BelgiëHaïti

donderdag 28 februari 2013

Boodschappen doen...



Zoals in elk gezinnetje en in elk huishouden, moeten ook hier af en toe boodschappen gedaan worden, en ik stel voor dat we dat eens samen gaan doen.

We maken een lijstje. Wat hebben we nodig?
- Wat fruit en groenten,
- confituur en choco,
- vlees en kaas,
- brood,
- eten voor de honden
- speciale oogdruppeltjes voor Arlette
- kopieën van de werkblaadjes voor de kleuters.
Al snel wordt duidelijk dat we dit allemaal niet vinden in Wanament (het meest nabij gelegen groter dorp in Haïti), we zullen de grens moeten oversteken naar de Dominicaanse Republiek. Dat wil zeggen ‘s avond duidelijk opschrijven in welke winkels we moeten zijn, wat we precies nodig hebben en tellen hoeveel geld we zullen nodig hebben.

’s Ochtends, 8u30 vertrekken we vanuit TSL, Akil Samdi richting Wanament voor een autorit van ongeveer 40 km., een 50-tal minuten op een smalle en onverharde weg. De chauffeur probeert zoveel mogelijk de putten te vermijden maar niettemin worden we door elkaar geschud en komen er meerdere krassen op de auto door de stekelige planten langs de weg. Hier en daar wordt de savanne platgebrand; geen zelfontbranding door het warme weer, maar door de mensen aangestoken, uit gewoonte. We laten een zucht van opluchting als de asfaltweg voor onze ogen ligt, het blijft nog 10 minuten rijden. Het is opletten geblazen (letterlijk toeterend!) voor de vele brommers die voorbij razen, de ezels die met goederen op hun rug langs de kant van de weg slenteren en de niet altijd voorzichtige kinderen, uitgedost in hun kleurige uniformen, op weg naar school. Telkens weer verbazen we ons erover hoeveel koopwaren sommige Haïtianen tegelijk op één taptap kunnen stapelen en hoe sommigen zich een gratis rit veroorloven, hangend achteraan een busje.

We komen aan in Wanament. Daar moeten we eerst naar de bank om geld af te halen. We hebben te veel boodschappen om te voet de grens over te steken, dus we brengen papieren in orde voor de auto. Of we proberen een andere en vluggere methode: we steken over met papieren die al vervallen zijn, Jeannine betaalt het desinfecteren van de autobanden en zegt dat ze gehaast is omdat Katrijn (zogezegd) ziek is en naar de dokter moet. Ik heb dan maar eens zielig gekeken. We glimlachen nog eens vriendelijk naar de mannen van de UN met hun geweren in de hand.

Slechts één brug verder komen we in een totaal ander land, met een Latijns-Amerikaanse cultuur, een andere taal én een andere munteenheid, peso. Eerste stap in de DomRep. is dus geld wisselen: Amerikaanse dollars, euro’s of Haïtaanse gourdes voor Peso. Dan werken we op een sneltempo de boodschappen af, zoeken we de weg in het doolhof van Dajabon. We nemen ze op een rijtje: de kopiewinkel, de dierenwinkel, de bakker en de supermarkt. We hadden zo graag choco gekocht, maar dat vonden we niet. En dat gebeurt meermaals, ook bij andere producten. We eten dus wat we op dat moment vinden. Is er veel kip en vinden we niet gemakkelijk ander vlees, dan eten we twee of drie dagen kip. Telkens weer staan we met grote ogen te kijken naar het fruit en de groenten die men in Dajabon verkoopt. Mooi en groot en niet zoals in Haïti: klein, verschrompeld, …. Daadwerkelijk: één brug verschil… Als de auto vol zit met boodschappen, kopen we meeneemkip, frietjes en “banann peze” (gebakken kookbanaan). Om half 2 komen we thuis, moe van de trip en de warmte die hier bedrukkend kan zijn. We eten snel ons afhaalmiddagmaal en gaan dan op ons bed liggen om te bekomen van het intensieve werk. De boodschappen sorteren en op zijn plaats zetten, is voor later. Jeannine schrijft haar uitgaven in. We zitten goed voor een week want dan…

… ja dan, gaan we weer “eenvoudig” boodschappen doen, een uitdaging, een avontuur, elke keer opnieuw!

donderdag 14 februari 2013

Madigra, m pa pè ou!

Na de festiviteiten van Kerst en Nieuw begon Haïti zich voor te bereiden op Carnaval. Die voorbereidingen waren zowel zichtbaar in Ti Solèy Leve als in de straten van Akil Samdi, het was altijd op de achtergrond aanwezig de laatste weken. Stilletjes aan begon ik dan ook te beseffen dat Carnaval een groot evenement is voor de Haïtianen.

In TSL werd met de coaches een voorbereidingsvergadering gehouden want carnaval kon aan de kleuters niet weerhouden worden. Carnaval vraagt om creativiteit, knutselactiviteiten, verkleden en zingen; daar waren we het allemaal over eens. Er werden ideeën uitgewerkt voor alle klassen, zowel voor de kleintjes als de oudere kleutertjes. Grove en fijne motoriek, aanvankelijk rekenen, voorbereidend lezen, kleuren en vormen, taalvaardigheid, het zat allemaal verweven in het themapakket. Opnieuw volgde ik vooral de derde kleuterklas. Zij maakten kleurige hoedjes, een muizenmasker en een masker van Batman. Ze maakten ook een eigen Madigra-mannetje op papier. Madigra zijn kinderen of mannen die zich verkleden in kleren die ze vol met stukjes papier kleven (in werkelijkheid gebruiken ze daar meestal hun “afgedankte?” schoolboeken voor). De kleuters hebben we toch maar gewoon papiertjes gegeven om te scheuren. Het leverde prachtige resultaten op! Ze maakten daarnaast ook hun eigen Siray. Siray’s zijn in tegenstelling tot de Madigra helemaal in het zwart en hebben vleugels. Zij hebben iets schrikwekkends over zich. In het echt smeren zij zich in met olie of met modder. Met de kleuters werd de vorm van een siray uitgesneden in karton, helemaal in het zwart geverfd en daarna kregen ze een kleurrijk gezicht. Kortom: er werd getekend, gekleurd, geknipt, gekleefd, gescheurd, geverfd, …. waarbij de fijne motoriek centraal stond: check!

Na al dat knutselplezier, werd het tijd voor het echte werk. Vanaf de 1e tot de 3e kleuterklas kwamen alle leerlingen op bezoek in TSL om te zien hoe Jimmy zich als Madigra en Siray zou verkleden. De stembanden werden getraind en alle carnavalsliedjes passeerden de revue. Een masker van Batman deed de ronde terwijl de kindjes elkaar schrik probeerden aan te jagen. Toen begon Jimmy zich als Madigra te verkleden. Toen hij zijn broek aandeed, deden er verschillende kindjes al een stap achteruit. Hij deed toen zijn T-shirt aan en nog meer kleuters deinsden naar achteren. Toen hij uiteindelijk het masker aandeed (dat er wel wat eng uitzag, als een piraat), kropen er een aantal kleuters op de schoot van de coaches en begon er zelfs eentje te wenen. Anderen waren heldhaftiger en durfden de Madigra een hand geven.

Madigra m pa pè ou
se moun ou ye.
Se paske ou maske
ki fè ou lèd.

Madigra, ik heb geen schrik
want je bent maar een gewone mens.
’t Is omdat je gemaskerd bent
dat je lelijk bent.


Als kers op de taart was er de carnavalsstoet met de kleutertjes. Ze vertrokken op pad met hun hoedjes die ze zelf gemaakt hadden met glitters en felle kleuren verlicht door de zon, schmink op hun lachende gezichtjes, met hun eveneens zelfgemaakte siray in hun hand en uit volle borst zingend. Er werden tamboerijnen en trommels bovengehaald en Jimmy als Madigra kwam hen vergezellen. Ritmisch bewoog de stoet zich verder. We konden niet op straat omdat een aantal ouders dat niet wilden, maar gelukkig is de tuin hier groot genoeg. Dat nam niets weg van het plezier dat we beleefden: al zingend met 60 kleutertjes door de tuin, het was een fantastische voormiddag!



Ook in de straten van Akil, was er steeds meer van carnaval te merken. Elke zondag lagen er meer gescheurde papiertjes op de weg doordat de kinderen verkleed als Madigra in de straten hun papiertjes verloren. Typisch ook voor deze Madigra is dat ze rondlopen met een ‘kach’, een zelfgemaakte zweep van bladeren en touw. Dit blijkt nog een oude gewoonte te zijn die is overgebleven van de eerste carnavalsrituelen in Haïti. Ze proberen er om ter meest lawaai mee te maken. Ook Jetro maakte zo een zweep. Het slaan van de zwepen was een terugkerend geluid de voorbije weken.

Op de echte carnavalsdagen (10, 11 en 12 februari) kwamen carnavalsgroepen Akil plezieren. Charline en ik gingen bij Marie-Louise aan straat zitten wachten tot ze voorbij kwamen. Dat deed me denken hoe we vroeger bij oma aan straat wachtten op de kermiskoers die voorbij zou rijden. De carnavalsgroepen bestaan voornamelijk uit Madigra met verscheurde schoolboeken en alle mogelijke maskers, zelfgemaakt of gekocht op de markt: Spiderman, een oude blanke man, een clowngezicht, een piraat, enz. Ik zag ook één Siray. Eerst dacht ik dat die man zich verkleed had als een boomstam. Hij was helemaal met modder ingesmeerd en had een groot karton op zijn hoofd. Daarna zag ik pas dat hij ook vleugels uit karton had. Hij had zelfs een slang mee, dat had ik niet verwacht! De reactie “blan pè koulèv”, namelijk dat ik schrik had van slangen, deed dus snel de ronde. Vooraan de groep loopt een man met de groepsvlag. De carnavalsgroep wordt begeleid door een muziekgroep, meestal een aantal mannen, eentje die de fles drank draagt, de anderen die spelen op trommels en bamboes, de geur van alcohol verspreidend. Met de heupen wiegend op de muziek en luidkeels zingend, baant de groep zich een weg door de stoffige straten. Weglopende en gillende kindjes zijn daarbij een passend en veelvoorkomend fenomeen. Zo zei JackSindy (zoontje van Marie-Louise) heel fier tegen mij: “m pa pè” (“ik heb geen schrik”), maar als de groep te dicht kwam, liep hij zo snel mogelijk op zijn kleine beentjes terug naar mama. De kleutertjes van de derde kleuterklas die mij tegenkwamen, bleven opvallend dicht tegen me hangen (of plakken zelfs). Er was een klein meisje die in de straat al wenend naar mijn hand zocht en zich achter mij verstopte omdat een Madigra naar haar keek.

De grote nationale carnaval vond dit jaar plaats in Cap-Haïtien. Straten werden opnieuw aangelegd, men plaatste grote tribunes, er waren kortingen op binnenlandse vluchten tussen Port-au-Prince en Cap-Haïtien, discussies over welke groepen zouden deelnemen aan de stoet, het stadscentrum werd volledig afgesloten, enz. President Martely kondigde zelfs aan dat vanuit Port-au-Prince de taptaps 20 Haïtiaanse dollar goedkoper waren dan normaal. Een carnaval voor de businessmensen en niet meer voor het gewone volk, een carnaval dat veel te groots wordt opgevat, een carnaval waar heel veel geld aan uitgegeven is (is er nog geld over om de school te kunnen starten?). Wij gingen dan ook niet tot daar uit schrik voor een massa volk.

De carnaval was in Akil Samdi niet zo heel spectaculair, maar ik was verbaasd hoe ze met weinig middelen toch nog van alles proberen doen. Ik heb een idee gekregen hoe ze hier carnaval vieren en ik heb ervan genoten! Het is zoals Jeannine al dikwijls heeft gezegd: “geef de Haïtianen een half jaar carnaval en een half jaar voetbal en ze zijn gelukkig”.

woensdag 6 februari 2013

Voorbereiding op Peer Tutoring...

Ondertussen loopt het peer tutoringproject al gedurende drie weken in het zesde leerjaar op de Baptistenschool. De voorbereidende lessen waarbij de leerlingen vaardigheden leren om samen te werken, zijn achter de rug. Een verslagje van de eerste les (i.v.m. een goede luisterhouding) gaf ik al in het vorige blogbericht, nu volgt de rest. Na de eerste les die Kelvin en ik gaven, was het telkens mèt Joslyn die de les zelf gaf. Hij doet dit met veel enthousiasme en een grote gedrevenheid. Hij heeft er heel wat voor over om ervoor te zorgen dat de leerlingen een succesvol staatsexamen afleggen op het einde van het schooljaar. Elke les staan we verbaasd hoe grondig hij de leerstof aanbrengt. Normaal gezien duurt een les hier 30 minuten; hij laat ze steevast tussen 1,5 uur en 2 uur duren. Hij geeft een heldere uitleg en vult de lessen aan met duidelijke voorbeelden.

De tweede les had als thema “hoe kan ik een complimentje geven aan mijn leesmaatje?”. Er werd vooral ingegaan op het verschil tussen een verbaal compliment (iets zeggen, bv. “goed gedaan”) en een non-verbaal compliment (een gebaar, bv. een schouderklopje). Deze les werd gegeven aan de hand van een rollenspel. Voor de leerlingen die het toneeltje moesten spelen, hadden we een klein kaartje gemaakt met een uitleg plus het tekstje dat ze moesten zeggen of het gebaar dat ze moesten doen. Omdat dit voor de leerlingen iets heel nieuw was, lazen ze niet enkel hun tekstje, maar ook de uitleg voor. Het toneeltje viel dus een beetje in duigen, maar de leerlingen vonden het heel grappig, zo ook wij.

De derde les ging vervolgens over hoe je fouten kan verbeteren wanneer je leesmaatje leest. Dit bleek een moeilijke les te zijn. Bij een bepaalde oefening moesten ze een lachende smiley kleuren wanneer het antwoord goed was, een triestige smiley als het antwoord niet goed was. Niet de inhoud op zich bleek daarbij moeilijk te zijn, maar het aanduiden van de correcte smiley. Soms wisten de leerlingen het juiste antwoord te vertellen, maar werd een verkeerde smiley gekleurd. Mèt Joslyn moest meermaals de betekenis van beide smileys herhalen. Wij maakten direct de bedenking hoe het mogelijk is dat de leerlingen voor biologie bijvoorbeeld alle mogelijke kleine details moeten kennen, maar rond (het erkennen van) emoties amper wordt gewerkt. Dit zou volgens ons basisstof moeten zijn. Ook in deze les keek ik mijn ogen uit. Mèt Joslyn had de leerlingen gevraagd om de smileys met een potlood in te kleuren. Plots verdween de helft van de leerlingen uit de klas om even later met een potlood in de hand terug binnen te komen. Zij waren in de klas van broer of zus binnen gelopen om een potlood te lenen. Een andere leerling gebruikte de potloodpunt van een passer, een andere gebruikte tegen beter weten in gewoon een pen, nog een andere leerling wachtte geduldig op haar buurvrouw tot wanneer zij alle smileys had gekleurd om daarna zelf aan de slag te gaan. Wat wij onze kindjes in België allemaal meegeven in een pennenzakje en hetgeen wij als logisch beschouwen, wordt hier uitgedaagd…

In de volgende les werd gewerkt rond de techniek “elkaar vertrouwen”. Dit wilden Kelvin en ik doen aan de hand van twee vertrouwensspelletjes. Net die ochtend bleek Kelvin ziek en trok ik met Jeannine naar de school. Het werd niet enkel een les rond vertrouwen, maar het onderwerp werd veel breder beschouwd. Er werd gewerkt rond het feit dat elkaar vertrouwen een zekere band oplevert tussen mensen, dat niet enkel alleen (en voor onszelf) moet kunnen gewerkt worden, maar dat we ook samen moeten werken en naar een gemeenschappelijk doel moeten kunnen streven. Voor de leerlingen van de zesde klas duidelijk weer allemaal nieuwe informatie: hun ogen stonden wijd open. Toen we de spelletjes speelden, stond er een glimlach op hun mond.

Als kers op de taart van deze voorbereidingsperiode, werd er een groot spel gespeeld waarbij de vier technieken herhaald werden, vooral om te kijken of ze klaar waren om aan de peer tutoring te beginnen. Wanneer we met het spelbord in de klas kwamen, waren er heel wat nieuwsgierige blikken. We schikten de banken een beetje anders zodat elke groep het spelbord goed kon zien. De bedoeling van het spel was om zo snel mogelijk de hele cirkel rond te gaan en in het midden te eindigen (zie foto’s voor de duidelijkheid). Tegelijkertijd moesten ze zoveel mogelijk punten verzamelen. Dit konden ze doen door een goed antwoord te geven op de weet- en doevragen die we hen stelden. Tegelijkertijd kreeg elke groep een woordzoeker waar ze 5 extra punten mee konden verdienen. Wanneer het spel begon, merkten we al snel dat ze dit niet gewoon zijn. Eerst was er de dobbelsteen: het feit dat je evenveel stappen mag verzetten als ogen die je hebt gegooid, was al een eerste moeilijkheid. Het vlagje van hun eigen kleur op het spelbord terugvinden, bleek de volgende uitdaging te zijn. Daarna de stappen zetten: ze wisten soms niet waar ze moesten beginnen, welke richting ze moesten uitgaan, er werden soms vakjes voorbijgegaan. Hoe langer het spel doorging, hoe meer ze er wel mee weg waren. Dan waren er natuurlijk ook nog de vragen. In het begin ging het traag en dachten de leerlingen lang na over welk antwoord ze moesten geven. Ondanks dat we er op wezen dat ze samen in hun groepje konden overleggen, keken ze elk een andere kant uit terwijl ze nadachten. Na verloop van tijd ging ook dit vlotter. Meestal waren de doe-vragen een rollenspel, dus dat leverde grappige taferelen op. Hoe verder het spel vorderde, hoe meer hun competitiedrift bovenkwam. Ze hadden door dat je door een zes te gooien, ineens veel stappen op het spelbord mag zetten en dat je door een juist antwoord te geven, een punt verdient. Vanaf dat moment waren ze elkaar aan het aanmoedigen, deden ze meer hun best om goede antwoorden te geven en de rollenspelen goed te doen. Het was voor ons een interessante ervaring om de leerlingen te observeren, hen die nieuwe zaken te zien ontdekken en ervaren. We hebben nu ook een zicht op welke leerlingen al dan niet weg zijn met de technieken die ze geleerd hebben. De rollenspelen lieten ons daarnaast zien of ze de geleerde materie ook kunnen toepassen. Wanneer het spel gedaan was, vroegen we hen of ze het spel nog eens een tweede keer wilden spelen. Het antwoord was duidelijk: “wi!”.

Nu zal het project in de klas een paar dagen stil liggen om plaatst en tijd te maken voor carnaval, een belangrijke gebeurtenis in het leven van elke Haïtiaan. Daarover later meer. Benieuwd trouwens hoe lang de vakantie deze keer zal duren… Voor ons de tijd om verder de volgende lessen voor te bereiden.

Wat me begint op te vallen als ik naar de school loop, is het aantal kindjes zonder uniform: kindjes die niet naar school gaan, maar water gaan halen aan de pomp. Door hier langer te zijn, vallen ook andere zaken op i.v.m. de school. Op een bepaalde ochtend waren we iets vroeger op school; of we waren niet echt vroeger, maar er is geen echt vast tijdstip wanneer de school begint, dus we konden de start van de schooldag nog meemaken. Elke ochtend wordt namelijk met alle leerlingen het volkslied van Haïti (in het Frans i.p.v. Creools!) gezongen terwijl enkele leerlingen de Haïtiaanse vlag hijsen. Er is een fluitsignaal, alle rechterarmen gaan de lucht in, gezamenlijk wordt gezongen, alweer een fluitsignaal en de armen naar beneden. Tot daar de orde en de structuur, want na het fluitsignaal hollen alle leerlingen door elkaar naar hun eigen klaslokaal. Een zandwolk stijgt op en laat een teken van de chaos achter. Een andere ochtend, iets later, zag ik een mama al roepend en zwaaiend met een tak achter een klein meisje zitten. Ze moest zich haasten van haar mama, want ze zou anders te laat op de school geweest zijn…


Als afsluiter nog een grappig weetje. Omdat in het Creools bepaalde letters anders worden uitgesproken, hebben ze hier de gewoonte om (plaats)namen vanuit Amerika of Europa te veranderen naar het Creools. Zo las ik deze week in Bon Nouvel, een plaatselijk tijdschriftje, een artikel over Martely, de Haïtiaanse president, en zijn bezigheden van de laatste maanden. Blijkbaar had hij een meeting met een zekere Emàn Vann Wompi ofwel: Herman Van Rompuy!