BelgiëHaïti

maandag 3 juni 2013

Indrukken van een bezoeker

Ondertussen is het project afgelopen, en dat verdient uiteraard een blogbericht. Misschien wel van een toeschouwer, dacht Katrijn dan. Daarom geef ik, Arno, hier even mee welke indrukken ik meegekregen heb toen ik de laatste les gevolgd heb. Ten eerste heeft ze absoluut niet gelogen over een warme klas, met veel muggen! Maar dat is natuurlijk bijzaak. Net na de laatste echte les kregen de leerlingen de opdracht mee om nog eens goed alle technieken te bekijken, om ze dan in een afsluitende les allemaal te gebruiken. Katrijn knutselde een mooi spel, waardoor tijdens deze laatste les de leerlingen (en meester) nog maar eens konden ervaren dat doceren niet altijd de beste oplossing is. Het bordspel werd gebruikt om vragen te beantwoorden als: welk symbool hoort bij welke techniek, som de 6 technieken op, … Maar omdat een beeld soms meer zegt dan duizend woorden tonen we het hieronder even.



Omdat de leerlingen zo flink gewerkt hebben tijdens het project waren er 2 beloningen: een kleintje en een grote. De kleine beloning was een diploma dat de leerlingen kregen voor hun inzet en medewerking tijdens het project. De grotere beloning was een uitstap naar Milot. Daar staat namelijk het fort ‘Citadelle Henri Christophe’. Henri Christophe liet dit ongeveer 2 eeuwen geleden bouwen op een heuvel, om het net onafhankelijk verklaarde Haïti te kunnen beschermen tegen Franse aanvallen. Dit fort is een door de UNESCO beschermde site geworden. Daar komt dan nog bij dat de weg naar Milot dwars door een nationaal park loopt, waardoor we onderweg dan ook nog eens mooie taferelen te zien kregen. Haïti heeft een prachtige natuur, dat werd duidelijk geïllustreerd tijdens de rit naar de Citadel.

De rit ernaartoe, dat bleek trouwens ook een hele belevenis om andere redenen. Het toont eigenlijk heel mooi aan wat in Haïti dagelijkse kost is: dingen plannen, plannen aanpassen en er proberen iets moois van te maken. Het plan was het volgende: om 5u30 verzamelen voor de poort van Ti Solèy Leve, dan vertrekken met de bus en nog voor de middag de klim naar het fort aanvatten. Om 5u30 was er echter nog geen levende ziel te bespeuren. De eerlijkheid gebiedt ons zelf toe te geven dat ook wij niet klaar waren op dat moment! Maar iets later dan verwacht waren de leerlingen en leerkrachten die mee gingen toch op post. Jammer detail: de bus had een ‘pan kawoutchou’ of dus een platte band. Wat later bleek die panne dan uit te monden in het ontbreken van een bus. Kelvin had ondertussen al wat extra uitleg gegeven over de geschiedkundige kant van de zaak, zodat we goed voorbereid waren op wat we te zien gingen krijgen. Maar dan moesten we dus wel transport zien te regelen… Jeannine to the rescue dus: aan iedereen verzekeren dat er zeker een uitstap kwam, een oplossing zoeken en uitvoeren. Niet zo heel veel later stopte er een vrachtwagen voor de deur van TSL, werden er stoeltjes ingeladen en was iedereen klaar voor vertrek! Uiteindelijk dus geen vuiltje aan de lucht, buiten het feit dat de planning vrij grondig in de war gestuurd was. Niet echt heel erg, want een uur van terugkeer (voor ongeruste mama’s en papa’s) is in Haïti blijkbaar geen noodzaak. Dan werd het natuurlijk ook letterlijk hopen op ‘geen vuiltjes aan de lucht’, want een heuvel opwandelen om dan geen meter ver te kunnen zien, dat zou jammer zijn natuurlijk. Toen we in de buurt kwamen, konden we het fort al zien liggen tussen twee bergtoppen. Dus ook het weer werkte dus wel mee: geen stralende zon, maar zeker goed genoeg om een mooi uitzicht te garanderen. Toen we aankwamen en aan de wandeling naar boven begonnen, bleek dat ontbreken van die stralende zon trouwens zo slecht nog niet. Want die heuvel, dat bleek toch wel een stevig uit de kluiten gewassen heuvel te zijn. Toen we eindelijk allemaal boven geraakt waren, was iedereen doorweekt van het zweet en gingen we kapot van de dorst! Katrijn weet wel hoe je iemand moet belonen!

Nadat iedereen uitgepuft was, begon dus het eigenlijke bezoek aan de Citadel. De gids gaf ons de nodige informatie, de leerlingen keken zich de ogen uit en we genoten van een leuke dag. Uiteindelijk bleek het dus toch een mooie beloning geworden te zijn: de leerlingen hadden een leuke tijd, het bezoek bleek meer dan de moeite waard. Dan startten we de motor van de vrachtwagen opnieuw en keerden we terug naar huis. Toen we terug in Akil aangekomen waren, werd er nog uitvoerig bedankt. Daardoor waren we dus zeker dat de leerlingen en leerkrachten de uitstap geapprecieerd hadden, maar bleek ook nog maar eens dat het project van Katrijn zeker in de smaak gevallen was! Moe maar voldaan kropen we vroeg in bed die avond…

Maar dat gebeurt hier wel meer: iedereen is hier vroeg uit de veren, het leven speelt zich voornamelijk in de voormiddag af, de namiddag wordt rustiger opgevat en iedereen kruipt vroeg in bed. Dat is één van de belangrijkste aanpassingen hier geweest als bezoeker. Maar het is zeker niet omdat we vroeg gaan slapen dat hier weinig gebeurt. In Akil Samdi zelf gingen we een paar keer wandelen om het dorp te leren kennen. Eenmaal werden we verrast door een tropische regenbui, wat natuurlijk voor hilariteit zorgde toen we doorweekt de poort van TSL openden.

We bleven uiteraard niet de hele tijd hier in het dorp, aangezien iedereen mij de mooiste plekjes van Haïti wilde leren kennen. We gingen bijvoorbeeld naar de markt in het naburige dorp, Opèch. Ik had blijkbaar uitzonderlijk veel geluk om alles zo netjes aan te treffen: door een paar droge dagen voor ons bezoek was er geen enkele modderpoel, plas of iets dergelijks aan te treffen. Dat leek mij ook wel aangenamer voor iedereen, aangezien alles hier gewoon op een doek op de grond gelegd wordt om dan te verkopen. Ik zou de markt graag uitvoerig beschrijven, maar dat is zeer moeilijk. Er zijn zoveel dingen die tegelijkertijd gebeuren en de markt is één gezellige drukte. Het is een mengelmoes van geuren, kleuren, smaken, … Ik zou zeggen: kom dat zien, kom dat zien.

Als je dan toch zou langskomen, ga dan zeker ook eens naar Fort Liberté. Het ligt vlakbij de oceaan en je kan je er perfect voorstellen hoe mooi het fort er ooit moet uitgezien hebben. Op het moment dat wij er waren, was er trouwens in het fort zelf ook een ceremonie aan de gang. We wandelden er even rustig rond terwijl Jetro en Nelson in de branding naar schelpen en krabben zochten. Daarna gingen we lekker eten en keerden we terug naar huis. Ook dat is hier ondertussen al een gewoonte geworden: altijd als we ergens naartoe gaan, neemt Jeannine ons mee naar een plaats met één of ander idyllisch uitzicht en superlekker eten. Dat herinnert je er dus telkens aan dat Haïti eigenlijk een prachtig land is, waardoor het een bloeiend toerisme zou kunnen hebben. Maar dat heeft het dus niet…



We bezochten eveneens de hoofdstad. In januari 2010 was daar de grote aardbeving, dus ik had me wel voorbereid op een aantal intense taferelen. Toen we aankwamen, werd ik direct al met de keiharde realiteit geconfronteerd: letterlijk duizend vrouwen die over straat liepen waarvan zo’n 5% een voedselpakket had gekregen, alle andere vrouwen keerden met lege handen terug naar ‘huis’. Huis kan in Port-au-Prince ook zowat vanalles betekenen: enkele tentzeilen aan elkaar gesjord (al dan niet met zinken platen ertussen), een houten constructie, een stenen huisje, een villa, … Het leven in de stad is voor zowat iedereen eerder ‘overleven’: iedereen woont er op elkaar gepakt, hopen mensen proberen op straat hetzelfde product te verkopen, anderen proberen op een andere manier wat geld te verdienen. De littekens van de aardbeving zijn, na 3 jaar, nog duidelijk zichtbaar. De tweede verdieping is een halve verdieping geworden, de kathedraal is een ruïne, het paleis met de grond gelijkgemaakt, … Eigenlijk is ook Port-au-Prince niet in woorden te vatten: je moet het gezien hebben om je er iets bij te kunnen voorstellen.



Na zo’n goede twee weken is er eigenlijk een constante: het bewijs wordt keer op keer geleverd dat Haïti een prachtige natuur heeft, dan komt de verwondering over hoeveel buitenlandse organisaties werkzaam zijn in Haïti, gevolgd door de vaststelling dat er met dit enorme potentieel weinig gerealiseerd wordt. Dat kan dan twee kanten op: je kan berusten in je lot, of je kan proberen om er het beste van te maken. Naar mijn mening zijn de Haïtianen een volk die vooral de tweede optie kiezen, mits enkele uitzonderingen. En net dat maakt het land zo bijzonder. Een Belg die al 40 jaar in Haïti verblijft, omschreef het als volgt: “Het is een *****land, maar je kan niet anders dan er verliefd op worden”.

Arno

PS: in het mapje juni nog een aantal foto's toegevoegd!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten