. Een andere leerling gebruikte de potloodpunt van een passer, een andere gebruikte tegen beter weten in gewoon een pen, nog een andere leerling wachtte geduldig op haar buurvrouw tot wanneer zij alle smileys had gekleurd om daarna zelf aan de slag te gaan. Wat wij onze kindjes in België allemaal meegeven in een pennenzakje en hetgeen wij als logisch beschouwen, wordt hier uitgedaagd…

In de volgende les werd gewerkt rond de techniek “elkaar vertrouwen”. Dit wilden Kelvin en ik doen aan de hand van twee vertrouwensspelletjes. Net die ochtend bleek Kelvin ziek en trok ik met Jeannine naar de school. Het werd niet enkel een les rond vertrouwen, maar het onderwerp werd veel breder beschouwd. Er werd gewerkt rond het feit dat elkaar vertrouwen een zekere band oplevert tussen mensen, dat niet enkel alleen (en voor onszelf) moet kunnen gewerkt worden, maar dat we ook samen moeten werken en naar een gemeenschappelijk doel moeten kunnen streven. Voor de leerlingen van de zesde klas duidelijk weer allemaal nieuwe informatie: hun ogen stonden wijd open. Toen we de spelletjes speelden, stond er een glimlach op hun mond.

Als kers op de taart van deze voorbereidingsperiode, werd er een groot spel gespeeld waarbij de vier technieken herhaald werden, vooral om te kijken of ze klaar waren om aan de peer tutoring te beginnen. Wanneer we met het spelbord in de klas kwamen, waren er heel wat nieuwsgierige blikken. We schikten de banken een beetje anders zodat elke groep het spelbord goed kon zien. De bedoeling van het spel was om zo snel mogelijk de hele cirkel rond te gaan en in het midden te eindigen (zie foto’s voor de duidelijkheid). Tegelijkertijd moesten ze zoveel mogelijk punten verzamelen. Dit konden ze doen door een goed antwoord te geven op de weet- en doevragen die we hen stelden. Tegelijkertijd kreeg elke groep een woordzoeker waar ze 5 extra punten mee konden verdienen. Wanneer het spel begon, merkten we al snel dat ze dit niet gewoon zijn. Eerst was er de dobbelsteen: het feit dat je evenveel stappen mag verzetten als ogen die je hebt gegooid, was al een eerste moeilijkheid. Het vlagje van hun eigen kleur op het spelbord terugvinden, bleek de volgende uitdaging te zijn. Daarna de stappen zetten: ze wisten soms niet waar ze moesten beginnen, welke richting ze moesten uitgaan, er werden soms vakjes voorbijgegaan. Hoe langer het spel doorging, hoe meer ze er wel mee weg waren. Dan waren er natuurlijk ook nog de vragen. In het begin ging het traag en dachten de leerlingen lang na over welk antwoord ze moesten geven. Ondanks dat we er op wezen dat ze samen in hun groepje konden overleggen, keken ze elk een andere kant uit terwijl ze nadachten. Na verloop van tijd ging ook dit vlotter. Meestal waren de doe-vragen een rollenspel, dus dat leverde grappige taferelen op. Hoe verder het spel vorderde, hoe meer hun competitiedrift bovenkwam. Ze hadden door dat je door een zes te gooien, ineens veel stappen op het spelbord mag zetten en dat je door een juist antwoord te geven, een punt verdient. Vanaf dat moment waren ze elkaar aan het aanmoedigen, deden ze meer hun best om goede antwoorden te geven en de rollenspelen goed te doen. Het was voor ons een interessante ervaring om de leerlingen te observeren, hen die nieuwe zaken te zien ontdekken en ervaren. We hebben nu ook een zicht op welke leerlingen al dan niet weg zijn met de technieken die ze geleerd hebben. De rollenspelen lieten ons daarnaast zien of ze de geleerde materie ook kunnen toepassen. Wanneer het spel gedaan was, vroegen we hen of ze het spel nog eens een tweede keer wilden spelen. Het antwoord was duidelijk: “wi!”.

Nu zal het project in de klas een paar dagen stil liggen om plaatst en tijd te maken voor carnaval, een belangrijke gebeurtenis in het leven van elke Haïtiaan. Daarover later meer. Benieuwd trouwens hoe lang de vakantie deze keer zal duren… Voor ons de tijd om verder de volgende lessen voor te bereiden.

Wat me begint op te vallen als ik naar de school loop, is het aantal kindjes zonder uniform: kindjes die niet naar school gaan, maar water gaan halen aan de pomp. Door hier langer te zijn, vallen ook andere zaken op i.v.m. de school. Op een bepaalde ochtend waren we iets vroeger op school; of we waren niet echt vroeger, maar er is geen echt vast tijdstip wanneer de school begint, dus we konden de start van de schooldag nog meemaken. Elke ochtend wordt namelijk met alle leerlingen het volkslied van Haïti (in het Frans i.p.v. Creools!) gezongen terwijl enkele leerlingen de Haïtiaanse vlag hijsen. Er is een fluitsignaal, alle rechterarmen gaan de lucht in, gezamenlijk wordt gezongen, alweer een fluitsignaal en de armen naar beneden. Tot daar de orde en de structuur, want na het fluitsignaal hollen alle leerlingen door elkaar naar hun eigen klaslokaal. Een zandwolk stijgt op en laat een teken van de chaos achter. Een andere ochtend, iets later, zag ik een mama al roepend en zwaaiend met een tak achter een klein meisje zitten. Ze moest zich haasten van haar mama, want ze zou anders te laat op de school geweest zijn…


Als afsluiter nog een grappig weetje. Omdat in het Creools bepaalde letters anders worden uitgesproken, hebben ze hier de gewoonte om (plaats)namen vanuit Amerika of Europa te veranderen naar het Creools. Zo las ik deze week in Bon Nouvel, een plaatselijk tijdschriftje, een artikel over Martely, de Haïtiaanse president, en zijn bezigheden van de laatste maanden. Blijkbaar had hij een meeting met een zekere Emàn Vann Wompi ofwel: Herman Van Rompuy!

donderdag 24 januari 2013

Pwoje a te komanse!

Sinds de komst van Kelvin begin januari is het project in een stroomversnelling gekomen. Nadat hij zich volledig had geïnstalleerd in zijn huisje en wij allen waren uitgerust van ons grensavontuur, begonnen we aan de voorbereidingen van het project. Bovendien bleek bij onze terugkomst uit de Dominicaanse Republiek dat de school in Akil Samdi nog niet was begonnen. De vakantie duurde een week langer dan gepland. Het was niet echt een structurele regel, eerder een plotse beslissing omdat er de eerste dagen niet veel leerlingen aanwezig bleken te zijn. De vakantie heeft zo dus 4 weken geduurd…

De eerste stap van het project bestond er vooral uit om veel te vertellen en ervaringen uit te wisselen met Kelvin over het project vorig jaar in Zuid-Afrika, de doelstellingen, de inhoudelijke pijlers enz. Voor diegenen die nog niet op de hoogte zijn: het project gaat over het aanleren van leesstrategieën voor begrijpend lezen. Dit zal gebeuren aan de hand van ‘peer tutoring’ waarbij twee leerlingen elkaar helpen en ‘samen’ leren. Het project zal doorgaan in het zesde leerjaar, waar 18 leerlingen zitten en de leeftijd varieert tussen 11 en 17 jaar. We zien het project voor de leerlingen als een voorbereiding op het staatsexamen dat ze op het einde van dit schooljaar moeten afleggen. Om die reden zal het project niet enkel over begrijpend lezen gaan, maar zal het ook elementen van ‘leren leren’ bevatten, bijvoorbeeld het zoeken van structuur in een tekst en het maken van een mind map zal daardoor extra aandacht verdienen. Tot mijn geruststelling was Kelvin volledig geëngageerd om met het project aan de slag te gaan. Direct hadden we al bepaalde lesideeën en zagen we al voor ons hoe het project zou uitgewerkt worden.

Het maken van praktische afspraken, zowel met de leerkracht van de zesde klas (mèt Joslyn) als met de schooldirecteur (mèt Nelson), vormde een belangrijk onderdeel van de voorbereiding. Met mèt Joslyn werd bijvoorbeeld afgesproken met welke zaken we zeker rekening moesten houden in de klas, dat hij een financiële bonus zal ontvangen aangezien hij het engagement aangaat om dit project in zijn klas te realiseren, hoe onze samenwerking zal verlopen, enz.. Met de directeur werd bovendien afgesproken dat de les Creools iets vroeger op de dag wordt geplaatst. Uit onze observaties bleek namelijk dat er niet altijd een vast uur is voorzien voor de recreatie. Om te vermijden dat onze lessen in het water vallen, zullen die telkens de eerste les van de dag zijn. Om 8u ’s morgens wanneer de zon nog niet hoog staat en het nog fris is (niets vergeleken met de kou in België nu).

Naast de praktische afspraken, moesten de ideeën die Kelvin en ik hadden op papier worden gezet en concreet worden uitgewerkt. De eerste lessen zullen voornamelijk een voorbereiding op de peer tutoring zijn zodat de leerlingen een aantal vaardigheden aanleren om op een goede manier met elkaar te kunnen samenwerken. Ze leren hierbij hoe ze goed naar elkaar kunnen luisteren, hoe ze elkaar een compliment kunnen geven, hoe ze fouten moeten verbeteren en hoe ze elkaar kunnen vertrouwen. We werkten de nodigde werkblaadjes uit en vertaalden die in het Creools. We waren dan ook heel blij toen Carmelle ons complimenteerde met de vorderingen in ons Creools. Er werd dus gebrainstormd, geprint en de laatste observatie werd gedaan. Tijdens deze laatste observatie werden we ons toch bewust van de sterktes van mèt Joslyn. Ondanks de weinige materiële middelen die in de school aanwezig zijn, probeert hij variatie in de lessen te brengen en de leerlingen actief aan het denken te zetten. Ons vertrouwen dat het project in zijn klas in goede handen was, werd versterkt.

Nadat we al deze voorbereidingen achter de rug hadden, zaten we een namiddag samen met de leerkracht om onze lesideeën met hem te bespreken. Al snel dacht hij verder en stelde hij de vraag of we hem geen hulp konden bieden voor wiskunde. Hij vond namelijk dat heel wat leerlingen daar eveneens problemen mee hebben. We hebben onmiddellijk de vraag in overweging genomen omdat we merkten dat het vooral ging over het oplossen van vraagstukken. Hierbij staat begrijpend lezen centraal, want als de vraag niet goed wordt gelezen en de leerlingen de gegeven informatie niet kunnen structureren, is het moeilijk de vraag op een correcte manier op te lossen. Er zijn dus zeker mogelijkheden om dit in het project in te passen. Op die manier is het voor ons ook verrijkend om het project zo breed mogelijk te beschouwen en zoveel mogelijk aspecten er in te kunnen verwerken. Er was daarnaast de confrontatie met diverse andere problemen. De leerkracht vertelde ons bijvoorbeeld dat tegen het einde van de voormiddag (de school is enkel in de voormiddag) bij een aantal leerlingen een groot gebrek aan concentratie is. Dit is vaak doordat ze niet gegeten hebben of in de namiddag thuis of op de akker moeten helpen waardoor ze moe zijn. Sommige kinderen hebben als enige maaltijd het eten dat op de school wordt gegeven: rijst met bonen. Als ze geluk hebben: rijst met bonensaus. Dat zijn allemaal zaken waar wij niet vanzelfsprekend bij stil staan, maar die wel de realiteit weergeven in een plattelandsdorpje in Haïti. De punten van de leerlingen zijn dan soms ook echt laag, wat we zelf met onze eigen ogen konden waarnemen. We maakten namelijk een overzicht van de resultaten van de examens die de leerlingen van het zesde leerjaar met Kerstmis hebben gemaakt. De helft van de leerlingen van de klas bleek niet geslaagd te zijn.

Sinds woensdag is dan de eerste echte stap van het project een feit: het eerste lesje werd gegeven, met monsieur Kelvin en madame Katrijn. Ik had toch wel een beetje zenuwen. Vooral de vraag of de leerlingen benieuwd zouden zijn naar het project, hield me bezig. Bij het begin van de les kreeg elke leerling een mapje om de werkblaadjes van het project in te bewaren. Al snel zagen we dat ze dit niet gewoon waren. De leerlingen bewaren extra bladeren meestal tussen hun boeken, met als gevolg volledig gekreukelde, vuile of gescheurde blaadjes. Wanneer we vroegen om hun naam op het etiket te schrijven dat wij al hadden gekleefd, lagen er mapjes ondersteboven of op hun zij. Het schrijven van hun naam daarna, vroeg veel tijd. De eerste les - met als lesonderwerp ‘een goede luisterhouding’ - sloeg wel in. De leerlingen kregen kaartjes die ze aan het bord in de juiste kolom moesten hangen, enerzijds goede voorbeelden, anderzijds minder goede voorbeelden. Dit was voor hen een andere manier van les volgen. Zelfs het kleven van de plakband was voor sommige leerlingen nieuw. Voor de leerkracht zijn dit allemaal prikkels om te zien hoe een klassikale les ook op andere manieren kan aangepakt worden. Hij keek met veel belangstelling toe. Kelvin en ik waren op het einde van de les tevreden over het resultaat en gingen goedgemutst terug naar Ti Soley Leve. Vanaf nu is het de bedoeling dat voornamelijk de leerkracht zelf de lessen geeft en dat wij (samen met hem) de lessen voorbereiden, hem ermee op weg helpen en waar nodig in de klas ondersteuning bieden. Maar belangrijk: het project is eindelijk uit de startblokken vertrokken: pwoje a te komanse!

In tussentijd was er ook een vergadering met de coaches over het programma van de kleuters. Zij zijn aan een knutselmarathon begonnen als voorbereiding op Carnaval: maskers maken, madigra-mannetjes decoreren met stukjes papier, schilderen, enz. De kleuters van de derde kleuterklas hielpen ook mee om pain patat te maken, een plaatselijke lekkernij. Dat zorgde voor heel wat leuke tafereeltjes. Ze moesten onder andere zelf bij Antoine in de tuin om zoete patatten, die moesten ze wassen aan de pomp, ze gingen naar het winkeltje om bloem, hielpen bij het snijden van de banaantjes, enz. De volgende dag hebben ze met veel smaak hun stukje opgegeten.

Een leuk en grappig weetje als afsluitertje. Twee jaar geleden had ik op de laatste dag van onze Haïti-inleefreis blijkbaar een briefje voor Carmelle geschreven. Zelf was ik het al een beetje vergeten, maar Carmelle bleek dit mooi bewaard te hebben. Hierin had ik geschreven dat als ik terug zou komen en Carmelle al een baby’tje zou hebben, ik er zeker mee zou spelen. Nu twee jaar later vind ik het geweldig om met James Carry elke dag te wandelen, te spelen en hem mee te helpen verzorgen! Hij is ondertussen bijna zes maand oud, heeft een schattige lach, vindt het leuk om op z’n beentjes te staan en begint veel lawaai te maken met zijn kreetjes.

donderdag 10 januari 2013

De start van 2013...

Ook hier in Haïti werd het begin van het nieuwe jaar goed gevierd, weliswaar bescheidener dan in België. Op oudejaar bracht ik ’s ochtends samen met Charline een bezoek aan haar grootmoeder. Het is de gewoonte dat er voor Nieuwjaar een bezoek aan de grootouders wordt gebracht. De grootmoeder woont in een klein huisje, dieper in de savanne van Akil Samdi. Er liepen heel wat kleine kindjes rond en onder de tafel werden de kippen gehouden die waarschijnlijk de volgende dag als maaltijd zouden klaargemaakt worden. Veronique (coach van TSL) reed naar de markt in Quanaminthe om inkopen te doen voor de pain patat (vergelijkbaar met de Belgische vlaaien) die ze zou klaarmaken voor ‘s avonds. Spijtig genoeg bleken er op de markt amper bananen te vinden. Zelfs de tomaten die ze meebracht, waren zielige gerimpelde versies. Ik keek toe hoe ze die klaarmaakte en hoe die daarna in de oven werd gestoken. Hoe langer die schotel er in stond, hoe lekkerder de hele refter rook. ’s Avonds had Jeannine de tafel alweer mooi versierd. Een feestelijke sfeer borrelde onmiddellijk op. We wensten elkaar om 18u al een gelukkig Belgisch Nieuwjaar aangezien het dan in België 24u was. We maakten croque monsieurs klaar, een uitzonderlijke lekkernij hier; dus dat smaakte erg goed. We speelden een spel waar de kinderen het opnamen tegen bòs Reynold, met als verdienste een cadeautje. Daarna was er een verrassing: Jeannine had namelijk Magnum-ijsjes kunnen bemachtigen! Dat vinden we hier niet in de buurt, dus die kwamen vanuit de Dominicaanse Republiek en waren heelhuids tot in Akil geraakt. Een fantastisch dessertje! We trokken daarna even de straat op, maar er was niet veel te beleven. Hier en daar wat muziek, maar niets speciaal. Dus al snel waren we terug thuis, speelden nog wat spelletjes en keken we een film. We aten de pain patat en telden af tot 24u: champagne! Nieuwjaar zelf verliep heel rustig. ’s Ochtends aten we als ontbijt een traditionele goed gevulde pompoensoep, met allerlei andere groenten, patatjes en vlees er in. Tot mijn verbazing smaakte dat goed ’s morgens. Met bòs Reynold en père Luc reden we daarna even naar Fort Liberté om daar de mis bij te wonen met de bisschop in de kathedraal.

Een paar dagen later was het tijd om Kelvin te gaan ophalen in de Dominicaanse Republiek. We vertrokken hier met de hele bende (Jeannine, bòs Reynold, de vier kinderen en ikzelf) en twee auto’s richting de grens. Ons vertrek ging gepaard met minder goed nieuws. Venel belde namelijk om te zeggen dat zijn vrouw die nacht gestorven was. Bòs Reynold is een goede vriend van Venel en zou normaal gezien Venel geholpen hebben met het voorbereiden van de begrafenis. Reynold heeft onderweg alles gedaan wat hij kon en via telefoon Venel goed geholpen om alles in orde te brengen. Dit nieuws veranderde voor ons allemaal de sfeer voor het hele weekend.

We konden voor de rest in de Dominicaanse een beetje uitrusten, lekker eten, zwemmen en genieten van de zon, toch voor de momenten dat die er was. Wanneer we aan het strand waren, was de hemel gevuld met wolken en was er zelfs een druppel regen. Zondagavond stonden we dan met z’n allen te wachten aan de luchthaven om Kelvin te verwelkomen. De dag erna deden we in Puerto Plata nog een aantal boodschappen, kochten we onderweg een hele doos fruit en aten we in een restaurantje aan de oceaan in Monte Christi. Daar bleven we nog even toerist, want we bewonderden de berg met dezelfde naam als de stad, de zoutbanken en La Bota, een afgesleten rots in de oceaan. Een prachtig stukje natuur!

Daarna vervolgden we onze weg richting grens. Het was vroeg in de namiddag, dus we waren blij dat we op tijd in Akil terug zouden zijn. Dit bleek achteraf gezien iets te voorbarig van ons. Aan de grens gekomen, zagen we veel volk staan. In eerste instantie dachten we nog dat het er gewoon druk was. We zagen op de brug ook pers staan: “er wordt precies een interview gegeven” zeiden we tegen elkaar. Geen van dit alles bleek waar te zijn. De grens was al sinds de dag ervoor volledig afgesloten. Er was een Dominicaanse priester die Haïtianen zonder papieren wil laten werken in de Dominicaanse Republiek. De Dominicaanse Republiek laat deze mensen niet zomaar het land binnen aangezien ze geen documenten hebben, maar volgens de priester hebben de Haïtianen dit werk nodig. De Haïtianen zouden volgens ons beter in eigen land meer werkgelegenheid moeten eisen. Nu zijn er administratieve discussies aan de gang, zonder akkoord voorlopig, en is de grens volledig afgesloten. Enkel te voet kon de grens worden overgestoken, mits extra paspoortcontrole. Daar stonden we dan met acht personen, twee auto’s, bagage én alle boodschappen die we hadden gedaan. We waren niet de enigen die gestrand waren. Aangezien het maandag was, was het in Dajabòn de grote markt. Heel wat Haïtianen waren inkopen gaan doen over de grens, maar mochten het land niet terug binnen met hun goederen. Ze waren dus genoodzaakt andere alternatieven te zoeken. Bakken en zakken vol koopwaren inclusief de kruiwagens waarmee die goederen werden vervoerd, werden met touwen over de brug naar beneden gelaten waar aan de oever van de Massacre (de rivier die Haïti van de Dominicaanse scheidt) verschillende mensen stonden te wachten. Kippen werden zelfs naar beneden gegooid. Op de brug patrouilleerde het leger, allen sterk bewapend. Aan de Haïtiaanse kant van de poort, staken handen door de poort. Een tekenend beeld. De oevers van de rivier stonden vol met mensen, Haïtianen smeekten om over te geraken. Al snel wisten we dat het onmogelijk was om diezelfde dag nog over te steken. We bleven overnachten in een simpel hotelletje in Dajabòn, de grensstad van de Dominicaanse. Op het nieuws op de TV konden we de situatie aan de grens volgen.

’s Morgens bleek er geen verandering te zijn. Verder rijden naar een andere grensovergang was geen optie omdat alle andere grensovergangen uit solidariteit gesloten waren. Bovendien zou ons dit waarschijnlijk ook twee dagen gekost hebben. Dus werd een ander plan opgevat: we zouden te voet de grens oversteken. Ik kon me niet volledig voorstellen hoe we dit zouden aanpakken. Alles werd zo compact mogelijk verpakt, zowel onze bagage als de aankopen. We reden met de pick up naar de grens, de andere auto bleef staan in het hotel (waar hij enigszins veilig staat). Onze paspoorten werden in orde gemaakt en de bagage in de schaduw gezet. De pick up werd daarna terug naar het hotel gebracht. Toen waren we klaar om over te steken. Wij droegen zelf onze eigen bagage en zes Haïtianen hielpen ons met het dragen van de dozen met aankopen. We staken de brug over en wat we daar zagen, zal ik niet snel vergeten. Honderden mannen, vrouwen en kleine kinderen zaten op de brug in de blakende zon. Daar hadden ze al drie dagen gegeten en geslapen. Een schrijnende situatie. Gelukkig konden we zonder veel problemen passeren. In Haïti aangekomen, zochten we een plaats in de schaduw, want het was een warme dag. We vonden die onder een oude trailer. Onze paspoorten werden alweer in orde gebracht en wij wachtten op James die ons met de taptap zou komen ophalen. We wachtten meer dan een uur in de stofvlagen van opwaaiend zand. Toen James toekwam, werd al het gerief in de taptap gestapeld en namen ook wij plaats als sardientjes in een doos. De taptap rammelde aan alle kanten, maar bereikte heelhuids over de onverharde weg Akil Samdi. Tot vandaag (2 dagen later) was de grens gesloten.

2013 kende een avontuurlijke start! Ik geloof dat we dus volledig klaar zijn om met het project aan de slag te gaan, een avontuur van een lichtelijk andere aard.

donderdag 3 januari 2013

Voor Judette

Ongeveer twee weken geleden leerde ik je kennen. Jeannine en ik kwamen je bezoeken omdat je heel ziek was. Je was al erg vermagerd, je gaf de hele tijd over en je kon niet meer eten. Je zoontje stond naast je. We dachten meteen aan SIDA (AIDS), maar de familie zei niets. De volgende dag kwam het verdict: het was inderdaad SIDA. Je ging nog achteruit. Je zei ons dat je niet meer helder zag en niet meer echt recht kon zitten. Je had ook enorme hoofdpijn. Je eigen moeder was gestorven, maar je stiefmoeder zorgde erg goed voor je. Je lag altijd mooi aangekleed in je bed, met propere lakens. Ze gaf jou pilletjes tegen de hoofdpijn. Jouw man, de vader van je kind, was nergens te zien. We hoorden dat hij in de Dominicaanse Republiek was.

De volgende dagen vertelde je ons dat je zwart voor je ogen zag en je kon niet meer goed praten. De priester kwam ook. Hij heeft jou het laatste sacrament gegeven. We hebben samen voor jou gebeden, Judette.

Je vader geloofde in eerste instantie dat het SIDA was. Daarna kwam hij met een andere verklaring. Volgens hem heeft iemand je bij je laatste bevalling iets kwaad overgestuurd. Magie en voodoo blijven nog steeds een rol spelen.

De volgende dag voelde Jeannine nog amper een hartslag, maar je armen waren ook zo dun. Je reageerde bijna niet meer, klaagde over heel veel pijn en je begon te plassen in je bed. We brachten Pampers voor jou. De ene dag was de andere niet… je voelde je wat beter en iedereen zei het ook: “Judette is beter”. Je had duidelijk meer kracht, je hart klopte harder en je praatte ook terug iets duidelijker. Dit was je laatste opflakkering. Want daarop ging je stap voor stap meer achteruit. Nu was je echt stervende en in semicoma. Je murmelde dat je niets meer zag. Praten ging niet goed meer. Je reageerde enkel door te kreunen. Je kon je hoofd niet meer rechthouden en je was graatmager. Geen leuk beeld. We hoopten dat je snel kon gaan want je zag af. Maar je wilde niet gaan, je bleef. We kwamen je nu twee keer per dag bezoeken. We kregen nog amper reactie, je ogen waren al gebroken. De ambigue sfeer rondom jou raakte ons diep. Terwijl jij op je ziekbed lag in een huis, vier kamertjes groot en gemaakt van hout, speelden buiten kindjes in het rond, hoorden we hen lachen. Je vader zat bonen te peulen, op hoge leeftijd heeft hij nog twee kinderen verwekt met je veel jongere stiefmoeder. Eén van haar dochters heeft zelf ook al een kind, Farah, één maand oud. Zij lag aan de borst. Het leven op het woonerf gaat door. We waren benieuwd of je de nacht nog zou overleven.

Dat deed je. De volgende dag kwamen we je om 16u nog bezoeken. Je was stervende. Je reutelde (je had slijmen in je keel, maar je kon niet meer hoesten) en je had koorts. Je hart sloeg harder daardoor, het zou je vermoeien. Je hebt nog gewacht tot de zon onder was en alle kindjes in bed lagen. En dan ben je gegaan.

Ik ben nog afscheid van je komen nemen, want diezelfde avond werd de dodenwake gehouden. Je werd naar een groter huis gebracht. Met matras en lakens was je verlegd, alles was nog hetzelfde zoals ik je die middag had gezien. De mensen die je zouden wassen, waren net gearriveerd. Veronique was volop in de weer om witte lakens op te hangen. Een olielamp verlichtte de kamer. Daarna hebben ze rondom jou gezongen. De volgende dag was je begrafenis. Je zoontje zal goed opgevangen worden. We nemen hem op in het kleuterschooltje… Hij zal ook getest worden op SIDA.

Twee jaar geleden zag ik een kindje geboren worden, was ik erbij toen de moeder schreeuwde van de pijn en de baby voor de eerste keer huilde. Nu heb ik iemand zien sterven. De cirkel is rond…

Slaap zacht Judette.