Deze week stond in het teken van de voorbereidingen voor de eerste sessie over begrijpend lezen voor de leerkrachten van de Baptistenschool en de coaches van TSL. De uitleg en oefeningen voor de sessie werden in het creools neergeschreven, in bundeltjes voor de leerkrachten samen geniet. Een pen hoort er ook bij en ik had de eer envelopjes met een financiële bonus klaar te maken. Drankjes en koekjes werden uit het depot gehaald. We waren er volledig klaar voor. Tussendoor genoot ik van het lezen van een boek in de stralende zon tot de regen er was (die nog steeds in de namiddag valt), van het spelen met James Carry en van de bananen-framboos-milkshakes die Carmelle zo goed kan klaarmaken.
Vrijdagochtend was het dan zover: stipt 9u zaten de 21 leerkrachten en coaches op de stoelen die we hadden klaargezet. Dat was eigenlijk al een goede start, want ik had verwacht dat er velen te laat zouden zijn, te meer omdat ze pas de dag ervoor wisten hoe laat ze aanwezig moesten zijn. Naar gewoonte startte de sessie met een gebed, iets wat je bij ons toch niet vaak meer ziet. Ik werd even kort voorgesteld: de coaches kenden mij wel al, maar veel leerkrachten van de school wisten nog niet wie ik was. Op die manier ben ik geen ‘blan’ meer, maar gewoon Katrijn. Oplettend volgden ze daarna wat Jeannine allemaal vertelde, met enthousiasme speelden ze de kleine toneeltjes, gaven ze input over wat begrijpend lezen volgens hen inhield en deden ze mee met de oefeningen (we moesten ze toch een beetje actief aan het werk zetten…). De reacties waren positief: ze hadden heel wat bijgeleerd en willen graag verder nog een aantal sessies volgen. Wat me wel opviel, is dat Haïtianen de meest banale zaken soms het best onthouden. Zo hadden ze bij het toneeltje een tekst rond epidemieën gebruikt als voorbeeld. In het verdere verloop van de sessie kwamen ze altijd op ditzelfde voorbeeld terug!
De namiddag was rustig aangezien nu alle voorbereidingen achter de rug waren. Rond 16u kwam daar verandering in toen Geordany (huisbewaarder van TSL) hier stond met zijn baby’tje Jovnel van 2 weken oud. Jovnel zag volledig geel, geelzucht… Dat had ik werkelijk nog nooit gezien. Alles werd snel in orde gebracht om naar het hospitaal te vertrekken, want dit zag er alles behalve goed uit. De vraag die wij ons direct stelden: waarom hebben ze zo lang gewacht om dit te komen zeggen? Zijn kleur was blijkbaar al van ’s ochtends beginnen veranderen. Achteraf bleek dat de moeder het zelf niet had gezien, maar dat een leerkracht die hier op de sessie was, tijdens de break even bij het baby’tje op bezoek was geweest en daarna tegen de papa had gezegd dat het kindje er niet goed uit zag. Boss Reynold kwam hier net aan uit Port-au-Prince toen hij direct naar Quanaminthe moest vertrekken. Daar bleek geen pediater te zijn, dus moesten ze doorrijden naar het hospitaal in Fort-Liberté. Uiteindelijk kreeg Jovnel daar direct medicijnen. De dokter zei dat het kindje zou gestorven zijn, waren ze niet meteen gekomen… Zaterdag ben ik dan met Jeannine even naar het ziekenhuis geweest en Jovnel zag er al beter uit. De kleur was al iets weggetrokken, hij weende terug en dronk van de borst. Hopelijk komt alles dus snel in orde!
Voor we naar Fort Liberté naar het ziekenhuis gingen, waren we al naar Quanaminthe naar de markt geweest. Zoals altijd was de weg ernaartoe al uniek: varkens die liggen te baden in de plassen modder op de weg, kindjes die staan te zwaaien, rivieren die als wassalon worden gebruikt en de bruggen die versierd zijn met de vrolijk gekleurde lakens die hangen te drogen. Eens aangekomen op de markt, werden al mijn zintuigen tegelijk uitgedaagd, het is geen eenvoudige opgave om dit tafereel in woorden te beschrijven. Eerst gingen we de grote vleeshal binnen: vrouwen en mannen staan met grote messen en manchetten kadavers van runderen aan te snijden, de stukken vlees liggen er voor het grijpen, de stank is overweldigend en de vliegen zoemen in het rond. Hygiëne? Met de blote hand nemen ze de stukken vlees allemaal vast. De grond is een mengelmoes geworden van zand, vocht en afval. Dat geldt ook voor de rest van de markt. Nadat we het vlees in de auto hadden gezet, probeerden we ons verder een weg te banen door de mensenmassa op zoek naar groenten. Groenten en fruit liggen uitgestald op rieten zakken op de grond of op een houten staketsel, bassins worden gebruikt om rijst te verkopen, kruiwagens volgestouwd met medicatie of citroenen: iedereen probeert op zijn eigen manier het één en ander te verkopen. De prijs is te onderhandelen. Langs overal komen ze bovendien vragen of je dit of dat wil kopen. De geuren lopen door elkaar: vis, zweet, groenten, … Jeannine en ik vroegen ons af of we hier ooit aan zouden wennen? En als zij dat al zegt na meer dan 20 jaar in Haïti denk ik niet dat ik tijdens mijn verblijf er hier aan ga gewoon worden! De markt in Akil Samdi op zondag stelt niet veel voor in vergelijking met deze markt van Quanaminthe. Steeds meer besef ik het grote verschil tussen de steden en het platteland…
Mijn valiesje staat hier bijna klaar voor een weekje Port-au-Prince! Ben benieuwd hoe alles daar zal zijn met de opbouw na de aardbeving en de cycloon Sandy. Op onze terugweg pikken we Jan op, een vrijwilliger die in een andere zone 3 maanden in een weeshuis helpt. Hij zal een weekend bij ons verblijven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten