BelgiëHaïti

woensdag 6 februari 2013

Voorbereiding op Peer Tutoring...

Ondertussen loopt het peer tutoringproject al gedurende drie weken in het zesde leerjaar op de Baptistenschool. De voorbereidende lessen waarbij de leerlingen vaardigheden leren om samen te werken, zijn achter de rug. Een verslagje van de eerste les (i.v.m. een goede luisterhouding) gaf ik al in het vorige blogbericht, nu volgt de rest. Na de eerste les die Kelvin en ik gaven, was het telkens mèt Joslyn die de les zelf gaf. Hij doet dit met veel enthousiasme en een grote gedrevenheid. Hij heeft er heel wat voor over om ervoor te zorgen dat de leerlingen een succesvol staatsexamen afleggen op het einde van het schooljaar. Elke les staan we verbaasd hoe grondig hij de leerstof aanbrengt. Normaal gezien duurt een les hier 30 minuten; hij laat ze steevast tussen 1,5 uur en 2 uur duren. Hij geeft een heldere uitleg en vult de lessen aan met duidelijke voorbeelden.

De tweede les had als thema “hoe kan ik een complimentje geven aan mijn leesmaatje?”. Er werd vooral ingegaan op het verschil tussen een verbaal compliment (iets zeggen, bv. “goed gedaan”) en een non-verbaal compliment (een gebaar, bv. een schouderklopje). Deze les werd gegeven aan de hand van een rollenspel. Voor de leerlingen die het toneeltje moesten spelen, hadden we een klein kaartje gemaakt met een uitleg plus het tekstje dat ze moesten zeggen of het gebaar dat ze moesten doen. Omdat dit voor de leerlingen iets heel nieuw was, lazen ze niet enkel hun tekstje, maar ook de uitleg voor. Het toneeltje viel dus een beetje in duigen, maar de leerlingen vonden het heel grappig, zo ook wij.

De derde les ging vervolgens over hoe je fouten kan verbeteren wanneer je leesmaatje leest. Dit bleek een moeilijke les te zijn. Bij een bepaalde oefening moesten ze een lachende smiley kleuren wanneer het antwoord goed was, een triestige smiley als het antwoord niet goed was. Niet de inhoud op zich bleek daarbij moeilijk te zijn, maar het aanduiden van de correcte smiley. Soms wisten de leerlingen het juiste antwoord te vertellen, maar werd een verkeerde smiley gekleurd. Mèt Joslyn moest meermaals de betekenis van beide smileys herhalen. Wij maakten direct de bedenking hoe het mogelijk is dat de leerlingen voor biologie bijvoorbeeld alle mogelijke kleine details moeten kennen, maar rond (het erkennen van) emoties amper wordt gewerkt. Dit zou volgens ons basisstof moeten zijn. Ook in deze les keek ik mijn ogen uit. Mèt Joslyn had de leerlingen gevraagd om de smileys met een potlood in te kleuren. Plots verdween de helft van de leerlingen uit de klas om even later met een potlood in de hand terug binnen te komen. Zij waren in de klas van broer of zus binnen gelopen om een potlood te lenen. Een andere leerling gebruikte de potloodpunt van een passer, een andere gebruikte tegen beter weten in gewoon een pen, nog een andere leerling wachtte geduldig op haar buurvrouw tot wanneer zij alle smileys had gekleurd om daarna zelf aan de slag te gaan. Wat wij onze kindjes in België allemaal meegeven in een pennenzakje en hetgeen wij als logisch beschouwen, wordt hier uitgedaagd…

In de volgende les werd gewerkt rond de techniek “elkaar vertrouwen”. Dit wilden Kelvin en ik doen aan de hand van twee vertrouwensspelletjes. Net die ochtend bleek Kelvin ziek en trok ik met Jeannine naar de school. Het werd niet enkel een les rond vertrouwen, maar het onderwerp werd veel breder beschouwd. Er werd gewerkt rond het feit dat elkaar vertrouwen een zekere band oplevert tussen mensen, dat niet enkel alleen (en voor onszelf) moet kunnen gewerkt worden, maar dat we ook samen moeten werken en naar een gemeenschappelijk doel moeten kunnen streven. Voor de leerlingen van de zesde klas duidelijk weer allemaal nieuwe informatie: hun ogen stonden wijd open. Toen we de spelletjes speelden, stond er een glimlach op hun mond.

Als kers op de taart van deze voorbereidingsperiode, werd er een groot spel gespeeld waarbij de vier technieken herhaald werden, vooral om te kijken of ze klaar waren om aan de peer tutoring te beginnen. Wanneer we met het spelbord in de klas kwamen, waren er heel wat nieuwsgierige blikken. We schikten de banken een beetje anders zodat elke groep het spelbord goed kon zien. De bedoeling van het spel was om zo snel mogelijk de hele cirkel rond te gaan en in het midden te eindigen (zie foto’s voor de duidelijkheid). Tegelijkertijd moesten ze zoveel mogelijk punten verzamelen. Dit konden ze doen door een goed antwoord te geven op de weet- en doevragen die we hen stelden. Tegelijkertijd kreeg elke groep een woordzoeker waar ze 5 extra punten mee konden verdienen. Wanneer het spel begon, merkten we al snel dat ze dit niet gewoon zijn. Eerst was er de dobbelsteen: het feit dat je evenveel stappen mag verzetten als ogen die je hebt gegooid, was al een eerste moeilijkheid. Het vlagje van hun eigen kleur op het spelbord terugvinden, bleek de volgende uitdaging te zijn. Daarna de stappen zetten: ze wisten soms niet waar ze moesten beginnen, welke richting ze moesten uitgaan, er werden soms vakjes voorbijgegaan. Hoe langer het spel doorging, hoe meer ze er wel mee weg waren. Dan waren er natuurlijk ook nog de vragen. In het begin ging het traag en dachten de leerlingen lang na over welk antwoord ze moesten geven. Ondanks dat we er op wezen dat ze samen in hun groepje konden overleggen, keken ze elk een andere kant uit terwijl ze nadachten. Na verloop van tijd ging ook dit vlotter. Meestal waren de doe-vragen een rollenspel, dus dat leverde grappige taferelen op. Hoe verder het spel vorderde, hoe meer hun competitiedrift bovenkwam. Ze hadden door dat je door een zes te gooien, ineens veel stappen op het spelbord mag zetten en dat je door een juist antwoord te geven, een punt verdient. Vanaf dat moment waren ze elkaar aan het aanmoedigen, deden ze meer hun best om goede antwoorden te geven en de rollenspelen goed te doen. Het was voor ons een interessante ervaring om de leerlingen te observeren, hen die nieuwe zaken te zien ontdekken en ervaren. We hebben nu ook een zicht op welke leerlingen al dan niet weg zijn met de technieken die ze geleerd hebben. De rollenspelen lieten ons daarnaast zien of ze de geleerde materie ook kunnen toepassen. Wanneer het spel gedaan was, vroegen we hen of ze het spel nog eens een tweede keer wilden spelen. Het antwoord was duidelijk: “wi!”.

Nu zal het project in de klas een paar dagen stil liggen om plaatst en tijd te maken voor carnaval, een belangrijke gebeurtenis in het leven van elke Haïtiaan. Daarover later meer. Benieuwd trouwens hoe lang de vakantie deze keer zal duren… Voor ons de tijd om verder de volgende lessen voor te bereiden.

Wat me begint op te vallen als ik naar de school loop, is het aantal kindjes zonder uniform: kindjes die niet naar school gaan, maar water gaan halen aan de pomp. Door hier langer te zijn, vallen ook andere zaken op i.v.m. de school. Op een bepaalde ochtend waren we iets vroeger op school; of we waren niet echt vroeger, maar er is geen echt vast tijdstip wanneer de school begint, dus we konden de start van de schooldag nog meemaken. Elke ochtend wordt namelijk met alle leerlingen het volkslied van Haïti (in het Frans i.p.v. Creools!) gezongen terwijl enkele leerlingen de Haïtiaanse vlag hijsen. Er is een fluitsignaal, alle rechterarmen gaan de lucht in, gezamenlijk wordt gezongen, alweer een fluitsignaal en de armen naar beneden. Tot daar de orde en de structuur, want na het fluitsignaal hollen alle leerlingen door elkaar naar hun eigen klaslokaal. Een zandwolk stijgt op en laat een teken van de chaos achter. Een andere ochtend, iets later, zag ik een mama al roepend en zwaaiend met een tak achter een klein meisje zitten. Ze moest zich haasten van haar mama, want ze zou anders te laat op de school geweest zijn…


Als afsluiter nog een grappig weetje. Omdat in het Creools bepaalde letters anders worden uitgesproken, hebben ze hier de gewoonte om (plaats)namen vanuit Amerika of Europa te veranderen naar het Creools. Zo las ik deze week in Bon Nouvel, een plaatselijk tijdschriftje, een artikel over Martely, de Haïtiaanse president, en zijn bezigheden van de laatste maanden. Blijkbaar had hij een meeting met een zekere Emàn Vann Wompi ofwel: Herman Van Rompuy!

1 opmerking:

  1. Heel tof om te lezen over die andere wereld! :-) Goed bezig! Stefanie

    BeantwoordenVerwijderen