BelgiëHaïti

donderdag 24 januari 2013

Pwoje a te komanse!

Sinds de komst van Kelvin begin januari is het project in een stroomversnelling gekomen. Nadat hij zich volledig had geïnstalleerd in zijn huisje en wij allen waren uitgerust van ons grensavontuur, begonnen we aan de voorbereidingen van het project. Bovendien bleek bij onze terugkomst uit de Dominicaanse Republiek dat de school in Akil Samdi nog niet was begonnen. De vakantie duurde een week langer dan gepland. Het was niet echt een structurele regel, eerder een plotse beslissing omdat er de eerste dagen niet veel leerlingen aanwezig bleken te zijn. De vakantie heeft zo dus 4 weken geduurd…

De eerste stap van het project bestond er vooral uit om veel te vertellen en ervaringen uit te wisselen met Kelvin over het project vorig jaar in Zuid-Afrika, de doelstellingen, de inhoudelijke pijlers enz. Voor diegenen die nog niet op de hoogte zijn: het project gaat over het aanleren van leesstrategieën voor begrijpend lezen. Dit zal gebeuren aan de hand van ‘peer tutoring’ waarbij twee leerlingen elkaar helpen en ‘samen’ leren. Het project zal doorgaan in het zesde leerjaar, waar 18 leerlingen zitten en de leeftijd varieert tussen 11 en 17 jaar. We zien het project voor de leerlingen als een voorbereiding op het staatsexamen dat ze op het einde van dit schooljaar moeten afleggen. Om die reden zal het project niet enkel over begrijpend lezen gaan, maar zal het ook elementen van ‘leren leren’ bevatten, bijvoorbeeld het zoeken van structuur in een tekst en het maken van een mind map zal daardoor extra aandacht verdienen. Tot mijn geruststelling was Kelvin volledig geëngageerd om met het project aan de slag te gaan. Direct hadden we al bepaalde lesideeën en zagen we al voor ons hoe het project zou uitgewerkt worden.

Het maken van praktische afspraken, zowel met de leerkracht van de zesde klas (mèt Joslyn) als met de schooldirecteur (mèt Nelson), vormde een belangrijk onderdeel van de voorbereiding. Met mèt Joslyn werd bijvoorbeeld afgesproken met welke zaken we zeker rekening moesten houden in de klas, dat hij een financiële bonus zal ontvangen aangezien hij het engagement aangaat om dit project in zijn klas te realiseren, hoe onze samenwerking zal verlopen, enz.. Met de directeur werd bovendien afgesproken dat de les Creools iets vroeger op de dag wordt geplaatst. Uit onze observaties bleek namelijk dat er niet altijd een vast uur is voorzien voor de recreatie. Om te vermijden dat onze lessen in het water vallen, zullen die telkens de eerste les van de dag zijn. Om 8u ’s morgens wanneer de zon nog niet hoog staat en het nog fris is (niets vergeleken met de kou in België nu).

Naast de praktische afspraken, moesten de ideeën die Kelvin en ik hadden op papier worden gezet en concreet worden uitgewerkt. De eerste lessen zullen voornamelijk een voorbereiding op de peer tutoring zijn zodat de leerlingen een aantal vaardigheden aanleren om op een goede manier met elkaar te kunnen samenwerken. Ze leren hierbij hoe ze goed naar elkaar kunnen luisteren, hoe ze elkaar een compliment kunnen geven, hoe ze fouten moeten verbeteren en hoe ze elkaar kunnen vertrouwen. We werkten de nodigde werkblaadjes uit en vertaalden die in het Creools. We waren dan ook heel blij toen Carmelle ons complimenteerde met de vorderingen in ons Creools. Er werd dus gebrainstormd, geprint en de laatste observatie werd gedaan. Tijdens deze laatste observatie werden we ons toch bewust van de sterktes van mèt Joslyn. Ondanks de weinige materiële middelen die in de school aanwezig zijn, probeert hij variatie in de lessen te brengen en de leerlingen actief aan het denken te zetten. Ons vertrouwen dat het project in zijn klas in goede handen was, werd versterkt.

Nadat we al deze voorbereidingen achter de rug hadden, zaten we een namiddag samen met de leerkracht om onze lesideeën met hem te bespreken. Al snel dacht hij verder en stelde hij de vraag of we hem geen hulp konden bieden voor wiskunde. Hij vond namelijk dat heel wat leerlingen daar eveneens problemen mee hebben. We hebben onmiddellijk de vraag in overweging genomen omdat we merkten dat het vooral ging over het oplossen van vraagstukken. Hierbij staat begrijpend lezen centraal, want als de vraag niet goed wordt gelezen en de leerlingen de gegeven informatie niet kunnen structureren, is het moeilijk de vraag op een correcte manier op te lossen. Er zijn dus zeker mogelijkheden om dit in het project in te passen. Op die manier is het voor ons ook verrijkend om het project zo breed mogelijk te beschouwen en zoveel mogelijk aspecten er in te kunnen verwerken. Er was daarnaast de confrontatie met diverse andere problemen. De leerkracht vertelde ons bijvoorbeeld dat tegen het einde van de voormiddag (de school is enkel in de voormiddag) bij een aantal leerlingen een groot gebrek aan concentratie is. Dit is vaak doordat ze niet gegeten hebben of in de namiddag thuis of op de akker moeten helpen waardoor ze moe zijn. Sommige kinderen hebben als enige maaltijd het eten dat op de school wordt gegeven: rijst met bonen. Als ze geluk hebben: rijst met bonensaus. Dat zijn allemaal zaken waar wij niet vanzelfsprekend bij stil staan, maar die wel de realiteit weergeven in een plattelandsdorpje in Haïti. De punten van de leerlingen zijn dan soms ook echt laag, wat we zelf met onze eigen ogen konden waarnemen. We maakten namelijk een overzicht van de resultaten van de examens die de leerlingen van het zesde leerjaar met Kerstmis hebben gemaakt. De helft van de leerlingen van de klas bleek niet geslaagd te zijn.

Sinds woensdag is dan de eerste echte stap van het project een feit: het eerste lesje werd gegeven, met monsieur Kelvin en madame Katrijn. Ik had toch wel een beetje zenuwen. Vooral de vraag of de leerlingen benieuwd zouden zijn naar het project, hield me bezig. Bij het begin van de les kreeg elke leerling een mapje om de werkblaadjes van het project in te bewaren. Al snel zagen we dat ze dit niet gewoon waren. De leerlingen bewaren extra bladeren meestal tussen hun boeken, met als gevolg volledig gekreukelde, vuile of gescheurde blaadjes. Wanneer we vroegen om hun naam op het etiket te schrijven dat wij al hadden gekleefd, lagen er mapjes ondersteboven of op hun zij. Het schrijven van hun naam daarna, vroeg veel tijd. De eerste les - met als lesonderwerp ‘een goede luisterhouding’ - sloeg wel in. De leerlingen kregen kaartjes die ze aan het bord in de juiste kolom moesten hangen, enerzijds goede voorbeelden, anderzijds minder goede voorbeelden. Dit was voor hen een andere manier van les volgen. Zelfs het kleven van de plakband was voor sommige leerlingen nieuw. Voor de leerkracht zijn dit allemaal prikkels om te zien hoe een klassikale les ook op andere manieren kan aangepakt worden. Hij keek met veel belangstelling toe. Kelvin en ik waren op het einde van de les tevreden over het resultaat en gingen goedgemutst terug naar Ti Soley Leve. Vanaf nu is het de bedoeling dat voornamelijk de leerkracht zelf de lessen geeft en dat wij (samen met hem) de lessen voorbereiden, hem ermee op weg helpen en waar nodig in de klas ondersteuning bieden. Maar belangrijk: het project is eindelijk uit de startblokken vertrokken: pwoje a te komanse!

In tussentijd was er ook een vergadering met de coaches over het programma van de kleuters. Zij zijn aan een knutselmarathon begonnen als voorbereiding op Carnaval: maskers maken, madigra-mannetjes decoreren met stukjes papier, schilderen, enz. De kleuters van de derde kleuterklas hielpen ook mee om pain patat te maken, een plaatselijke lekkernij. Dat zorgde voor heel wat leuke tafereeltjes. Ze moesten onder andere zelf bij Antoine in de tuin om zoete patatten, die moesten ze wassen aan de pomp, ze gingen naar het winkeltje om bloem, hielpen bij het snijden van de banaantjes, enz. De volgende dag hebben ze met veel smaak hun stukje opgegeten.

Een leuk en grappig weetje als afsluitertje. Twee jaar geleden had ik op de laatste dag van onze Haïti-inleefreis blijkbaar een briefje voor Carmelle geschreven. Zelf was ik het al een beetje vergeten, maar Carmelle bleek dit mooi bewaard te hebben. Hierin had ik geschreven dat als ik terug zou komen en Carmelle al een baby’tje zou hebben, ik er zeker mee zou spelen. Nu twee jaar later vind ik het geweldig om met James Carry elke dag te wandelen, te spelen en hem mee te helpen verzorgen! Hij is ondertussen bijna zes maand oud, heeft een schattige lach, vindt het leuk om op z’n beentjes te staan en begint veel lawaai te maken met zijn kreetjes.

donderdag 10 januari 2013

De start van 2013...

Ook hier in Haïti werd het begin van het nieuwe jaar goed gevierd, weliswaar bescheidener dan in België. Op oudejaar bracht ik ’s ochtends samen met Charline een bezoek aan haar grootmoeder. Het is de gewoonte dat er voor Nieuwjaar een bezoek aan de grootouders wordt gebracht. De grootmoeder woont in een klein huisje, dieper in de savanne van Akil Samdi. Er liepen heel wat kleine kindjes rond en onder de tafel werden de kippen gehouden die waarschijnlijk de volgende dag als maaltijd zouden klaargemaakt worden. Veronique (coach van TSL) reed naar de markt in Quanaminthe om inkopen te doen voor de pain patat (vergelijkbaar met de Belgische vlaaien) die ze zou klaarmaken voor ‘s avonds. Spijtig genoeg bleken er op de markt amper bananen te vinden. Zelfs de tomaten die ze meebracht, waren zielige gerimpelde versies. Ik keek toe hoe ze die klaarmaakte en hoe die daarna in de oven werd gestoken. Hoe langer die schotel er in stond, hoe lekkerder de hele refter rook. ’s Avonds had Jeannine de tafel alweer mooi versierd. Een feestelijke sfeer borrelde onmiddellijk op. We wensten elkaar om 18u al een gelukkig Belgisch Nieuwjaar aangezien het dan in België 24u was. We maakten croque monsieurs klaar, een uitzonderlijke lekkernij hier; dus dat smaakte erg goed. We speelden een spel waar de kinderen het opnamen tegen bòs Reynold, met als verdienste een cadeautje. Daarna was er een verrassing: Jeannine had namelijk Magnum-ijsjes kunnen bemachtigen! Dat vinden we hier niet in de buurt, dus die kwamen vanuit de Dominicaanse Republiek en waren heelhuids tot in Akil geraakt. Een fantastisch dessertje! We trokken daarna even de straat op, maar er was niet veel te beleven. Hier en daar wat muziek, maar niets speciaal. Dus al snel waren we terug thuis, speelden nog wat spelletjes en keken we een film. We aten de pain patat en telden af tot 24u: champagne! Nieuwjaar zelf verliep heel rustig. ’s Ochtends aten we als ontbijt een traditionele goed gevulde pompoensoep, met allerlei andere groenten, patatjes en vlees er in. Tot mijn verbazing smaakte dat goed ’s morgens. Met bòs Reynold en père Luc reden we daarna even naar Fort Liberté om daar de mis bij te wonen met de bisschop in de kathedraal.

Een paar dagen later was het tijd om Kelvin te gaan ophalen in de Dominicaanse Republiek. We vertrokken hier met de hele bende (Jeannine, bòs Reynold, de vier kinderen en ikzelf) en twee auto’s richting de grens. Ons vertrek ging gepaard met minder goed nieuws. Venel belde namelijk om te zeggen dat zijn vrouw die nacht gestorven was. Bòs Reynold is een goede vriend van Venel en zou normaal gezien Venel geholpen hebben met het voorbereiden van de begrafenis. Reynold heeft onderweg alles gedaan wat hij kon en via telefoon Venel goed geholpen om alles in orde te brengen. Dit nieuws veranderde voor ons allemaal de sfeer voor het hele weekend.

We konden voor de rest in de Dominicaanse een beetje uitrusten, lekker eten, zwemmen en genieten van de zon, toch voor de momenten dat die er was. Wanneer we aan het strand waren, was de hemel gevuld met wolken en was er zelfs een druppel regen. Zondagavond stonden we dan met z’n allen te wachten aan de luchthaven om Kelvin te verwelkomen. De dag erna deden we in Puerto Plata nog een aantal boodschappen, kochten we onderweg een hele doos fruit en aten we in een restaurantje aan de oceaan in Monte Christi. Daar bleven we nog even toerist, want we bewonderden de berg met dezelfde naam als de stad, de zoutbanken en La Bota, een afgesleten rots in de oceaan. Een prachtig stukje natuur!

Daarna vervolgden we onze weg richting grens. Het was vroeg in de namiddag, dus we waren blij dat we op tijd in Akil terug zouden zijn. Dit bleek achteraf gezien iets te voorbarig van ons. Aan de grens gekomen, zagen we veel volk staan. In eerste instantie dachten we nog dat het er gewoon druk was. We zagen op de brug ook pers staan: “er wordt precies een interview gegeven” zeiden we tegen elkaar. Geen van dit alles bleek waar te zijn. De grens was al sinds de dag ervoor volledig afgesloten. Er was een Dominicaanse priester die Haïtianen zonder papieren wil laten werken in de Dominicaanse Republiek. De Dominicaanse Republiek laat deze mensen niet zomaar het land binnen aangezien ze geen documenten hebben, maar volgens de priester hebben de Haïtianen dit werk nodig. De Haïtianen zouden volgens ons beter in eigen land meer werkgelegenheid moeten eisen. Nu zijn er administratieve discussies aan de gang, zonder akkoord voorlopig, en is de grens volledig afgesloten. Enkel te voet kon de grens worden overgestoken, mits extra paspoortcontrole. Daar stonden we dan met acht personen, twee auto’s, bagage én alle boodschappen die we hadden gedaan. We waren niet de enigen die gestrand waren. Aangezien het maandag was, was het in Dajabòn de grote markt. Heel wat Haïtianen waren inkopen gaan doen over de grens, maar mochten het land niet terug binnen met hun goederen. Ze waren dus genoodzaakt andere alternatieven te zoeken. Bakken en zakken vol koopwaren inclusief de kruiwagens waarmee die goederen werden vervoerd, werden met touwen over de brug naar beneden gelaten waar aan de oever van de Massacre (de rivier die Haïti van de Dominicaanse scheidt) verschillende mensen stonden te wachten. Kippen werden zelfs naar beneden gegooid. Op de brug patrouilleerde het leger, allen sterk bewapend. Aan de Haïtiaanse kant van de poort, staken handen door de poort. Een tekenend beeld. De oevers van de rivier stonden vol met mensen, Haïtianen smeekten om over te geraken. Al snel wisten we dat het onmogelijk was om diezelfde dag nog over te steken. We bleven overnachten in een simpel hotelletje in Dajabòn, de grensstad van de Dominicaanse. Op het nieuws op de TV konden we de situatie aan de grens volgen.

’s Morgens bleek er geen verandering te zijn. Verder rijden naar een andere grensovergang was geen optie omdat alle andere grensovergangen uit solidariteit gesloten waren. Bovendien zou ons dit waarschijnlijk ook twee dagen gekost hebben. Dus werd een ander plan opgevat: we zouden te voet de grens oversteken. Ik kon me niet volledig voorstellen hoe we dit zouden aanpakken. Alles werd zo compact mogelijk verpakt, zowel onze bagage als de aankopen. We reden met de pick up naar de grens, de andere auto bleef staan in het hotel (waar hij enigszins veilig staat). Onze paspoorten werden in orde gemaakt en de bagage in de schaduw gezet. De pick up werd daarna terug naar het hotel gebracht. Toen waren we klaar om over te steken. Wij droegen zelf onze eigen bagage en zes Haïtianen hielpen ons met het dragen van de dozen met aankopen. We staken de brug over en wat we daar zagen, zal ik niet snel vergeten. Honderden mannen, vrouwen en kleine kinderen zaten op de brug in de blakende zon. Daar hadden ze al drie dagen gegeten en geslapen. Een schrijnende situatie. Gelukkig konden we zonder veel problemen passeren. In Haïti aangekomen, zochten we een plaats in de schaduw, want het was een warme dag. We vonden die onder een oude trailer. Onze paspoorten werden alweer in orde gebracht en wij wachtten op James die ons met de taptap zou komen ophalen. We wachtten meer dan een uur in de stofvlagen van opwaaiend zand. Toen James toekwam, werd al het gerief in de taptap gestapeld en namen ook wij plaats als sardientjes in een doos. De taptap rammelde aan alle kanten, maar bereikte heelhuids over de onverharde weg Akil Samdi. Tot vandaag (2 dagen later) was de grens gesloten.

2013 kende een avontuurlijke start! Ik geloof dat we dus volledig klaar zijn om met het project aan de slag te gaan, een avontuur van een lichtelijk andere aard.

donderdag 3 januari 2013

Voor Judette

Ongeveer twee weken geleden leerde ik je kennen. Jeannine en ik kwamen je bezoeken omdat je heel ziek was. Je was al erg vermagerd, je gaf de hele tijd over en je kon niet meer eten. Je zoontje stond naast je. We dachten meteen aan SIDA (AIDS), maar de familie zei niets. De volgende dag kwam het verdict: het was inderdaad SIDA. Je ging nog achteruit. Je zei ons dat je niet meer helder zag en niet meer echt recht kon zitten. Je had ook enorme hoofdpijn. Je eigen moeder was gestorven, maar je stiefmoeder zorgde erg goed voor je. Je lag altijd mooi aangekleed in je bed, met propere lakens. Ze gaf jou pilletjes tegen de hoofdpijn. Jouw man, de vader van je kind, was nergens te zien. We hoorden dat hij in de Dominicaanse Republiek was.

De volgende dagen vertelde je ons dat je zwart voor je ogen zag en je kon niet meer goed praten. De priester kwam ook. Hij heeft jou het laatste sacrament gegeven. We hebben samen voor jou gebeden, Judette.

Je vader geloofde in eerste instantie dat het SIDA was. Daarna kwam hij met een andere verklaring. Volgens hem heeft iemand je bij je laatste bevalling iets kwaad overgestuurd. Magie en voodoo blijven nog steeds een rol spelen.

De volgende dag voelde Jeannine nog amper een hartslag, maar je armen waren ook zo dun. Je reageerde bijna niet meer, klaagde over heel veel pijn en je begon te plassen in je bed. We brachten Pampers voor jou. De ene dag was de andere niet… je voelde je wat beter en iedereen zei het ook: “Judette is beter”. Je had duidelijk meer kracht, je hart klopte harder en je praatte ook terug iets duidelijker. Dit was je laatste opflakkering. Want daarop ging je stap voor stap meer achteruit. Nu was je echt stervende en in semicoma. Je murmelde dat je niets meer zag. Praten ging niet goed meer. Je reageerde enkel door te kreunen. Je kon je hoofd niet meer rechthouden en je was graatmager. Geen leuk beeld. We hoopten dat je snel kon gaan want je zag af. Maar je wilde niet gaan, je bleef. We kwamen je nu twee keer per dag bezoeken. We kregen nog amper reactie, je ogen waren al gebroken. De ambigue sfeer rondom jou raakte ons diep. Terwijl jij op je ziekbed lag in een huis, vier kamertjes groot en gemaakt van hout, speelden buiten kindjes in het rond, hoorden we hen lachen. Je vader zat bonen te peulen, op hoge leeftijd heeft hij nog twee kinderen verwekt met je veel jongere stiefmoeder. Eén van haar dochters heeft zelf ook al een kind, Farah, één maand oud. Zij lag aan de borst. Het leven op het woonerf gaat door. We waren benieuwd of je de nacht nog zou overleven.

Dat deed je. De volgende dag kwamen we je om 16u nog bezoeken. Je was stervende. Je reutelde (je had slijmen in je keel, maar je kon niet meer hoesten) en je had koorts. Je hart sloeg harder daardoor, het zou je vermoeien. Je hebt nog gewacht tot de zon onder was en alle kindjes in bed lagen. En dan ben je gegaan.

Ik ben nog afscheid van je komen nemen, want diezelfde avond werd de dodenwake gehouden. Je werd naar een groter huis gebracht. Met matras en lakens was je verlegd, alles was nog hetzelfde zoals ik je die middag had gezien. De mensen die je zouden wassen, waren net gearriveerd. Veronique was volop in de weer om witte lakens op te hangen. Een olielamp verlichtte de kamer. Daarna hebben ze rondom jou gezongen. De volgende dag was je begrafenis. Je zoontje zal goed opgevangen worden. We nemen hem op in het kleuterschooltje… Hij zal ook getest worden op SIDA.

Twee jaar geleden zag ik een kindje geboren worden, was ik erbij toen de moeder schreeuwde van de pijn en de baby voor de eerste keer huilde. Nu heb ik iemand zien sterven. De cirkel is rond…

Slaap zacht Judette.