BelgiëHaïti

dinsdag 11 december 2012

Exclusief weekend in Haïti

Vrijdagochtend stond ik goedgezind vroeg op om te vertrekken naar Port-au-Prince; ik had namelijk grote plannen. Jeannine bracht me naar Cap-Haïtien en daar nam ik een klein vliegtuigje richting hoofdstad. De vlucht was prachtig. Doordat we niet zo hoog vlogen, had ik een mooi zicht op het landschap. De zon was van de partij en er waren bijna geen wolken. Groene akkers, kronkelende rivieren, hier en daar een klein dorpje tussen al dat “nu nog groen, dankzij het regenseizoen”. We vlogen bijna tussen de bergtoppen door, echt de moeite om het land in vogelvlucht te bekijken. Hoe dichter we bij Port-au-Prince kwamen, hoe meer gebouwen en auto’s te zien waren, de agglomeratie strekte zich uit, met het Site Solèy, de grootste populaire wijk als blikvanger. In de aankomsthal van het mini vliegveldje vroegen meteen zes Haïtianen of ik een taxi nodig had. Gelukkig was Venel er snel om me op te halen.

In het gastenkwartier van père Andrew aangekomen, was het tijd om me, jawel, deze keer een beetje stads op te maken. Net als alle Belgen wonend in Haïti, kreeg Jeannine een uitnodiging voor een receptie op het Belgisch consulaat, aangeboden door het Belgisch Hof en met bijzondere gast Prinses Mathilde. Omdat de datum te dicht lag bij de examenperiode, mocht ik Jeannine en TSL vertegenwoordigen. Voor mij was dit de unieke kans om andere Belgen te ontmoeten en te horen in welke functie ze in Haïti verblijven.

Goed op tijd vertrok ik met père Luc en père Guy, beiden Scheutisten, rekening houdend met de typische ‘blokus’ (files) in Port-au-Prince. Een uur en 20 minuten lang kon ik me verbazen over alle kerstverlichting in de stad. Straatverlichting is er amper, maar in deze feesttijd zijn zowel bomen als huizen versierd met kerstlichtjes.

Eindelijk kwam het consulaat in zicht. Politie op de parking zorgde voor veiligheid. Onze naam opgevend, werd streng nagekeken of we op de gastenlijst stonden. Vervolgens werden we verwelkomd door de Belgische consul aan de ingang van een prachtig gedecoreerde tuin. Er stonden witte schommelbankjes, zeteltjes, receptietafels, alles er op en er aan. Direct kregen we al een welkomstdrankje: een cocktail die zich liet smaken. Haïtiaanse jongens kwamen rond met lekkere hapjes met scampi’s, gebakken kipjes, gedroogde stukjes banaan, enz. Er was een buffet met broodjes, kaas, druiven en ander fruit. Heel verzorgd allemaal. Maar vooral het zien van een bonte mengeling mensen was boeiend: jong en oud, heren in kostuum, dames in mantelpakjes of chique kleedjes, maar ook coöperanten in typische beige trekkersbroeken en te grote hemdjes. Ik maakte kennis met de viceconsul en zijn vrouw en met de Belgische ambassadeur. Ik praatte met andere Scheutisten, met twee Zusters van de Jacht, met mensen die hier werken voor Broederlijk Delen en Protos, met de verantwoordelijke van Broederlijk Delen in Haïti, enz. Ik voerde met velen zeer interessante gesprekken waarbij het soms snel overschakelen werd tussen Frans, Nederlands en Creools… trek je uit de slag Katrijn!!! Geroezemoes en ettelijk fototoestellen schoven naar de ingang van het park en wij dus ook: prinses Mathilde was gearriveerd!. De prinses is een heel vriendelijke dame die zeker niet uit de hoogte doet. Ze nam de tijd om met heel wat mensen te praten, ook met de paters Scheutisten. Ze praatte Nederlands met ons en ik sta op de foto samen met haar!

Als kers op de taart kregen alle genodigden nog een kleine attentie: een kerstbal, mooi Haïtiaans artisanaal versierd en een blijvende herinnering aan een leuke (en unieke!) avond…

Zoals jullie op het Belgisch nieuws konden volgen, was prinses Mathilde drie dagen in de hoofdstad als vertegenwoordigster van Unicef. Ze bezocht een tentenkamp, een schooltje en een populaire wijk. Zelf bekeek ik de filmpjes van VTM. Ik besef dat de getoonde beelden jullie waarschijnlijk verbaasd hebben. Wie echter langere tijd in Haïti verblijft, plaatst vele van deze beelden in een andere context. Zo kreeg ik te horen van een Haïtiaan die al heel lang in de hoofdstad woont, dat de huidige bewoners van tentenkampen niet altijd slachtoffers zijn van de aardbeving maar uit het binnenland kwamen om hier een korreltje noodhulp me te pikken. In het VTM filmpje frappeerde me het volgende: de reporter stapt een tent in waar een moeder voor vijf kinderen zorgt. Ze klaagt dat ze alleen moet instaan voor deze kinderen… De jongste heeft ze nog aan de borst, een kindje verwekt na de aardbeving… Weten zij en de verwekker van dit kind dan echt niet dat er familieplanning bestaat? Ook die vragen moeten we durven stellen. Prinses Mathilde bezocht en schooltje…je ziet in eerste instantie de auto van de prinses over de hobbelige weg rijden met de woorden “de weg is hier niet zo goed”. Ik zit hier momenteel in een dorp dat enkel te bereiken is via barslechte wegen en die bij regenval het dorp zelfs isoleren! Ik begrijp dat de media beperkt was aan informatie, dat de meeste journalisten niet verder gingen dan de plaatsen die de prinses bezocht... In ieder geval ben ik blij het land ‘anders en echter’ te leren kennen en ik hoop gedurende de komende maanden daaraan nog veel indrukken toe te voegen.

Om terug te komen op Port-au-Prince: mijn exclusieve weekend was nog niet voorbij. Zaterdagvoormiddag ging ik met Luc boodschappen doen – of dat was in ieder geval het plan. Het draaide anders uit. Luc nam me eerst mee naar de winkelgalerij Rivoli in Pétion-Ville, de bovenstad waar onder andere de rijkeren hun stekje hebben. “Dit moet je gezien hebben” zei Luc. Ik was erg benieuwd en er een ontsnapte me een kleine ‘wauw’ toen we de winkel binnen gingen. De duurste parfums, handtassen, juwelen, kleren van Lacoste en andere grote merken stonden oogverblindend gedecoreerd. Dit was duidelijk een winkel voor de 15% allerrijksten van het land. Daarna reden we hogerop naar “Bouteiller” waar we een prachtig zicht over de ganse agglomeratie hadden, Port-au-Prince, één grote grijze vlek. Nog hogerop kronkelde de weg langs enorm grote villa’s. De auto’s van de tegenliggers prijsden grote merken, passend bij de weergaloze behuizing. Ons eindpunt was Fermathe, waar een Amerikaanse familie sinds generaties een missie hebben gesticht, waar ze een boeiend museum hebben, een hospitaal en schooltjes, een restaurant voor de vele bezoekers van hun souvenirwinkel. Op die plaats kreeg je ook een prachtig uitzicht op de terrasbouw in de bergen… hopelijk palmen de rijken dit brokje natuur niet in!

De laatste activiteit van het weekend bracht me naar het huwelijk van Natacha en Jean Bernard, een collega van Venel en Reynold. Reynold was getuige. Om de plaats van het huwelijk te vinden, begaven we ons weer in een ander avontuur (ook al had ik dat in de hoofdstad niet direct verwacht). In Pétion-Ville verlieten we de verharde weg om via een steile zand- en steenweg omhoog de bergen in te gaan. Het busje dat verschillende gasten voor de trouw vervoerde, kon zelfs niet helemaal tot boven geraken. Toen we arriveerden, was bòs Reynold met de bruidegom reeds toegekomen. Ik zag al onmiddellijk dat ik met mijn eenvoudige kleedje niet veel voorstelde tussen de prachtig uitgedoste dames: hun haren prachtig opgestoken, kleedjes die blonken, schoenen met fijne en hoge hakken (waar sommigen maar wankel op liepen). Ook de mannen waren prachtig in kostuum; ook al waren die kostuums te groot of te klein. Zelfs de kinderen: kleine meisjes met kleedjes alsof ze zelf zouden trouwen en jongens in kostuum of met een dasje. Na lang wachten kwam uiteindelijk met veel getoeter de bruid aan. Bòs Venel was chauffeur en ze reden in een auto die was versierd met grote strikken. De bruid droeg een mooi klassiek wit kleed met sleep. Na nog meer wachten, begon de ceremonie en een uur te laat begon ook eindelijk de mis (om 17u in plaats van 16u). Er werd veel gebabbeld en gezongen (al moet ik toegeven dat ze in Zuid-Afrika mooier zongen in de kerk :)). Toch wel een paar grappige zaken opgemerkt. Ten eerste was de mis volledig in het Frans in plaats van het Creools. Bovendien zitten de bruid en de bruidegom in het begin tegenover elkaar met elk hun getuige naast zich. Pas nadat de trouwgeloften (“jusqu’ à ce que la mort nous separe”) waren afgelegd, mocht het echtpaar naast elkaar gaan zitten. Bovendien was het al donker buiten toen de mis begon. De kerk was wel hier en daar verlicht, maar waarschijnlijk niet sterk genoeg om een mooie film te maken. Eén jongen had dus de leuke taak om de hele tijd met een spot rond te lopen, zodat de gebeurtenissen steeds goed in beeld werden gebracht, heel grappig om te zien! We zijn echter niet tot het einde gebleven: op het ‘programma’ was het afleggen van de trouwgelofte puntje zes van de 18 puntjes in het totaal en we waren al een uur en een half bezig! Venel vertelde de volgende dag dat het nog tot 20u30 ongeveer had geduurd dus was ik tevreden dat we niet waren gebleven!

De volgende dag was het dan weer tijd om met de auto naar Akil te komen. Bòs Venel stond om iets na 5u op de parking bij père Andrew, waarna we Carmelle bij haar familie gingen ophalen. Heel raar was dat ik om 6u ’s ochtends op de radio het liedje van Nick Balthazar hoorde ‘Do it Now’ dat werd gemaakt in het teken van de actie ‘Sing for the climate’. De tekst kreeg daarbij voor mij een speciale betekenis bij het uitrijden van Port-au-Prince: “we need to build a better future and we need to start right now’.

http://www.youtube.com/watch?v=OVnedIW1y8E



PS: nieuwe foto's toegevoegd in het mapje 'december'.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten