Ongeveer twee weken geleden leerde ik je kennen. Jeannine en ik kwamen je bezoeken omdat je heel ziek was. Je was al erg vermagerd, je gaf de hele tijd over en je kon niet meer eten. Je zoontje stond naast je. We dachten meteen aan SIDA (AIDS), maar de familie zei niets. De volgende dag kwam het verdict: het was inderdaad SIDA. Je ging nog achteruit. Je zei ons dat je niet meer helder zag en niet meer echt recht kon zitten. Je had ook enorme hoofdpijn. Je eigen moeder was gestorven, maar je stiefmoeder zorgde erg goed voor je. Je lag altijd mooi aangekleed in je bed, met propere lakens. Ze gaf jou pilletjes tegen de hoofdpijn. Jouw man, de vader van je kind, was nergens te zien. We hoorden dat hij in de Dominicaanse Republiek was.
De volgende dagen vertelde je ons dat je zwart voor je ogen zag en je kon niet meer goed praten. De priester kwam ook. Hij heeft jou het laatste sacrament gegeven. We hebben samen voor jou gebeden, Judette.
Je vader geloofde in eerste instantie dat het SIDA was. Daarna kwam hij met een andere verklaring. Volgens hem heeft iemand je bij je laatste bevalling iets kwaad overgestuurd. Magie en voodoo blijven nog steeds een rol spelen.
De volgende dag voelde Jeannine nog amper een hartslag, maar je armen waren ook zo dun. Je reageerde bijna niet meer, klaagde over heel veel pijn en je begon te plassen in je bed. We brachten Pampers voor jou. De ene dag was de andere niet… je voelde je wat beter en iedereen zei het ook: “Judette is beter”. Je had duidelijk meer kracht, je hart klopte harder en je praatte ook terug iets duidelijker. Dit was je laatste opflakkering. Want daarop ging je stap voor stap meer achteruit. Nu was je echt stervende en in semicoma. Je murmelde dat je niets meer zag. Praten ging niet goed meer. Je reageerde enkel door te kreunen. Je kon je hoofd niet meer rechthouden en je was graatmager. Geen leuk beeld. We hoopten dat je snel kon gaan want je zag af. Maar je wilde niet gaan, je bleef. We kwamen je nu twee keer per dag bezoeken. We kregen nog amper reactie, je ogen waren al gebroken. De ambigue sfeer rondom jou raakte ons diep. Terwijl jij op je ziekbed lag in een huis, vier kamertjes groot en gemaakt van hout, speelden buiten kindjes in het rond, hoorden we hen lachen. Je vader zat bonen te peulen, op hoge leeftijd heeft hij nog twee kinderen verwekt met je veel jongere stiefmoeder. Eén van haar dochters heeft zelf ook al een kind, Farah, één maand oud. Zij lag aan de borst. Het leven op het woonerf gaat door. We waren benieuwd of je de nacht nog zou overleven.
Dat deed je. De volgende dag kwamen we je om 16u nog bezoeken. Je was stervende. Je reutelde (je had slijmen in je keel, maar je kon niet meer hoesten) en je had koorts. Je hart sloeg harder daardoor, het zou je vermoeien. Je hebt nog gewacht tot de zon onder was en alle kindjes in bed lagen. En dan ben je gegaan.
Ik ben nog afscheid van je komen nemen, want diezelfde avond werd de dodenwake gehouden. Je werd naar een groter huis gebracht. Met matras en lakens was je verlegd, alles was nog hetzelfde zoals ik je die middag had gezien. De mensen die je zouden wassen, waren net gearriveerd. Veronique was volop in de weer om witte lakens op te hangen. Een olielamp verlichtte de kamer. Daarna hebben ze rondom jou gezongen. De volgende dag was je begrafenis. Je zoontje zal goed opgevangen worden. We nemen hem op in het kleuterschooltje… Hij zal ook getest worden op SIDA.
Twee jaar geleden zag ik een kindje geboren worden, was ik erbij toen de moeder schreeuwde van de pijn en de baby voor de eerste keer huilde. Nu heb ik iemand zien sterven. De cirkel is rond…
Slaap zacht Judette.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten