Met Kerstmis in aantocht, verwachtten de kleutertjes belangrijk bezoek. Als ze flink hun best hadden gedaan op school, zou de Kerstman wel eens kunnen langskomen. En dat deden ze, dus werd alles voorbereid om deze man goed te ontvangen. Er werden cadeautjes ingepakt, stoeltjes klaargezet, kerstbomen gekapt met manchetten en de kerstboom kreeg mooie versiering. Het drumstel en de gitaar werden bovengehaald. Toch had ik zelf nog geen echt kerstgevoel: de warmte en zon klopten niet in het plaatje van een kerst met kou, sneeuw, schaatsen, warme chocomelk en jenevertjes.
Op 20 december was het dan zover: om 9u stonden er zo’n 60-tal kleutertjes en een 20-tal kinderen van personeel, aan de poort van Ti Solèy Leve. Ze zochten een plaatsje en waren duidelijk benieuwd naar de komst van de Kerstman. In afwachting werd er gezongen: alle kerstliedjes passeerden de revue. Toen de Kerstman toekwam, veranderde de uitdrukking op verschillende gezichtjes: ogen keken verbaasd en mondjes vielen wat open. Eén voor één mochten ze bij hem langs gaan en kregen ze een zakje met daarin de werkjes die ze het voorbije trimester hadden gemaakt, wat koekjes en een cadeautje. De ene lachte, de andere had schrik. Eén kleutertje begon zelfs te wenen. Nadat iedereen zijn pakje had gekregen, mochten ze het opendoen. Op dat moment waren er heel wat blije gezichtjes te zien! Ze zongen nu nog meer en hun trommeltje dat ze als cadeautje hadden gekregen, werd al uitgetest. Gezichtjes spraken boekdelen: ze waren tevreden.
Toen die dag voorbij was, begon voor ons ook de kerstvakantie. Er werden op de galerij nog meer kerstboompjes gezet: aan elke kamerdeur één. Iedereen kon zijn eigen boompje versieren met kerstballen en lichtjes. Ook in de refter staat een kerstboom en een kerststal. Het kerstgevoel begon toch wat meer te komen. Op de dag van Kerstavond ging ik ’s morgens met bòs Reynold mee naar Cap-Haitien. We zouden Carmelle thuis afzetten en om taart gaan. Hier is het niet naar de bakker om de hoek, maar naar de bakker een dik uur rijden. Onderweg werd ik me bewust dat de mensen hier niet zo bezig waren met Kerstmis. Wel zijn de voorbereidingen voor Nieuwjaar begonnen. Overal waren vrouwen druk in de weer om alle kleren en gordijnen te wassen. Ook worden hier en daar gezellige bars gebouwd uit bamboe om op 31 december samen te zitten. Wat opviel, was het vele gereis. Het verkeer in Cap-Haitien zat volledig vast. Alle taptaps waren overvol geladen met mensen, kippen, plastic tuinstoelen, matrassen, valiezen en zakken met eten. Ongelooflijk hoe ze kunnen stapelen. Veel mensen trekken duidelijk wel naar hun familie tijdens deze dagen.
‘s Avonds gingen we naar de kerk. Veronique (coach van TSL) had een mooie kerststal opgesteld met tekeningen die ze mocht gebruiken van Jeannine. Wat niet kon ontbreken, waren ballonnen, ook al zouden wij nooit onze kerststal met ballonnen versieren. Voor de kerkdienst begon, was er ‘animatie’ waarbij kinderen, mannen en vrouwen kerstliederen mochten zingen. Nadeel was dat de micro’s voor het gezang én van alle muziekinstrumenten op maximaal volume stonden: het klonk dus niet mooi samen. We hebben meer dan een uur gewacht, maar de mis begon maar niet. We besloten dus maar naar huis te gaan. Daar had Jeannine de tafel heel mooi versierd. Bovendien stonden er taart, chocomelk én cadeautjes op ons te wachten! Het was een gezellige avond. Op Kerstdag zelf was er een aperitief en waren er frietjes. Voor de rest was het een rustige dag en genoot ik van een goed boek in de stralende zon en tropische temperaturen. Ik ben me er wel van bewust dat we waarschijnlijk wel de enige kersttafel in Akil Samdi hadden. In het dorp leek Kerstmis een normale dag: de meisjes hun haar werd gevlochten, de mannen waren aan het werk op de akker, de jongens kwamen voetballen, oud en jong zat te zitten, kindjes aten rijst met bonen. De geboorte van een kind heeft hier een andere betekenis dan bij ons. Wanneer een kind hier geboren wordt, gaat het leven ook gewoon door…
Nu aftellen naar het nieuwe jaar!
| België | Haïti | ||
donderdag 27 december 2012
woensdag 19 december 2012
Het dagelijkse leventje in TSL
Na al het gereis van de voorbije dagen, was het tijd om het even rustiger aan te doen en in Akil Samdi te blijven. Omdat ik hier natuurlijk niet ben om hele dagen stil te zitten, hielp ik bij de kleutertjes. Elke dag komen 17 leerlingen van de derde kleuterklas naar Ti Soley Leve. We deden een spelletje zodat ik hun namen beter zou leren kennen. Dit bleek echter geen eenvoudige opdracht want de namen lijken in het niets op de namen die we gewoon zijn: Falande en Falanda, Mayka en Fayka, maar dan ook nog Saïka, Naïma, Calanda, Safari, Ancito, Romalove, enz. Ten tweede bleken de kindjes zo stil te praten dat ik hen vaak niet verstond. De Kerstman mag voor sommige kindjes een beetje meer stemgeluid brengen. We werkten daarna vooral met puzzels. Leren puzzelen lijkt voor ons vanzelfsprekend, maar ik heb mogen ontdekken dat dit niet zo is. In het Belgenlandje, heeft elk kind wel een puzzel thuis. Hier is het echt iets dat de kinderen nog moeten ontdekken wanneer ze in de drie opgaande kleuterklasjes zitten. Een voorbeeldje: Afbeelding en vorm worden moeilijk in relatie gebracht en zo kan het dat de staart van een hond herhaaldelijk aan de oren komt te staan en de olifant een slurf krijgt op zijn achterwerk. Het was meer proberen waar elk stukje paste in plaats van echt vanuit de tekening te vertrekken. Na een paar dagen oefenen, ging het al iets vlotter: Winnie De Pooh en Knorretje kregen meestal pootjes en oren op de juiste plaats. Met Kerstmis in het zicht, werden kerstbomen en Kerstmannen gekleurd en er werden teloefeningen gedaan met kerstballen. Er werden ook vrolijk liedjes gezongen: dat is iets wat de Haïtianen graag en dus ook vaak doen. Soms is het bij de kleuters wel meer ‘roepen’ in plaats van zingen. Wat ik zeer positief vind, is dat de kinderen in groepjes aan een tafel zitten waarbij elke coach één tafel begeleidt. Op die manier is er meer individuele aandacht mogelijk en leren de coachen hun 5 of 6 leerlingen erg goed kennen: hun vaardigheden, hun sterke punten en hun minder sterke punten. Voor elke leerling wordt ook een map bijgehouden met de werkjes die ze gemaakt hebben. (De pedagoog in mij… ) Door het helpen in de kleuterschool, krijg ik blijkbaar ook meer bekendheid in het dorp. Wanneer ik nu over straat loop of achteraan op de moto zit, is het niet meer alleen ‘blan’ dat de kinderen roepen, maar wordt er hier en daar ‘Katrijn’ geroepen.
Ik ging eveneens mee om de auto te gaan wassen. We reden naar de carwash ‘La Rivière’. Dit bleek niet enkel een carwash, maar ook een wassalon (waar vrouwen bedrijvig aan de slag gingen om alle kleren van kinderen en manlief proper te krijgen) en een groot bad (waar zowel kinderen, vrouwen als mannen zich wasten). Ondertussen waren wij volop in de weer al de modder van de auto te spoelen. Nadat een laagje shampoo was aangebracht, blonk hij alweer in de zon.
In Akil Samdi zijn er momenteel heel wat zieken. We bezoeken regelmatig Judette, een vrouw in de laatste fase van AIDS. Ze zal niet meer lang leven, elke dag gaat ze achteruit. Naast haar stond haar zoontje. In hetzelfde huis woont eveneens een baby’tje van een maand oud, Farah. Het leven is hier wispelturig… Hier in Akil Samdi staat een choleratent van Unicef met alle middelen om de ziekte te kunnen behandelen. Voor je binnengaat, ben je verplicht de handen te wassen. De bedjes zijn veldbedjes en hebben allemaal een gat in het midden zodat in het geval van niet-te-stoppen-diarree er een emmer onder kan worden gezet. Op het moment van ons bezoek daar, lag er een jongetje van ongeveer 4 jaar die door op straat te spelen, cholera had opgelopen. De ergste diarree was al voorbij en omdat hij zo flink was geweest, beloofde Jeannine hem een cadeautje. Tegelijk met ons bezoek daar, werd in het dispensarium een oude man binnen gebracht met 42° koorts, waarschijnlijk malaria… Hij trilde helemaal en was waarschijnlijk bijna aan het ijlen. We hoorden diezelfde dag het verhaal van een vrouw die dringend moest bevallen aangezien ze al een hele dag pijn in haar buik had. Venel was even met de auto weg, waardoor Geordany hen had gezegd een kwartier later terug te komen. Ze kwamen echter niet terug. We hoorden later dat de vrouw helemaal met de moto naar het ziekenhuis van Fort Liberté is gegaan (drie kwartier à een uur over onverharde weg). Daar bleek geen chirurg en/of gynaecoloog aanwezig te zijn, dus moest de vrouw nog verder doorrijden naar het ziekenhuis van Milot om een keizersnede uit te laten voeren. Hoe die vrouw die pijn heeft kunnen uithouden, is verwonderlijk. Het dagelijkse verhaal van een dorp ‘op de buiten’ in een land in de tropen…
Ondertussen komt de komst van Kelvin (eind van de kerstvakantie) dichterbij. Hij zal me helpen het project te realiseren. Daarom ben ik begonnen het één en ander verder voor te bereiden zodat we er volledig kunnen invliegen zodra hij arriveert. Zijn komst brengt hier ook wel wat avonturen te weeg, o.a. om internet te installeren:
Zaterdag: René zou komen om het internet te plaatsen. Hij was al eerder geweest om te bepalen waar het beste signaal zou opgevangen worden door de parabool en waar die dus moest geplaatst worden. De werkmannen hadden op die plaats reeds cement gegoten en een paal gezet waar de parabool op moest worden vastgezet. René kwam echter niet opdagen.
Maandag: René ging komen, maar bleek platte band te hebben. Venel is dus naar Fort Liberté gereden om hem te gaan ophalen. De parabool werd geïnstalleerd maar er bleek geen internet te zijn. Ondertussen stond iedereen er eigenlijk een beetje op te kijken, inclusief ik (ik wordt al een beetje gewoon aan de Haïtiaanse attitude blijkbaar). Er werd gecontroleerd of het aan de individuele stukken lag, maar alles werkte perfect. Conclusie: op de plaats waar de paal was gezet, kon toch geen goed signaal worden ontvangen. De paal moest dus verzet worden en er werd een nieuwe plaats gevonden waar volgens René beter signaal was.
Dinsdagochtend, 7u: de blok beton werd volledig uitgegraven. Tegelijk werd op de aangewezen plaats een nieuw gat gegraven om de blok beton met paal te zetten. Maar blijkbaar lag daar de waterleiding voor de keuken. Gevolg: waterleiding kapot. Die moest dus eerst gemaakt worden, vooraleer die betonblok erop kon worden gezet. Naar Perches om PVC lijm, niet te vinden. Dan maar met plakband. De waterleiding is gemaakt en vastgezet met cement. Daarop staat nu de betonblok met paal. Ondertussen was René gearriveerd, het nieuw gegoten beton was nog nat, maar de parabool werd toch geplaatst. En eind goed, al goed: er is internet!
Daarbij komt nog eens dat de keuken wordt geschilderd en opgeruimd, dus Eloude kwam hier koken, terwijl ze nog nooit met een gasvuur had gewerkt. Arlette was druk in de weer met al het materiaal uit de keuken af te wassen. Ook de komst van de Kerstman wordt voorbereid, maar daarover later meer. Op die manier kunnen dagen die rustig zouden moeten zijn, veranderen in een plotse chaos. Ik geniet tussendoor toch ook wat van het zonnetje. Moet ik een paar zonnestraaltjes opsturen? :)
PS: Aan iedereen die examens heeft (vooral voor mijn broertje en zusje!): studeer ze goed! Ik duim voor jullie!
Ik ging eveneens mee om de auto te gaan wassen. We reden naar de carwash ‘La Rivière’. Dit bleek niet enkel een carwash, maar ook een wassalon (waar vrouwen bedrijvig aan de slag gingen om alle kleren van kinderen en manlief proper te krijgen) en een groot bad (waar zowel kinderen, vrouwen als mannen zich wasten). Ondertussen waren wij volop in de weer al de modder van de auto te spoelen. Nadat een laagje shampoo was aangebracht, blonk hij alweer in de zon.
In Akil Samdi zijn er momenteel heel wat zieken. We bezoeken regelmatig Judette, een vrouw in de laatste fase van AIDS. Ze zal niet meer lang leven, elke dag gaat ze achteruit. Naast haar stond haar zoontje. In hetzelfde huis woont eveneens een baby’tje van een maand oud, Farah. Het leven is hier wispelturig… Hier in Akil Samdi staat een choleratent van Unicef met alle middelen om de ziekte te kunnen behandelen. Voor je binnengaat, ben je verplicht de handen te wassen. De bedjes zijn veldbedjes en hebben allemaal een gat in het midden zodat in het geval van niet-te-stoppen-diarree er een emmer onder kan worden gezet. Op het moment van ons bezoek daar, lag er een jongetje van ongeveer 4 jaar die door op straat te spelen, cholera had opgelopen. De ergste diarree was al voorbij en omdat hij zo flink was geweest, beloofde Jeannine hem een cadeautje. Tegelijk met ons bezoek daar, werd in het dispensarium een oude man binnen gebracht met 42° koorts, waarschijnlijk malaria… Hij trilde helemaal en was waarschijnlijk bijna aan het ijlen. We hoorden diezelfde dag het verhaal van een vrouw die dringend moest bevallen aangezien ze al een hele dag pijn in haar buik had. Venel was even met de auto weg, waardoor Geordany hen had gezegd een kwartier later terug te komen. Ze kwamen echter niet terug. We hoorden later dat de vrouw helemaal met de moto naar het ziekenhuis van Fort Liberté is gegaan (drie kwartier à een uur over onverharde weg). Daar bleek geen chirurg en/of gynaecoloog aanwezig te zijn, dus moest de vrouw nog verder doorrijden naar het ziekenhuis van Milot om een keizersnede uit te laten voeren. Hoe die vrouw die pijn heeft kunnen uithouden, is verwonderlijk. Het dagelijkse verhaal van een dorp ‘op de buiten’ in een land in de tropen…
Ondertussen komt de komst van Kelvin (eind van de kerstvakantie) dichterbij. Hij zal me helpen het project te realiseren. Daarom ben ik begonnen het één en ander verder voor te bereiden zodat we er volledig kunnen invliegen zodra hij arriveert. Zijn komst brengt hier ook wel wat avonturen te weeg, o.a. om internet te installeren:
Zaterdag: René zou komen om het internet te plaatsen. Hij was al eerder geweest om te bepalen waar het beste signaal zou opgevangen worden door de parabool en waar die dus moest geplaatst worden. De werkmannen hadden op die plaats reeds cement gegoten en een paal gezet waar de parabool op moest worden vastgezet. René kwam echter niet opdagen.
Maandag: René ging komen, maar bleek platte band te hebben. Venel is dus naar Fort Liberté gereden om hem te gaan ophalen. De parabool werd geïnstalleerd maar er bleek geen internet te zijn. Ondertussen stond iedereen er eigenlijk een beetje op te kijken, inclusief ik (ik wordt al een beetje gewoon aan de Haïtiaanse attitude blijkbaar). Er werd gecontroleerd of het aan de individuele stukken lag, maar alles werkte perfect. Conclusie: op de plaats waar de paal was gezet, kon toch geen goed signaal worden ontvangen. De paal moest dus verzet worden en er werd een nieuwe plaats gevonden waar volgens René beter signaal was.
Dinsdagochtend, 7u: de blok beton werd volledig uitgegraven. Tegelijk werd op de aangewezen plaats een nieuw gat gegraven om de blok beton met paal te zetten. Maar blijkbaar lag daar de waterleiding voor de keuken. Gevolg: waterleiding kapot. Die moest dus eerst gemaakt worden, vooraleer die betonblok erop kon worden gezet. Naar Perches om PVC lijm, niet te vinden. Dan maar met plakband. De waterleiding is gemaakt en vastgezet met cement. Daarop staat nu de betonblok met paal. Ondertussen was René gearriveerd, het nieuw gegoten beton was nog nat, maar de parabool werd toch geplaatst. En eind goed, al goed: er is internet!
Daarbij komt nog eens dat de keuken wordt geschilderd en opgeruimd, dus Eloude kwam hier koken, terwijl ze nog nooit met een gasvuur had gewerkt. Arlette was druk in de weer met al het materiaal uit de keuken af te wassen. Ook de komst van de Kerstman wordt voorbereid, maar daarover later meer. Op die manier kunnen dagen die rustig zouden moeten zijn, veranderen in een plotse chaos. Ik geniet tussendoor toch ook wat van het zonnetje. Moet ik een paar zonnestraaltjes opsturen? :)
PS: Aan iedereen die examens heeft (vooral voor mijn broertje en zusje!): studeer ze goed! Ik duim voor jullie!
dinsdag 11 december 2012
Exclusief weekend in Haïti
Vrijdagochtend stond ik goedgezind vroeg op om te vertrekken naar Port-au-Prince; ik had namelijk grote plannen. Jeannine bracht me naar Cap-Haïtien en daar nam ik een klein vliegtuigje richting hoofdstad. De vlucht was prachtig. Doordat we niet zo hoog vlogen, had ik een mooi zicht op het landschap. De zon was van de partij en er waren bijna geen wolken. Groene akkers, kronkelende rivieren, hier en daar een klein dorpje tussen al dat “nu nog groen, dankzij het regenseizoen”. We vlogen bijna tussen de bergtoppen door, echt de moeite om het land in vogelvlucht te bekijken. Hoe dichter we bij Port-au-Prince kwamen, hoe meer gebouwen en auto’s te zien waren, de agglomeratie strekte zich uit, met het Site Solèy, de grootste populaire wijk als blikvanger. In de aankomsthal van het mini vliegveldje vroegen meteen zes Haïtianen of ik een taxi nodig had. Gelukkig was Venel er snel om me op te halen.
In het gastenkwartier van père Andrew aangekomen, was het tijd om me, jawel, deze keer een beetje stads op te maken. Net als alle Belgen wonend in Haïti, kreeg Jeannine een uitnodiging voor een receptie op het Belgisch consulaat, aangeboden door het Belgisch Hof en met bijzondere gast Prinses Mathilde. Omdat de datum te dicht lag bij de examenperiode, mocht ik Jeannine en TSL vertegenwoordigen. Voor mij was dit de unieke kans om andere Belgen te ontmoeten en te horen in welke functie ze in Haïti verblijven.
Goed op tijd vertrok ik met père Luc en père Guy, beiden Scheutisten, rekening houdend met de typische ‘blokus’ (files) in Port-au-Prince. Een uur en 20 minuten lang kon ik me verbazen over alle kerstverlichting in de stad. Straatverlichting is er amper, maar in deze feesttijd zijn zowel bomen als huizen versierd met kerstlichtjes.
Eindelijk kwam het consulaat in zicht. Politie op de parking zorgde voor veiligheid. Onze naam opgevend, werd streng nagekeken of we op de gastenlijst stonden. Vervolgens werden we verwelkomd door de Belgische consul aan de ingang van een prachtig gedecoreerde tuin. Er stonden witte schommelbankjes, zeteltjes, receptietafels, alles er op en er aan. Direct kregen we al een welkomstdrankje: een cocktail die zich liet smaken. Haïtiaanse jongens kwamen rond met lekkere hapjes met scampi’s, gebakken kipjes, gedroogde stukjes banaan, enz. Er was een buffet met broodjes, kaas, druiven en ander fruit. Heel verzorgd allemaal. Maar vooral het zien van een bonte mengeling mensen was boeiend: jong en oud, heren in kostuum, dames in mantelpakjes of chique kleedjes, maar ook coöperanten in typische beige trekkersbroeken en te grote hemdjes. Ik maakte kennis met de viceconsul en zijn vrouw en met de Belgische ambassadeur. Ik praatte met andere Scheutisten, met twee Zusters van de Jacht, met mensen die hier werken voor Broederlijk Delen en Protos, met de verantwoordelijke van Broederlijk Delen in Haïti, enz. Ik voerde met velen zeer interessante gesprekken waarbij het soms snel overschakelen werd tussen Frans, Nederlands en Creools… trek je uit de slag Katrijn!!! Geroezemoes en ettelijk fototoestellen schoven naar de ingang van het park en wij dus ook: prinses Mathilde was gearriveerd!. De prinses is een heel vriendelijke dame die zeker niet uit de hoogte doet. Ze nam de tijd om met heel wat mensen te praten, ook met de paters Scheutisten. Ze praatte Nederlands met ons en ik sta op de foto samen met haar!
Als kers op de taart kregen alle genodigden nog een kleine attentie: een kerstbal, mooi Haïtiaans artisanaal versierd en een blijvende herinnering aan een leuke (en unieke!) avond…
Zoals jullie op het Belgisch nieuws konden volgen, was prinses Mathilde drie dagen in de hoofdstad als vertegenwoordigster van Unicef. Ze bezocht een tentenkamp, een schooltje en een populaire wijk. Zelf bekeek ik de filmpjes van VTM. Ik besef dat de getoonde beelden jullie waarschijnlijk verbaasd hebben. Wie echter langere tijd in Haïti verblijft, plaatst vele van deze beelden in een andere context. Zo kreeg ik te horen van een Haïtiaan die al heel lang in de hoofdstad woont, dat de huidige bewoners van tentenkampen niet altijd slachtoffers zijn van de aardbeving maar uit het binnenland kwamen om hier een korreltje noodhulp me te pikken. In het VTM filmpje frappeerde me het volgende: de reporter stapt een tent in waar een moeder voor vijf kinderen zorgt. Ze klaagt dat ze alleen moet instaan voor deze kinderen… De jongste heeft ze nog aan de borst, een kindje verwekt na de aardbeving… Weten zij en de verwekker van dit kind dan echt niet dat er familieplanning bestaat? Ook die vragen moeten we durven stellen. Prinses Mathilde bezocht en schooltje…je ziet in eerste instantie de auto van de prinses over de hobbelige weg rijden met de woorden “de weg is hier niet zo goed”. Ik zit hier momenteel in een dorp dat enkel te bereiken is via barslechte wegen en die bij regenval het dorp zelfs isoleren! Ik begrijp dat de media beperkt was aan informatie, dat de meeste journalisten niet verder gingen dan de plaatsen die de prinses bezocht... In ieder geval ben ik blij het land ‘anders en echter’ te leren kennen en ik hoop gedurende de komende maanden daaraan nog veel indrukken toe te voegen.
Om terug te komen op Port-au-Prince: mijn exclusieve weekend was nog niet voorbij. Zaterdagvoormiddag ging ik met Luc boodschappen doen – of dat was in ieder geval het plan. Het draaide anders uit. Luc nam me eerst mee naar de winkelgalerij Rivoli in Pétion-Ville, de bovenstad waar onder andere de rijkeren hun stekje hebben. “Dit moet je gezien hebben” zei Luc. Ik was erg benieuwd en er een ontsnapte me een kleine ‘wauw’ toen we de winkel binnen gingen. De duurste parfums, handtassen, juwelen, kleren van Lacoste en andere grote merken stonden oogverblindend gedecoreerd. Dit was duidelijk een winkel voor de 15% allerrijksten van het land. Daarna reden we hogerop naar “Bouteiller” waar we een prachtig zicht over de ganse agglomeratie hadden, Port-au-Prince, één grote grijze vlek. Nog hogerop kronkelde de weg langs enorm grote villa’s. De auto’s van de tegenliggers prijsden grote merken, passend bij de weergaloze behuizing. Ons eindpunt was Fermathe, waar een Amerikaanse familie sinds generaties een missie hebben gesticht, waar ze een boeiend museum hebben, een hospitaal en schooltjes, een restaurant voor de vele bezoekers van hun souvenirwinkel. Op die plaats kreeg je ook een prachtig uitzicht op de terrasbouw in de bergen… hopelijk palmen de rijken dit brokje natuur niet in!
De laatste activiteit van het weekend bracht me naar het huwelijk van Natacha en Jean Bernard, een collega van Venel en Reynold. Reynold was getuige. Om de plaats van het huwelijk te vinden, begaven we ons weer in een ander avontuur (ook al had ik dat in de hoofdstad niet direct verwacht). In Pétion-Ville verlieten we de verharde weg om via een steile zand- en steenweg omhoog de bergen in te gaan. Het busje dat verschillende gasten voor de trouw vervoerde, kon zelfs niet helemaal tot boven geraken. Toen we arriveerden, was bòs Reynold met de bruidegom reeds toegekomen. Ik zag al onmiddellijk dat ik met mijn eenvoudige kleedje niet veel voorstelde tussen de prachtig uitgedoste dames: hun haren prachtig opgestoken, kleedjes die blonken, schoenen met fijne en hoge hakken (waar sommigen maar wankel op liepen). Ook de mannen waren prachtig in kostuum; ook al waren die kostuums te groot of te klein. Zelfs de kinderen: kleine meisjes met kleedjes alsof ze zelf zouden trouwen en jongens in kostuum of met een dasje. Na lang wachten kwam uiteindelijk met veel getoeter de bruid aan. Bòs Venel was chauffeur en ze reden in een auto die was versierd met grote strikken. De bruid droeg een mooi klassiek wit kleed met sleep. Na nog meer wachten, begon de ceremonie en een uur te laat begon ook eindelijk de mis (om 17u in plaats van 16u). Er werd veel gebabbeld en gezongen (al moet ik toegeven dat ze in Zuid-Afrika mooier zongen in de kerk :)). Toch wel een paar grappige zaken opgemerkt. Ten eerste was de mis volledig in het Frans in plaats van het Creools. Bovendien zitten de bruid en de bruidegom in het begin tegenover elkaar met elk hun getuige naast zich. Pas nadat de trouwgeloften (“jusqu’ à ce que la mort nous separe”) waren afgelegd, mocht het echtpaar naast elkaar gaan zitten. Bovendien was het al donker buiten toen de mis begon. De kerk was wel hier en daar verlicht, maar waarschijnlijk niet sterk genoeg om een mooie film te maken. Eén jongen had dus de leuke taak om de hele tijd met een spot rond te lopen, zodat de gebeurtenissen steeds goed in beeld werden gebracht, heel grappig om te zien! We zijn echter niet tot het einde gebleven: op het ‘programma’ was het afleggen van de trouwgelofte puntje zes van de 18 puntjes in het totaal en we waren al een uur en een half bezig! Venel vertelde de volgende dag dat het nog tot 20u30 ongeveer had geduurd dus was ik tevreden dat we niet waren gebleven!
De volgende dag was het dan weer tijd om met de auto naar Akil te komen. Bòs Venel stond om iets na 5u op de parking bij père Andrew, waarna we Carmelle bij haar familie gingen ophalen. Heel raar was dat ik om 6u ’s ochtends op de radio het liedje van Nick Balthazar hoorde ‘Do it Now’ dat werd gemaakt in het teken van de actie ‘Sing for the climate’. De tekst kreeg daarbij voor mij een speciale betekenis bij het uitrijden van Port-au-Prince: “we need to build a better future and we need to start right now’.
http://www.youtube.com/watch?v=OVnedIW1y8E
PS: nieuwe foto's toegevoegd in het mapje 'december'.
In het gastenkwartier van père Andrew aangekomen, was het tijd om me, jawel, deze keer een beetje stads op te maken. Net als alle Belgen wonend in Haïti, kreeg Jeannine een uitnodiging voor een receptie op het Belgisch consulaat, aangeboden door het Belgisch Hof en met bijzondere gast Prinses Mathilde. Omdat de datum te dicht lag bij de examenperiode, mocht ik Jeannine en TSL vertegenwoordigen. Voor mij was dit de unieke kans om andere Belgen te ontmoeten en te horen in welke functie ze in Haïti verblijven.
Goed op tijd vertrok ik met père Luc en père Guy, beiden Scheutisten, rekening houdend met de typische ‘blokus’ (files) in Port-au-Prince. Een uur en 20 minuten lang kon ik me verbazen over alle kerstverlichting in de stad. Straatverlichting is er amper, maar in deze feesttijd zijn zowel bomen als huizen versierd met kerstlichtjes.
Eindelijk kwam het consulaat in zicht. Politie op de parking zorgde voor veiligheid. Onze naam opgevend, werd streng nagekeken of we op de gastenlijst stonden. Vervolgens werden we verwelkomd door de Belgische consul aan de ingang van een prachtig gedecoreerde tuin. Er stonden witte schommelbankjes, zeteltjes, receptietafels, alles er op en er aan. Direct kregen we al een welkomstdrankje: een cocktail die zich liet smaken. Haïtiaanse jongens kwamen rond met lekkere hapjes met scampi’s, gebakken kipjes, gedroogde stukjes banaan, enz. Er was een buffet met broodjes, kaas, druiven en ander fruit. Heel verzorgd allemaal. Maar vooral het zien van een bonte mengeling mensen was boeiend: jong en oud, heren in kostuum, dames in mantelpakjes of chique kleedjes, maar ook coöperanten in typische beige trekkersbroeken en te grote hemdjes. Ik maakte kennis met de viceconsul en zijn vrouw en met de Belgische ambassadeur. Ik praatte met andere Scheutisten, met twee Zusters van de Jacht, met mensen die hier werken voor Broederlijk Delen en Protos, met de verantwoordelijke van Broederlijk Delen in Haïti, enz. Ik voerde met velen zeer interessante gesprekken waarbij het soms snel overschakelen werd tussen Frans, Nederlands en Creools… trek je uit de slag Katrijn!!! Geroezemoes en ettelijk fototoestellen schoven naar de ingang van het park en wij dus ook: prinses Mathilde was gearriveerd!. De prinses is een heel vriendelijke dame die zeker niet uit de hoogte doet. Ze nam de tijd om met heel wat mensen te praten, ook met de paters Scheutisten. Ze praatte Nederlands met ons en ik sta op de foto samen met haar!
Als kers op de taart kregen alle genodigden nog een kleine attentie: een kerstbal, mooi Haïtiaans artisanaal versierd en een blijvende herinnering aan een leuke (en unieke!) avond…
Zoals jullie op het Belgisch nieuws konden volgen, was prinses Mathilde drie dagen in de hoofdstad als vertegenwoordigster van Unicef. Ze bezocht een tentenkamp, een schooltje en een populaire wijk. Zelf bekeek ik de filmpjes van VTM. Ik besef dat de getoonde beelden jullie waarschijnlijk verbaasd hebben. Wie echter langere tijd in Haïti verblijft, plaatst vele van deze beelden in een andere context. Zo kreeg ik te horen van een Haïtiaan die al heel lang in de hoofdstad woont, dat de huidige bewoners van tentenkampen niet altijd slachtoffers zijn van de aardbeving maar uit het binnenland kwamen om hier een korreltje noodhulp me te pikken. In het VTM filmpje frappeerde me het volgende: de reporter stapt een tent in waar een moeder voor vijf kinderen zorgt. Ze klaagt dat ze alleen moet instaan voor deze kinderen… De jongste heeft ze nog aan de borst, een kindje verwekt na de aardbeving… Weten zij en de verwekker van dit kind dan echt niet dat er familieplanning bestaat? Ook die vragen moeten we durven stellen. Prinses Mathilde bezocht en schooltje…je ziet in eerste instantie de auto van de prinses over de hobbelige weg rijden met de woorden “de weg is hier niet zo goed”. Ik zit hier momenteel in een dorp dat enkel te bereiken is via barslechte wegen en die bij regenval het dorp zelfs isoleren! Ik begrijp dat de media beperkt was aan informatie, dat de meeste journalisten niet verder gingen dan de plaatsen die de prinses bezocht... In ieder geval ben ik blij het land ‘anders en echter’ te leren kennen en ik hoop gedurende de komende maanden daaraan nog veel indrukken toe te voegen.
Om terug te komen op Port-au-Prince: mijn exclusieve weekend was nog niet voorbij. Zaterdagvoormiddag ging ik met Luc boodschappen doen – of dat was in ieder geval het plan. Het draaide anders uit. Luc nam me eerst mee naar de winkelgalerij Rivoli in Pétion-Ville, de bovenstad waar onder andere de rijkeren hun stekje hebben. “Dit moet je gezien hebben” zei Luc. Ik was erg benieuwd en er een ontsnapte me een kleine ‘wauw’ toen we de winkel binnen gingen. De duurste parfums, handtassen, juwelen, kleren van Lacoste en andere grote merken stonden oogverblindend gedecoreerd. Dit was duidelijk een winkel voor de 15% allerrijksten van het land. Daarna reden we hogerop naar “Bouteiller” waar we een prachtig zicht over de ganse agglomeratie hadden, Port-au-Prince, één grote grijze vlek. Nog hogerop kronkelde de weg langs enorm grote villa’s. De auto’s van de tegenliggers prijsden grote merken, passend bij de weergaloze behuizing. Ons eindpunt was Fermathe, waar een Amerikaanse familie sinds generaties een missie hebben gesticht, waar ze een boeiend museum hebben, een hospitaal en schooltjes, een restaurant voor de vele bezoekers van hun souvenirwinkel. Op die plaats kreeg je ook een prachtig uitzicht op de terrasbouw in de bergen… hopelijk palmen de rijken dit brokje natuur niet in!
De laatste activiteit van het weekend bracht me naar het huwelijk van Natacha en Jean Bernard, een collega van Venel en Reynold. Reynold was getuige. Om de plaats van het huwelijk te vinden, begaven we ons weer in een ander avontuur (ook al had ik dat in de hoofdstad niet direct verwacht). In Pétion-Ville verlieten we de verharde weg om via een steile zand- en steenweg omhoog de bergen in te gaan. Het busje dat verschillende gasten voor de trouw vervoerde, kon zelfs niet helemaal tot boven geraken. Toen we arriveerden, was bòs Reynold met de bruidegom reeds toegekomen. Ik zag al onmiddellijk dat ik met mijn eenvoudige kleedje niet veel voorstelde tussen de prachtig uitgedoste dames: hun haren prachtig opgestoken, kleedjes die blonken, schoenen met fijne en hoge hakken (waar sommigen maar wankel op liepen). Ook de mannen waren prachtig in kostuum; ook al waren die kostuums te groot of te klein. Zelfs de kinderen: kleine meisjes met kleedjes alsof ze zelf zouden trouwen en jongens in kostuum of met een dasje. Na lang wachten kwam uiteindelijk met veel getoeter de bruid aan. Bòs Venel was chauffeur en ze reden in een auto die was versierd met grote strikken. De bruid droeg een mooi klassiek wit kleed met sleep. Na nog meer wachten, begon de ceremonie en een uur te laat begon ook eindelijk de mis (om 17u in plaats van 16u). Er werd veel gebabbeld en gezongen (al moet ik toegeven dat ze in Zuid-Afrika mooier zongen in de kerk :)). Toch wel een paar grappige zaken opgemerkt. Ten eerste was de mis volledig in het Frans in plaats van het Creools. Bovendien zitten de bruid en de bruidegom in het begin tegenover elkaar met elk hun getuige naast zich. Pas nadat de trouwgeloften (“jusqu’ à ce que la mort nous separe”) waren afgelegd, mocht het echtpaar naast elkaar gaan zitten. Bovendien was het al donker buiten toen de mis begon. De kerk was wel hier en daar verlicht, maar waarschijnlijk niet sterk genoeg om een mooie film te maken. Eén jongen had dus de leuke taak om de hele tijd met een spot rond te lopen, zodat de gebeurtenissen steeds goed in beeld werden gebracht, heel grappig om te zien! We zijn echter niet tot het einde gebleven: op het ‘programma’ was het afleggen van de trouwgelofte puntje zes van de 18 puntjes in het totaal en we waren al een uur en een half bezig! Venel vertelde de volgende dag dat het nog tot 20u30 ongeveer had geduurd dus was ik tevreden dat we niet waren gebleven!
De volgende dag was het dan weer tijd om met de auto naar Akil te komen. Bòs Venel stond om iets na 5u op de parking bij père Andrew, waarna we Carmelle bij haar familie gingen ophalen. Heel raar was dat ik om 6u ’s ochtends op de radio het liedje van Nick Balthazar hoorde ‘Do it Now’ dat werd gemaakt in het teken van de actie ‘Sing for the climate’. De tekst kreeg daarbij voor mij een speciale betekenis bij het uitrijden van Port-au-Prince: “we need to build a better future and we need to start right now’.
http://www.youtube.com/watch?v=OVnedIW1y8E
PS: nieuwe foto's toegevoegd in het mapje 'december'.
zaterdag 1 december 2012
Port-au-prince
Na de hoofdstad in 2010 gezien te hebben, was ik wel benieuwd om te zien hoe het daar momenteel gaat. Na een acht uur durende, hobbelige rit door dorpjes met namen zoals Romeo, Limonade en Cabaret, prachtige zichten op de bergen, de oceaan, de rijstvelden en bananenplantage en vele kerstliederen op de radio later, kwamen we aan bij père Andrew waar we konden verblijven. De volgende dag trokken we de stad in. Bijna de hele tijd ging het verkeer stapvoets vooruit, wat mij de kans gaf om goed rond te kijken. En dat was nodig! Port-au-Prince geeft op het eerste zicht een chaotische indruk: overal liggen hoopjes vuil, ligt modder en zijn kanaaltjes dichtgeslibd door al het afval, overal is verkeer, overal lopen mensen rond, alle huizen zijn vlak naast elkaar gebouwd. Op één bergflank staat het ene huis gewoon boven het andere huis gebouwd. Er hangt een waas van uitlaatgassen boven de stad. Nadat ik hier aan gewend was, keek ik aandachtiger en toen begon ik de restanten van de aardbeving waar te nemen: er liggen nog steeds gebouwen ingestort, er zijn nog huizen met duidelijk zichtbare scheuren, er zijn nog tentenkampen. Maar het is ondertussen meer verborgen: mensen bouwen verder op het puin, de tentenkampen zijn verborgen achter muren - geen tenten meer dus midden op de straten - hier en daar een nieuw gebouw. Zo bezochten we bijvoorbeeld de technische school van de Salesianen die zwaar werd getroffen door de aardbeving. Een deel van het gebouw staat er nog, maar rondom werden nieuwe klaslokalen uit hout geplaatst. Het paleis werd verder afgebroken, met de bedoeling het in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. De stempels die na de aardbeving op de huizen werden gezet, zijn ook nog te zien. Het leven gaat verder. Op straat kan je alles wat je wenst, kopen: van fruit, rijst en kleren tot schoolboeken, tafels en ijskasten. Ik zag ook het contrast: grote villa’s, chique hotels en een grote supermarkt waar allerlei westerse producten te verkrijgen zijn. Ook dat is Port-au-Prince.
Ik heb ook een ziekenhuis in de stad bezocht, ook hier een hectische boel. Overal waren patiënten aan het wachten, er was veel lawaai, patiënten lagen samen in een zaal waardoor er weinig sprake is van privacy, het sanitair zag er niet proper uit, de lavabo was kapot, bloed lag op de grond en overal waren studenten die voor verpleegkundige of arts studeren. Het gebouw zag er helemaal uitgeleefd uit, terwijl het niet eens zo oud bleek te zijn. In tegenstelling daarmee bezocht ik ook het poli-kliniekje dat père Andrew heeft opgericht. Een wereld van verschil. Hier was het proper zonder overbodige luxe. Er was ook een apotheek aan verbonden die heel wat geneesmiddelen ter beschikking had.
Op de terugweg bezocht ik in Titayen als afsluiter de gedenksteen die Haïti moet herinneren aan de aardbeving. Een mooi eenvoudig monument, zeker iets om te koesteren…
We pikten onderweg Jan op die als vrijwilliger in een weeshuis is. Hij bracht het weekend door in Akil Samdi. We gingen naar Fort Liberté waar de restanten van een fort en kleine bootjes een mooi idyllisch plaatje vormen aan de oceaan. Maandag staken we de grens over naar Dajabon waar op dat moment een grote markt plaats vond. De grens is dan open wat wil zeggen dat Haïtianen zonder controle op de markt worden toegelaten. Met andere woorden: een geloop en gehaast om de grens over te gaan, aankopen te doen op de markt, die naar Haïti over te brengen op karren, kruiwagens of hun hoofd, die aankopen in te laden op tal van bussen en camions die staan te wachten en terug de grens over enzovoort… Ongelooflijk. De markt zelf was verbazend meer gestructureerd dan in Haïti: iedere handelaar heeft zijn eigen plaatsje, er is meer ruimte, groenten zien er beter uit, niet alles ligt op de grond, … . Daarna gingen we verder nog wat boodschappen doen in de Dominicaanse Republiek achter op een taxibrommer en staken we zelf terug de grens over.
Toen het tijd was voor Jan om terug te keren naar Saint-Michel De Lattalay voor het weeshuis, kon ik meerijden om eens een kijkje te nemen daar: een zeer interessant project. We bezochten ook een school in de stad en een project van Taiwan wat verderop. Er werd een volledig nieuw dorp neergeplant met prefab-huisjes. Op zich een mooi idee, maar in bòs Reynold zijn woorden “mist het veel”, oa. een duidelijke visie. Er is bijvoorbeeld nergens een keuken voorzien, dus de hutjes duiken al op tussen de huisjes. Blijkbaar is er ook geen goede voorziening voor water en er is weinig schaduw terwijl Haïtianen werkelijk alles buiten doen: koken, wassen, …. Onderweg genoot ik alweer van de prachtige natuur van Haïti: palmbomen, groene bergflanken, grote vlaktes waar de koeien en geiten aan het grazen zijn, watervallen, de citadel van Milot prachtig in het zonlicht op de top van een berg. De weg zelf was erbarmelijk slecht: putten, putten en nog eens putten! Ik denk dat we van de 4u rijden slechts een half uur goede asfalt hebben gehad. Bòs Reynold vertelde mij ondertussen interessante verhalen over zijn geboordedorp, zijn kindertijd en Haïti. En eindelijk kon ik terug van de zon genieten: ze is terug!
Charline is ondertussen ook jarig geweest, dus taart (gehaald bij de bakkerij een uur verderop in Cap Haitien)! Zij durfde een gewaagdere keuze te maken: roze!
Donderdag ben ik meegereden terug naar Port-au-Prince om vrijdag te kunnen doorrijden naar Hinche om een kast te gaan ophalen en terug naar Akil te rijden. 13u onderweg geweest, maar het was de moeite: een nieuw deel van Haïti gezien met een heel mooi zicht op een grote stuwdam (terwijl de zon nog aan het opkomen was, prachtig!), kronkelende rivieren, nog meer palmbomen, enzovoort. Haïti is een mooi land!
PS: ook bij 'Foto's november' werden nog een aantal foto's toegevoegd.
Ik heb ook een ziekenhuis in de stad bezocht, ook hier een hectische boel. Overal waren patiënten aan het wachten, er was veel lawaai, patiënten lagen samen in een zaal waardoor er weinig sprake is van privacy, het sanitair zag er niet proper uit, de lavabo was kapot, bloed lag op de grond en overal waren studenten die voor verpleegkundige of arts studeren. Het gebouw zag er helemaal uitgeleefd uit, terwijl het niet eens zo oud bleek te zijn. In tegenstelling daarmee bezocht ik ook het poli-kliniekje dat père Andrew heeft opgericht. Een wereld van verschil. Hier was het proper zonder overbodige luxe. Er was ook een apotheek aan verbonden die heel wat geneesmiddelen ter beschikking had.
Op de terugweg bezocht ik in Titayen als afsluiter de gedenksteen die Haïti moet herinneren aan de aardbeving. Een mooi eenvoudig monument, zeker iets om te koesteren…
We pikten onderweg Jan op die als vrijwilliger in een weeshuis is. Hij bracht het weekend door in Akil Samdi. We gingen naar Fort Liberté waar de restanten van een fort en kleine bootjes een mooi idyllisch plaatje vormen aan de oceaan. Maandag staken we de grens over naar Dajabon waar op dat moment een grote markt plaats vond. De grens is dan open wat wil zeggen dat Haïtianen zonder controle op de markt worden toegelaten. Met andere woorden: een geloop en gehaast om de grens over te gaan, aankopen te doen op de markt, die naar Haïti over te brengen op karren, kruiwagens of hun hoofd, die aankopen in te laden op tal van bussen en camions die staan te wachten en terug de grens over enzovoort… Ongelooflijk. De markt zelf was verbazend meer gestructureerd dan in Haïti: iedere handelaar heeft zijn eigen plaatsje, er is meer ruimte, groenten zien er beter uit, niet alles ligt op de grond, … . Daarna gingen we verder nog wat boodschappen doen in de Dominicaanse Republiek achter op een taxibrommer en staken we zelf terug de grens over.
Toen het tijd was voor Jan om terug te keren naar Saint-Michel De Lattalay voor het weeshuis, kon ik meerijden om eens een kijkje te nemen daar: een zeer interessant project. We bezochten ook een school in de stad en een project van Taiwan wat verderop. Er werd een volledig nieuw dorp neergeplant met prefab-huisjes. Op zich een mooi idee, maar in bòs Reynold zijn woorden “mist het veel”, oa. een duidelijke visie. Er is bijvoorbeeld nergens een keuken voorzien, dus de hutjes duiken al op tussen de huisjes. Blijkbaar is er ook geen goede voorziening voor water en er is weinig schaduw terwijl Haïtianen werkelijk alles buiten doen: koken, wassen, …. Onderweg genoot ik alweer van de prachtige natuur van Haïti: palmbomen, groene bergflanken, grote vlaktes waar de koeien en geiten aan het grazen zijn, watervallen, de citadel van Milot prachtig in het zonlicht op de top van een berg. De weg zelf was erbarmelijk slecht: putten, putten en nog eens putten! Ik denk dat we van de 4u rijden slechts een half uur goede asfalt hebben gehad. Bòs Reynold vertelde mij ondertussen interessante verhalen over zijn geboordedorp, zijn kindertijd en Haïti. En eindelijk kon ik terug van de zon genieten: ze is terug!
Charline is ondertussen ook jarig geweest, dus taart (gehaald bij de bakkerij een uur verderop in Cap Haitien)! Zij durfde een gewaagdere keuze te maken: roze!
Donderdag ben ik meegereden terug naar Port-au-Prince om vrijdag te kunnen doorrijden naar Hinche om een kast te gaan ophalen en terug naar Akil te rijden. 13u onderweg geweest, maar het was de moeite: een nieuw deel van Haïti gezien met een heel mooi zicht op een grote stuwdam (terwijl de zon nog aan het opkomen was, prachtig!), kronkelende rivieren, nog meer palmbomen, enzovoort. Haïti is een mooi land!
PS: ook bij 'Foto's november' werden nog een aantal foto's toegevoegd.
Abonneren op:
Posts (Atom)