Na de hoofdstad in 2010 gezien te hebben, was ik wel benieuwd om te zien hoe het daar momenteel gaat. Na een acht uur durende, hobbelige rit door dorpjes met namen zoals Romeo, Limonade en Cabaret, prachtige zichten op de bergen, de oceaan, de rijstvelden en bananenplantage en vele kerstliederen op de radio later, kwamen we aan bij père Andrew waar we konden verblijven. De volgende dag trokken we de stad in. Bijna de hele tijd ging het verkeer stapvoets vooruit, wat mij de kans gaf om goed rond te kijken. En dat was nodig! Port-au-Prince geeft op het eerste zicht een chaotische indruk: overal liggen hoopjes vuil, ligt modder en zijn kanaaltjes dichtgeslibd door al het afval, overal is verkeer, overal lopen mensen rond, alle huizen zijn vlak naast elkaar gebouwd. Op één bergflank staat het ene huis gewoon boven het andere huis gebouwd. Er hangt een waas van uitlaatgassen boven de stad. Nadat ik hier aan gewend was, keek ik aandachtiger en toen begon ik de restanten van de aardbeving waar te nemen: er liggen nog steeds gebouwen ingestort, er zijn nog huizen met duidelijk zichtbare scheuren, er zijn nog tentenkampen. Maar het is ondertussen meer verborgen: mensen bouwen verder op het puin, de tentenkampen zijn verborgen achter muren - geen tenten meer dus midden op de straten - hier en daar een nieuw gebouw. Zo bezochten we bijvoorbeeld de technische school van de Salesianen die zwaar werd getroffen door de aardbeving. Een deel van het gebouw staat er nog, maar rondom werden nieuwe klaslokalen uit hout geplaatst. Het paleis werd verder afgebroken, met de bedoeling het in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. De stempels die na de aardbeving op de huizen werden gezet, zijn ook nog te zien. Het leven gaat verder. Op straat kan je alles wat je wenst, kopen: van fruit, rijst en kleren tot schoolboeken, tafels en ijskasten. Ik zag ook het contrast: grote villa’s, chique hotels en een grote supermarkt waar allerlei westerse producten te verkrijgen zijn. Ook dat is Port-au-Prince.
Ik heb ook een ziekenhuis in de stad bezocht, ook hier een hectische boel. Overal waren patiënten aan het wachten, er was veel lawaai, patiënten lagen samen in een zaal waardoor er weinig sprake is van privacy, het sanitair zag er niet proper uit, de lavabo was kapot, bloed lag op de grond en overal waren studenten die voor verpleegkundige of arts studeren. Het gebouw zag er helemaal uitgeleefd uit, terwijl het niet eens zo oud bleek te zijn. In tegenstelling daarmee bezocht ik ook het poli-kliniekje dat père Andrew heeft opgericht. Een wereld van verschil. Hier was het proper zonder overbodige luxe. Er was ook een apotheek aan verbonden die heel wat geneesmiddelen ter beschikking had.
Op de terugweg bezocht ik in Titayen als afsluiter de gedenksteen die Haïti moet herinneren aan de aardbeving. Een mooi eenvoudig monument, zeker iets om te koesteren…
We pikten onderweg Jan op die als vrijwilliger in een weeshuis is. Hij bracht het weekend door in Akil Samdi. We gingen naar Fort Liberté waar de restanten van een fort en kleine bootjes een mooi idyllisch plaatje vormen aan de oceaan. Maandag staken we de grens over naar Dajabon waar op dat moment een grote markt plaats vond. De grens is dan open wat wil zeggen dat Haïtianen zonder controle op de markt worden toegelaten. Met andere woorden: een geloop en gehaast om de grens over te gaan, aankopen te doen op de markt, die naar Haïti over te brengen op karren, kruiwagens of hun hoofd, die aankopen in te laden op tal van bussen en camions die staan te wachten en terug de grens over enzovoort… Ongelooflijk. De markt zelf was verbazend meer gestructureerd dan in Haïti: iedere handelaar heeft zijn eigen plaatsje, er is meer ruimte, groenten zien er beter uit, niet alles ligt op de grond, … . Daarna gingen we verder nog wat boodschappen doen in de Dominicaanse Republiek achter op een taxibrommer en staken we zelf terug de grens over.
Toen het tijd was voor Jan om terug te keren naar Saint-Michel De Lattalay voor het weeshuis, kon ik meerijden om eens een kijkje te nemen daar: een zeer interessant project. We bezochten ook een school in de stad en een project van Taiwan wat verderop. Er werd een volledig nieuw dorp neergeplant met prefab-huisjes. Op zich een mooi idee, maar in bòs Reynold zijn woorden “mist het veel”, oa. een duidelijke visie. Er is bijvoorbeeld nergens een keuken voorzien, dus de hutjes duiken al op tussen de huisjes. Blijkbaar is er ook geen goede voorziening voor water en er is weinig schaduw terwijl Haïtianen werkelijk alles buiten doen: koken, wassen, …. Onderweg genoot ik alweer van de prachtige natuur van Haïti: palmbomen, groene bergflanken, grote vlaktes waar de koeien en geiten aan het grazen zijn, watervallen, de citadel van Milot prachtig in het zonlicht op de top van een berg. De weg zelf was erbarmelijk slecht: putten, putten en nog eens putten! Ik denk dat we van de 4u rijden slechts een half uur goede asfalt hebben gehad. Bòs Reynold vertelde mij ondertussen interessante verhalen over zijn geboordedorp, zijn kindertijd en Haïti. En eindelijk kon ik terug van de zon genieten: ze is terug!
Charline is ondertussen ook jarig geweest, dus taart (gehaald bij de bakkerij een uur verderop in Cap Haitien)! Zij durfde een gewaagdere keuze te maken: roze!
Donderdag ben ik meegereden terug naar Port-au-Prince om vrijdag te kunnen doorrijden naar Hinche om een kast te gaan ophalen en terug naar Akil te rijden. 13u onderweg geweest, maar het was de moeite: een nieuw deel van Haïti gezien met een heel mooi zicht op een grote stuwdam (terwijl de zon nog aan het opkomen was, prachtig!), kronkelende rivieren, nog meer palmbomen, enzovoort. Haïti is een mooi land!
PS: ook bij 'Foto's november' werden nog een aantal foto's toegevoegd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten