Dinsdag hadden we een toeristische dag gepland. ’s Ochtends bezochten we het nationaal museum. Een mooi onderhouden gebouw, vaste inkomprijs, een gids die ons de hele geschiedenis van Haïti beknopt maar duidelijk uitlegde. Het museum is gevestigd in het hartje van de stad en beschikt over enkele waardevolle rekwisieten zoals zwaarden en zakhorloges van belangrijke presidenten. Het meest spectaculaire bezit is een prachtige kroon van Soulouk, een historische figuur. Tijdelijk liep er ook een tentoonstelling van schilderijen. Fijne patronen en schitterende kleuren vroegen echt onze bewondering. We reden verder naar Fermathes, waar we in de ‘mission Baptiste’, een hapje aten, om daarna verder omhoog te rijden naar Fò Jàk (Fort Jaques). Uiteraard was dit nergens aangegeven, dus we moesten even zoeken om het te vinden. Na een tijdje bereikten we een groot dennenbos – zeldzamer in Haïti - waar het fort was gevestigd. Het werd gebouwd door een van de presidenten om PAP te beschermen tegen vijandige indringers. Het ontvangst voor toeristen is dan weer typisch Haïtiaans in de hoop een zaakje te doen: geen vaste prijs voor de gids, dit was te onderhandelen. Ook om het fort binnen te mogen, werd gepingeld: zonder geld ging de poort niet open. Toch waren we tevreden dat we dit fort hebben gezien. Het is al bij al mooi bewaard gebleven, hoewel het bij de aardbeving in 2010 een aantal zware beschadigingen opliep. Van op het fort hadden we een prachtig zicht op de megastad die PAP is geworden.
De volgende dag gingen we de iets minder toeristische kant van de stad op; we gingen namelijk op zoek naar een fiets voor Kelvin, op z’n Haïtiaans: na veel onderhandelen koos hij een goede, degelijke fiets voor weinig geld. Na de koop reden we naar Rue N naar een mooie artisanale winkel om vervolgens door te trekken naar ‘Fior di Latte’ waar, na de bedrukkende warmte in de stad, een lekkere ijscoupe heel gelegen kwam. Die dag ook verjaarde père Andrew, de scheutist bij wie we verbleven. ’s Avonds kregen we de kans om aan te schuiven aan een wel erg multiculturele tafel waar mensen uit de Filippijnen, België, Haïti, Kongo en Tsjaad samen zaten. We aten lekker Creools, er was taart als dessert en er werd zelfs gedanst op de typisch Haïtiaanse ‘kompa’. Het was een gezellige avond.
Donderdags stond er op het programma een interview met ‘Bon Nouvèl’, een creools tijdschrift, uitgegeven door de paters Scheutisten. We vertelden over het project in Akil Samdi en ze waren werkelijk onder de indruk. Al direct kregen we de vraag waarom we niet in meerdere scholen werkten. Ze zagen het meteen groots! Benieuwd hoe dat zal aflopen! Na dit gesprek gingen we nog naar de supermarkt voor een aantal aankopen. Terug bij Andrew volgde een rustige namiddag want de volgende ochtend moesten we om 5u opstaan.
We trokken naar Saut D’eau (of Sodo) waar we de zeer bekende waterval zouden bezichtigen. Ik keek mijn ogen uit: voor het eerst in Haïti zag ik iets dat goed voorzien was voor toeristen, een aangename verrassing. We betaalden een vaste prijs en een gids nam ons mee naar beneden via een mooi onderhouden trap. Het geluid van het water werd steeds sterker en ineens stonden we voor een krachtige waterval. Deze waterval is vooral in de voodoo van betekenis. Elk jaar is er in juli een grote ceremonie waar honderden voodoo gelovigen samenkomen om zich in de waterval te baden en offers te brengen. Voor andere Haïtianen is de waterval evenzeer een pelgrimsoord. Ook wij brandden een kaarsje. We waren werkelijk onder de indruk van de waterval, een prachtig staaltje natuur. Maar misschien waren we nog meer onder de indruk over het onderhoud van het domein en het respect voor toeristen, als tip voor andere bezienswaardige plaatsen in Haïti…
Langs een nieuwe aangelegde weg reden we richting Titayen. Op die weg zagen we verschillende vrouwen, met of zonder zwaar beladen ezel, te voet naar de markt lopen om het één en ander te verkopen: fruit, houtskool, wat groentjes. Vaak lopen deze vrouwen twee à drie uur in de volle zon. Ongelooflijk. In Titayen kochten we op de markt verse mango’s en reden we de gekende weg verder naar Akil. Terug thuis ben ik, goed bijgetankt, klaar om nog een aantal weken in het project te vliegen.
PS: enkele vakantiefoto's werden in de map van maart toegevoegd, de foto's van PAP zitten in het mapje van april.
Wauw, een paasvakantie om U tegen te zeggen! Coooooooooooooooool! Geniet van die mooie beelden en taferelen van het dagelijkse leven! Stefanie
BeantwoordenVerwijderen